23 maart 2010

Tu le dois à ton étoile.

Verdikke. Vandaag is weer zo'n man-als-ik-kon-kiezen-kwam-ik-überhaupt-niet-buiten-dag. De zon schijnt niet, het is niet speciaal warm en eigenlijk is er ook nergens iets te doen of zo. Dus heeft Clémence de ongezondst mogelijke reactie; deur op slot, koptelefoon op de oren en GSM uit.
Waar gaan we toch heen. Een beetje les gaan volgen om een stukje papier te behalen dat zogezegd betekent dat je goed begrijpend kan lezen, en dat je voor bepaalde jobjes beter geschikt bent dan een ander. Niks leer ik er nochtans mee. Niks. Ik leer niet hoe ik moet reageren als ik pijn heb, ik leer niet hoe ik iemand die pijn heeft kan helpen, ik leer niet hoe ik een ander plezier kan doen, ik leer niet om anderen graag te zien zonder er zelf aan ten onder te gaan, ik leer eigenlijk niks. Wat het belangrijkste is in het leven wordt ontweken in al mijn cursussen (en ik heb ze nochtans allemaal serieus uitgekamd).
Wat bewijs ik door te weten welke filosoof beweerde dat kunst een veruiterlijking moet zijn van de geestelijke bewegingen van de kunstenaar? Welke belangrijke levensvraag kan ik daarmee oplossen? Wie help ik daarmee?
Ze zeggen altijd "je moet doen wat je graag doet, en dan kom je overal". Maar als je dan antwoordt dat je het liefste op café zit bij de mensen waarbij je je goed voelt, dan telt dat ineens niet meer. Klootzakken. Hoe komt het dat voor sommige mensen een bepaalde verbondenheid van zo'n vitaal belang kan zijn? Mario was ook zo. Het had voor hem geen zin meer want hij voelde zich alleen. Al denk ik niet dat ik me ooit zo alleen zou kunnen voelen dat ik mezelf de kansen zou ontnemen om nog geluk te vinden in de toekomst. Want als je er echt mee stopt, dan stopt de pijn maar ook de vreugde die nog had kunnen volgen. Je knipt jezelf overal uit, dat lijkt me zo drastisch.
Een beetje zoals in Eternal Sunshine of the Spotless Mind, waarin Clementine uit zijn leven wordt "geknipt". Maar dan eigenlijk erger. Want als je zelf verdwijnt, verdwijn je eigenlijk niet. Je blijft in de geheugens van je naasten voortdwalen. Al het fysieke aan je leven vergaat, maar alles wat met gevoelens en gedachten te maken heeft blijft aanwezig in de herinneringen van anderen. Waarschijnlijk daarom is het herdenken van de overledenen zo belangrijk. Zo blijven ze, een beetje.
En toch begrijp ik hoe je kunt denken dat je leven niet veel nut heeft. Momenteel vind ik dat ook van mezelf. Ik sta op, ga ergens luisteren naar een professor, dan ga ik wat lezen in mijn cursus en ga ik weer slapen na ettelijke sigaretten. Doe ik iets? Help ik iemand? Maak ik een verschil? Los ik iets op? Nee! En ik vind het een ondraaglijk gevoel. Ik heb al gehoord dat het gevoel van voldoening volgt, eens je doet wat je graag doet en je eigen doelen nastreeft.
Maar hoe de fuck. Ik wil een universitair diploma omdat ik het verstand heb en er dan maar van moet profiteren. Eigenlijk is dat snobistisch, maar tegenwoordig is kennis bijna evenveel waard als geld, en ik krijg van thuis uit alle kansen om erin te slagen. Het zou niet eerlijk zijn om dan zo te doen van 'oh nee, voor mij hoeft het niet'. Maar boeiend kan ik het nu ook wel weer niet noemen, ik kan er niks aan doen. Universiteit is en blijft BEKAKT. Het loopt vol mensen die van zichzelf vinden dat ze SLIMMER en dus BETER zijn dan anderen, mensen die geloven dat de wereld aan hun voeten ligt en die hun neus ophalen voor niet-hogeropgeleiden. Hoe vaak hebben wij al wel geen statistieken voor onze neus gekregen waarin hogeropgeleiden als frequente lezers naar voor worden geschoven, en niet-hogeropgeleiden als tv-kijkers. En de hogeropgeleiden hebben zelfstandigere karakters want zij krijgen op hun werk meer verantwoordelijkheid, en zij kijken naar Canvas, en de niet-hogeropgeleiden kunnen alleen maar simpele instructies volgen en kijken naar VTM. Kwestie van de bevolking even te splitsen in "intellectueel" en "randdebiel". Ik kijk ook naar VTM ze. En ik ken genoeg bouwvakkers die naar Canvas kijken, allez wat is dat nu.
Volgens mij ga ik pas een gevoel van succes hebben als ik op de verplegingschool zit. Of zelfs pas als ik werk op de spoedafdeling. Want wat de fuck moet ik anders gaan doen zeg. Achter een bureautje gaan zitten ofwa. Of een bende Duitsers uitleg geven over de schilderijen in een museum. Ik por nog liever een ijzeren priem door mijn oog, eigenlijk.
Maar tot dan ben ik gedoemd tot het doorploeteren van het universitaire snobleven, als door-en-door-bink. Clémence was weer zo slim om vrienden te hebben die gemiddeld 30 zijn. Stiekem zijn zij de enigen die volwassen genoeg zijn om mijn aanstellerij te tolereren. Maar nee, eigenlijk is dat niet waar, want hier in Gent heb ik veel vrienden van 20 of zo. En dat botert prima. Misschien ben ik hier een pak braver dan thuis, alhoewel ik hier toch al veel op togen en tafels gestaan heb. En een legendarische fiejestreputatie heb. Het zou toch makkelijker voor me zijn moest ik vrienden hebben van Turnhout, hier in Gent.
Niet dat het nu moeilijk is. Clémence amuseert zich overal, zorg maar gewoon voor bier en zij doet de rest.
Ik ga hier nog eens diep over moeten nadenken allemaal.

13:10 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.