13 januari 2011

I'm scattered on the floor, disappointed and sore.

Net toen ik dacht dat mijn gal wel op moest zijn, heeft heel mijn wezen zich er weer mee gevuld. Het is verscheurend, maar hoezeer ik ook zou willen dat het me verscheurt, ik blijf levend en wel voelen. Door mijn pseudowetenschappelijke en dus causale manier van denken, heb ik het gevoel dat me onrecht is aangedaan, omdat ik verdriet heb en dus wel door een boeman moet zijn afgeranseld.
Was het maar zo simpel.
Misschien moet ik eens op zoek naar een cursus zelfverdediging, maar dan mentaal. Hoe bescherm je jezelf tegen donzige gevoelens die pure demonen verbergen, tegen mannen die zelf aan diggelen liggen en blind zijn voor wat ze aanrichten? Ik herken ze, dat is het belachelijke aan mijn leven juist. Ik herken ze, maar geef ze toch voldoende ruimte in mijn gevoelens om er alles kort en klein te kunnen slaan. Een beetje zoals een pitbull aan zijn oren trekken en huilebalken dat hij bijt. De echte schuld treft mij, want dit is me al overkomen en elke keer maak ik mezelf wijs dat ik gegroeid ben. Terwijl ik in feite slechts een beetje verwerking achter de rug heb van wat voorbij is, maar niet beter gewapend ben tegen wat moet komen. Overmoedig stort ik mezelf keer op keer te pletter op een bittere desillusie.
Was ik maar een ééncellig organisme. Een heel klein bacterietje ergens diep binnenin een lichaam, door niemand opgemerkt en door niemand gestoord.
Het was lang geleden dat ik nog zo angstig was voor een komende periode. Dit pad ken ik vanbinnen en vanbuiten. De slapeloosheid, de zinloze nachten op café en de vruchteloze pogingen om te vergeten. De machteloosheid vooral, tegenover een berg tranen waar je niks tegen kunt beginnen. Gewoon wachten. Tot het betert. Tot het wegebt en tot je je ermee verzoent. En opnieuw beginnen, waarschijnlijk.
Nooit zal ik het begrijpen. Nooit. Hoe ik me zo kan vergissen. Hoe mijn fenomenale mensenkennis me zo kan ontvallen, dat ik de puurste vormen van liefde voel voor mensen die een ander niet eens opmerken, die geen aandacht schenken aan de gevolgen van hun handelingen en woorden, die de pretentie hebben hun intenties aan te nemen als hun persoonlijkheid, in plaats van hun daden. Het zal wel goed genoeg zijn, ik bedoelde het immers niet verkeerd. Dat ik een ander verwond heb, is mijn schuld niet, want ik wou het niet.
Eigen schuld. Haarfijn kan ik me herinneren hoe ik nog dacht, hij is zo gekweld, hij gaat me pijn doen. In plaats van op dat moment verstandig te zijn, heb ik dat kortstondige, impulsieve en emotionele wezen in mij laten regeren, al was het maar omdat het de pikzwarte, stekende gedachten in mijn hoofd eventjes overheerste. Ik liet mezelf misschien wel verliefd worden, om te mogen zweven, hoe kort ook. Mijn achterhoofd was op vakantie.
Het zal wel zijn redenen hebben. Hij zal het wel niet in zich hebben, dan. Dat klinkt nu als fictie, maar ik moet het door m'n strot rammen en zelf gaan geloven. Hij is niet goed genoeg, ook al schreeuwt elke vezel in mij nu dat het andersom is. Hij is degene die niet goed in zijn vel zit, hij is degene die worstelt en hij is degene die instabiel is, niet ik. Had hij me wel opgemerkt, had ik waarschijnlijk toch al zijn demonen doorgeschoven gekregen, en was hij er beter van geworden en had hij me achtergelaten met zijn puinhoop. Uiteindelijk ben ik wellicht aan iets ontsnapt dat me verder had kunnen verwoesten.
Nu nog zelf geloven.

21:37 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.