23 maart 2010

A secret place.

Amai wat een episch nutteloze dag. Het lijkt wel zondag of zo.
De vermoeidheid is weer op me neergestreken. Slaap zal niet komen. Het is lang geleden dat mijn gevoelens nog hebben kunnen rusten. Er komt altijd veel te veel op af, jezusmina. De weekends zijn veel te intens, geloof ik. Eigenlijk ben ik niet gemaakt om veel verschillende mensen te zien, maar tegelijk mis ik het gezelschap heel snel. Vatje vol tegenstrijdigheden. En blijven lachen, met alles, vernietig elk vermoeden dat je angstig bent. Of ongerust, of triest, of een mengeling van die dingen. Zo rond 5 u voel ik het me aanvallen van binnenuit, wanneer iedereen vertrokken is maar fysiek nog aanwezig is. De ware aarden kruipen naar buiten, want de prille ochtend werpt er licht op. Ze zijn moe, en ze zijn knorrig. En mijn muren vallen naar beneden, net wanneer niemand nog kijkt of interesse heeft.
Gelukkig, eigenlijk. Want het voelt alsof ik word opengereten met een bot mes wanneer ik praat. Het brengt ook weinig. Alleen dat iemand iets van je weet, en dat je je klein en beschaamd voelt, en aanstellerig ook. Vanwaar komt dat lompe cliché eigenlijk, dat het zou opluchten? Nog nooit, echt, nog NOOIT heb ik dat gevoel gehad na iets verteld te hebben. De enige reden waarom ik tot nu toe dingen heb prijsgegeven was wanneer het een tactische zet was. Een situatie verbeteren/verduidelijken, of een voorbeeld van mezelf aanbrengen om iemand anders te helpen.
En overigens, het schijnt mensen waar ik van hou weg te jagen. Of mensen voelen zich ongemakkelijk dat ik hen heb "uitgekozen", of weten niet wat ze moeten zeggen en voelen zich schuldig dat ze me niet helpen (ook al verwacht ik dat eigenlijk niet, ik kan het zelf niet eens). Waarom praten over dingen die voor anderen duizend keer erger zijn ook, ik bedoel, sommigen voelen zich zo slecht dat ze zich ophangen. Je weet die dingen niet van anderen. Wie weet begin je te zeuren over je hersenkronkels tegen iemand die zich nog veel slechter voelt en duw je hem of haar over een flinterdun randje. Of verveel je hem.
Maar bij elke mens schuilt toch ergens dat verlangen, dat iemand het zal willen horen, niet? Dat is toch wat ons allemaal beweegt? De hoop dat iemand ons zal verlossen uit de stilte van ons hart. Dat is wat zovelen van ons zo toetakelt dat ze ons achterlaten. Hun lijden wordt niet gehoord omdat ze het verschuilen of omdat niemand erachter vraagt. Ze barsten bijna open van liefde om af te geven, maar niemand moet het hebben en ze vinden er geen kanaal voor.
Ik wou dat ik een miljoen oren had en honderden duizenden jaren de tijd. Om aan elke mens in nood te kunnen geven wat hij verdient. Zou het iets uitmaken? Eigenlijk weet je zelfs dat niet hé. Een vriendschappelijk oor schijnt ook vaak niet genoeg te zijn, of het evenaart de zuivere liefde van een ander niet. Ze zijn altijd op zoek naar "The One" ofzoiets, alsof één mens alles kan oplossen. Allemaal de schuld van Disney.
Liefde komt pas als je haar niet zoekt, zeggen ze. Maar welke gezonde mens is er niét op zoek naar liefde? Alsof het een zwakte is om te wensen dat iemand je liefheeft of naar je luistert -ook al zeg je niks.
Hmm.

21:21 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.