04 juli 2010

Let me love you 'till you get it right.

Diep ontroerd en stil van de onbeschrijflijke gevoelsband tussen m'n hond en ik. Hij lag domweg in zijn mand, ik kwam thuis van disproportioneel feesten en weet uit ervaring dat hij pas opstaat als ik de deur van de keuken open. Het eerste wat ik dus deed toen ik de klink vastnam, was zeggen "jongen, blijf". Niet opstaan jongen, niet kwispelen, geen stoelen verschuiven met je staart, blijven liggen, ik kom wel tot bij je. Mama en papa slapen boven nog lieverd, geen geluid maken, je ziet dat ik voorzichtiger ben dan anders. Honden krijgen geen vochtige ogen, maar kunnen wel een blik werpen van de oprechtste, diepste, dankbaarste liefde. Die blik beroert me, streelt me in het allerdiepste van mijn hart. Geen mens heeft me in m'n leven zo'n blik gegeven.


Kijk me in de ogen lieverd, want jij ziet mij. Jij kunt ergens kijken in mijn ziel waar bijna niemand kan kijken. Zie je dat? Dat trieste deze morgen? Ach, jongen, ik zag hem en de angst verlamde me. Ik wou krimpen tot een kleine, donzige essentie van mezelf en me nestelen in zijn handpalm. Maar ik durfde hem niet vragen om zijn hand te openen. Ik durfde complimenten, glimlachen, gebaren niet interpreteren. Ik ben bang, als hij naar me kijkt en mijn hartslag versnelt, bang dat hij het ziet, dat hij het weet, en dat het hem stoort. Ik probeer m'n gedrag zodanig te controleren opdat het niet zou opvallen, dat ik vrees dat het net flagrant is. Misschien zelfs voor anderen. Brave hond van me, dat zijn momenten waarop ik me belachelijk voel tussen mijn eigen vrienden. Goddomme, denk ik dan, tuttemie, doe eens volwassen. Blijf nuchter, realistisch, hij is ook maar een mens. Maar hij is een mens die me beweegt, vanbinnen, en dat gebeurt zo weinig. Lieverd, dat gebéurt zo weinig! Je doorleeft nu al tien prachtige jaren mijn leiding, je kent me beter dan m'n beste vriend. Je weet hoeveel deuren achter mijn hazelnootbruine ogen ik heb, en ook hoe ik ze nauwelijks allemaal open laat met vrije inkijk in mijn ziel. Maar waarom heb ik het gevoel, als hij me aankijkt, dat al die deuren wagenwijd open staan? Dat ik weerloos in de kou sta en dat hij in mijn ogen ziet wat er in mijn binnenste gebeurt? M'n trouwe, dappere jongen, het gaat over luttele seconden. Seconden die eeuwen lijken te duren. Hij ziet me! Hij ziet me! Ik kijk snel weg en hoop dat in die korte tijd niet al te veel is opgevallen. Wat ziet hij er moe uit. Moe en triest. Maar wat is hij moedig en eerlijk tegen zichzelf. Hij lacht, hij biedt gezelschap, brengt humor, hij danst. Zien anderen welke last op zijn brede maar vermoeide schouders rusten? Ben ik de enige die zich uit alle macht aan zijn zijde wil zetten en die last stutten met alle mogelijke middelen? Hij is zo'n prachtig mens, jongen, je zou hem leuk vinden, hij kan spelen als een kind. Maar hij piekert, het ontbreekt hem aan instrumenten om sommige dingen op te lossen. Laat me toch, laat me! Laat me je grote hand vastnemen en je met piepkleine stomme dingetjes vooruit helpen. Nee, ik ben geen wondermiddel, verre van, hij is ook veel te verstandig om zoiets van een vrouw te verwachten. Maar ik wil hem de ruimte geven om te zijn wie hij is, door en door mens, ik wil hem stimuleren om doelen achterna te gaan, hem met de beste raad die ik met m'n hoofdje kan bedenken bijstaan.
Jij weet wat ik waard ben, m'n schat, jij weet dat Clémence aan je zijde een enorm verschil kan maken. Ik ben maar één vrouw maar er huist in mij een ongelooflijke kracht die ik slechts aan anderen kan doorgeven. Nooit, nooit zou ik hem remmen in wat hij wil doen, want hij is intelligent en ik zou zijn inschattingsvermogen vertrouwen. En misschien zachtaardig, liefdevol in vraag stellen als het kind teveel naar boven zou lijken te komen.
Het respect dat ik voor deze man ervaar is er één van een zeldzaam kaliber. Zijn woorden, zijn daden zijn die van een gevoelige mens met moed en een enorme tederheid. Ik zie hem wel, achter zijn forse uiterlijk, en dat is voldoende. Ik wil hem geruststellen, dat hij niet hoeft bloot te stellen wat hij niet kan, dat ik het weet. Ik wil hem heel dicht tegen me aan houden, al zijn mijn armen veel te klein, en hem zeggen dat zijn stoere uiterlijke façade niet naar beneden hoeft. Ik wil hem zacht in zijn oor fluisteren dat hij niks hoeft te zeggen, dat ik het allemaal voel. Ik voel wie hij is, en dat kan toch niet in woorden. Als hij naar me glimlacht, bewonder en benijd ik de ongekunsteldheid waarmee hij zijn ziel aan me laat zien. "Ik lach naar je, Clémence", staat in zijn ogen, "lach terug, of niet, uit m'n lood val ik toch niet, maar ik lach naar je".
En toch, lieverd, en toch, wanneer ik hem zie, kijk ik weg, praat ik met anderen, oh wat haat ik mezelf op die momenten. Maar ik durf niet! Ik word zo verlegen! Als hij de kamer binnenstapt wil ik hem om de hals vliegen maar in plaats daarvan kijk ik naar de grond of doe ik alsof ik met iemand in gesprek ben en niet gemerkt heb dat hij er is. Puberniveau. Ik schaam me rot maar het is sterker dan mezelf. Ik ben veel en veel te veel waard om voor het rapen te liggen.
Kom me halen, wil ik hem zeggen, maar ik weet niet hoe en ik ben bang dat hij het niet wil. Voor hem zijn al die gebaren naar mij toe misschien vriendschappelijk bedoeld en voelt hij wel dat hij me iets doet, maar gaat hij er gewoon enorm volwassen mee om.
Ik ben moe jongen, ik ben doodop, en emotioneel. Toen hij vertrok vond ik het zo erg dat ik niet eens wist hoe ik afscheid moest nemen. Had ik het geprobeerd was het gruwelijk duidelijk geweest hoe vals de luchtigheid was, en ik had weinig bedenktijd, en uiteindelijk was de deur al toe toen ik dacht "hee! je krijgt nog een wangkus van me! en een streel over je rug! en een blik van begrip! warmte! mijn karakter is zo warm, neem nog een stukje mee!".
Het is belachelijk, m'n beste hond, het is echt belachelijk. Maar kwijt zal ik hem wellicht nooit zijn onder deze omstandigheden en de tijd wijst me dan m'n plaats wel aan. Iets met vissen en zeeën. Maar ik zal altijd zeer diep onder de indruk van hem blijven. Slaapwel, tot straks, we wandelen wel nog wat, goed? Daag!

En heel dat, wordt op vijf minuten tijd doorgegeven van mijn ziel naar die van mijn hond, terwijl ik hem met alle tederheid die mijn handen bezitten over zijn hoofd aai en bedenk dat ik toch elke keer vergeet hoe mooi hij is.

10:49 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

(eigen)waarde. [b]"Ik ben veel en veel te veel waard om voor het rapen te liggen."[/b]...dit kan natuurlijk wel zijn, maar 'slapend geld' brengt niet op maw af en toe moet je ook eens je gevoelens durven 'investeren' zodat je die waarde van jezelf kan vergroten. Het kan natuurlijk ook tegenzitten, maar dat maakt je daarom niet minder waard dan dat je nu bent!

Gepost door: een man | 04 juli 2010

Nee ja, maar ik denk altijd dat ik het allemaal meesterlijk verstop maar altijd weer blijkt dat iedereen het allemaal in de smiezen had. Dus ik lig een pak meer voor het rapen dan ik mezelf wijsmaak. Ik schreef dit ook vlak na thuiskomst, moe en een beetje van de realiteit verwijderd. Als ik 't zo herlees word ik toch wat bang van mezelf! Zo SERIEUS, waar hoeft dat voor! Ik wou dat ik m'n geest met 5 kg kon verlichten, gewoon als een wolkje door het leven gaan, de dingen naast me neer zetten. Wat een gepieker, over helemaal niks. Een kalververliefdheidje. Zelfs dat wordt bij mij zoiets zwaars.

Gepost door: Clémence | 04 juli 2010

De commentaren zijn gesloten.