29 januari 2010

Vaders.

Ik hou van mijn papa. En al ben ik 23, toch voel ik me weer een klein kind wanneer hij opmerkingen maakt over mijn studie-inspanningen.
"Doe je wel je best?", vroeg hij me. Een onschuldige vraag. Maar een gruwelijk ingewikkelde, complexe vraag tegelijkertijd. Inherent in de vraag schuilt een fundamenteel wantrouwen dat hij koestert jegens mijn engagement, een soort weggemoffeld misprijzen over mijn -toegegeven- ontspannen levenshouding. Men hoeft nochtans geen psycholoog te zijn om te weten hoe gespannen ik ben en hoe ik dit met alle macht tracht te compenseren met deze haakse levensstijl.
Maar mijn papa is geen psycholoog.
Na 23 jaar weet ik nog steeds niet hoe ik hierop moet reageren. Tegenwoordig klem ik mijn kaken op elkaar, verlaat ik de kamer en verzet ik zo snel mogelijk mijn gedachten. In mijn puberjaren brak op zulke momenten wereldoorlog III uit, maar die ben ik moegestreden. Het vechten om een zaak die niet gehoord wordt lijkt me een stuk minder aanlokkelijk, nu het me niet meer om het vechten gaat maar om communicatie.
Het snobisme dat ten grondslag ligt aan deze eis voor intellectuele trofeeën, botst niet alleen met mijn opvattingen, maar rijt ook telkenmale een oude wonde open. Mijn voorgangers in de kroost waren namelijk van die modelkinderen. Beiden zijn inmiddels afgestudeerd en niemand hoeft zich ooit om hen te bekommeren. Moest het binnen mijn mogelijkheden liggen om zo te zijn, zou ik niet twijfelen. Niet zonder schaamrood op de wangen, moet ik toegeven dat ik al op mijn knieën aan mijn bed heb gezeten, biddend dat ik zo zou mogen zijn in de toekomst.
Maar helaas, Clémence is een Chinese Tijger en het zit blijkbaar -los van dat bijgeloof, dat ik toevallig gewoon cool vind- in haar bloed om overal tegen te rammen en overal een vraagteken bij te plaatsen. Mijn eigen aspiraties schijnen hem niet te bekoren. Wat voor mij als een overwinning aanvoelt, doet zijn wenkbrauw licht rijzen.
Zolang ik geen papier behaald heb dat bewijst dat ik verstandig ben, is er in zijn geest geen reden om met trots over me te waken, als een stabiele, steunende vader. Hij zal me nooit de rug toekeren, maar zal tot het bittere einde verwachten dat een universitaire studie nog moet of kan komen.
Ik maak deze gedachten ooit wel af. Vermoeidheid.
(nvdr.: Dit zwarte gal werd gespuid vlak na de examens van het eerste semester.)

20:54 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.