25 januari 2011

Ich möchte ein Eisbär sein.

Daarnet stuurde ik dat hij mijn spullen mag weggooien. Ik kreeg antwoord dat het ging om CD's, een tafeltje en een parasol. CD's mag hij hebben, de rest mag het stort in. "Ok bedankt", zei hij. Hopelijk is het nu voorbij en begrijpt hij de hint dat ik hem echt nooit meer wil terug zien.
Ik herinner me zijn geur nog. En zelfs de smaak van zijn kus. Belachelijk eigenlijk. Maar misschien is dat normaal als je zo lang bent samen geweest. Ik herinner me vooral ook hoe hij op ne neerkeek, hoe hij kritiek had op mijn leven en hoezeer hij met zichzelf in de knoop lag, waardoor zijn spanning op mij werd afgeschoven -ik ben een spons. Die jongen in mijn klas is eigenlijk net zo. Godzijdank misschien, dat hij niet voor me viel. Stel je voor dat ik nog eens in datzelfde straatje zonder eind was verzeild geraakt.
Maar het blijft steken.
Héél stiekem.
Mijn klasgenoot is slimmer en leert sneller dan mijn ex-vriend, denk ik. Maar hij lijdt onder hetzelfde mijn-dromen-en-intenties-over-wie-ik-wil-zijn-bepalen-wie-ik-ben-en-niet-mijn-daden-syndroom. Het is alsof hij niet inziet dat zijn gedrag hem doet overkomen als een klootzak, en dat zijn innerlijk dat niet goedmaakt als het niet ten volle naar buiten komt. Hij wordt geconsumeerd door paniekgedachten over de toekomst maar vergeet te genieten van het nu. Hij doet daarmee zijn omgeving tekort. Hij is jaloers, en bang dat mensen in de toekomst zullen weggaan, maar vandaag van hun gezelschap genieten doet hij evenmin. Hij wil krijgen, altijd maar krijgen, aandacht, een luisterend oor, gezelschap, affectie, maar uiteindelijk vergeet hij het leuk te vinden en blijft het achter bij het huisvuil.
Hij is eigenlijk zo blind als een onthoofde kalkoen, maar kakelen kan hij nog.
Misschien is hij verwend. Zoals mijn ex-vriend. Niet op materieel vlak, maar op aandachtsvlak. Door charisma en goeie looks is hij misschien altijd iedereens lievelingetje geweest en heeft hij nooit geleerd zijn handelende persoonlijkheid op andermans gevoelens af te moeten stemmen. "Ik geraak met alles weg", zei hij zelf eens. Nou, deze keer niet.
Wat spijtig eigenlijk. Zo'n potentieel, en het toch nog weten te verneuken. Moesten hun beider grootvaders nog in leven zijn, zou ik een veelbetekenende blik met hen kunnen uitwisselen. Of zou ik bij hen kunnen uithuilen. Waarom zijn jullie kleinzonen zo het noorden kwijt geraakt nadat jullie er niet meer waren om hun gids te zijn? Waarom hebben jullie niet vaker tegen hen gezegd dat ze rechtschapen moeten zijn, en rekening moeten houden met de gevoelens van anderen? Waarom hebben jullie hen niet verteld dat je je eigen problemen nooit ten koste van anderen mag oplossen? Waarom hebben jullie hen niet verteld dat de vergiffenis van anderen geen garantie is voor juist gedrag, en dat je soms nog steeds in eigen boezem moet kijken, als een man?
Ik ben echt zo boos op mezelf dat ik hem die slechte kanten heb vergeven, of hen door de vingers heb gezien in het begin. Dat mag ik niet meer doen. Opkomen voor mezelf is mijn allerzwakste schakel. Die al een stuk steviger is dan vroeger, maar nog niet genoeg. Mannen zijn zo'n BABY'S. Echt kleine, clueless bengels die geen voeling hebben met de wereld rondom zich, want dat heeft mama altijd voor hen gedaan. Verdomme.






17:09 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22 januari 2011

You don't know what you've done.

 




Het is weer één van die avonden. De hele planeet is op mijn schouders gelegd, waarschijnlijk door mezelf. Al besef ik dat wel, soms doet het deugd om thuis, alleen op mijn kamer, heel erg emotioneel te worden en alles op te schrijven, zodat ik overdag onder de mensen mijn vrolijke, zorgeloze zelf kan zijn. En dat is niet gespeeld. Als al het bittere opgeschreven wordt, dan bestaat het buiten mij en kan ik het loslaten zonder ongerust te hoeven zijn dat dat deel van mij zal worden vergeten.
In het echt kan ik toch niet praten. Het wordt dan al snel een relaas van gebeurtenissen zonder gevoelens, waar de ander ook niet veel mee kan doen. Dus ja. Zo los ik het dan maar op.
Er was een film op tv, Speak, over een meisje dat verkracht wordt en het tegen niemand zegt enzovoort. Heel erg allemaal, heel oestrogeengericht ook. En op het einde moest ik natuurlijk huilen, want ik huil nu eenmaal heel snel, maar toen werd de reden van dat huilen plots iets totaal anders, een algemeen onwelzijn, en kon ik niet meer stoppen. Mijn keel deed pijn, de spieren rondom mijn strot leken zich helemaal op te spannen. En DAN, op DAT moment, wil ik eigenlijk gezelschap.
Of misschien ook helemaal niet, ik weet het niet want ik ben altijd alleen geweest op zulke momenten. Misschien zou ik me veel te hard betrapt voelen en schamen als er iemand was, en zou alles zich automatisch weer gaan verstoppen diep onderhuids. Maar toch wil ik me dan vastklampen aan een mouw, waarvan een stem me zegt dat het niet erg is dat ik huil en dat ik niet alleen hoef te zijn tot het over is. Dat ik zelfs niet moet zeggen waarom ik huil. Want uiteindelijk, who gives a shit. Elkaar raad geven kun je eigenlijk niet, of toch niet aan mij, want ik ken alle oplossingen al. Wachten is het antwoord op 99% van verdriet. En voor de rest moet je eerlijk zijn tegen jezelf, je zwakke punten erkennen, en eraan werken als je er echt een complex over hebt.
Maar eerlijk gezegd heb ik zelf ook nog niet vaak meegemaakt dat iemand zich aan mij vastklampt, ondanks het feit dat ik de vertrouwenspersoon van velen ben. Dus misschien is het menselijk om op die momenten een geïsoleerd oord op te zoeken.
Wat hou ik toch immens veel van mijn kamer.
We zien wel, we zien wel. De rust is teruggekeerd.

22:41 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

20 januari 2011

And I know that my heart is my home

Eigenlijk moet ik studeren. En nog geen beetje.
Maar ik ben zo teleurgesteld. Wat een baaldagen zijn dit. Het echte verdriet en zo is over, maar nu is er de verveling en de leegte. Misschien is dit mijn kans om die leegte eens te vullen met iets anders dan alcohol of een nieuwe verliefdheid. Misschien.
De zomer komt eraan, probeer ik mezelf wijs te maken, nu gaat het allemaal erg leuk worden. Geen manier om te weten of dat zo zal blijven. Kan ook niet. Doorbijten, doorbijten, doorbijten.
Papa sloeg daarnet de deur van de badkamer zo hard dicht dat de hele verdieping trilde. Wat er aan de hand was weet ik niet, maar hij was niet aan het roepen en uit ervaring weet ik dat dat zijn ergste vorm is. Twee borderliners bij elkaar is echt een heel slechte gezinssituatie. Als hij agressief wordt, word ik levensangstig. Binnen de seconde snoerde mijn maag zich in een knoop. Zo belachelijk allemaal. Net een emotionele B-film "gebaseerd op ware feiten". Ik ben op mijn bed gaan zitten met mijn ogen strak op mijn kamerdeur gericht, in een poging op te houden te bestaan.
Hij praatte nog wat met mama, het had helemaal geen zak met mij te maken. Maar eens een angst zich nestelt... Mijn nachtrust is nu verpest, want als papa het huishouden terroriseert ben ik altijd degene die alle spanning absorbeert en van spanning komen zwarte gedachten en van zwarte gedachten komen slapeloze nachten. Niemand hier wordt aangeraakt maar als hij zo'n buien heeft zakt de grond onder mijn voeten weg. De rest van het gezin schijnt heel gemakkelijk dat alles te vergeten, zoals hij doet. De helft van de tijd herinnert hij zich zijn nucleaire reacties niet. Maar ik wil verdwijnen op die momenten. Als ik uit zijn zicht ben, is het al veel. En als hij de keuken binnenkomt met die blik in zijn ogen, dan ga ik naar boven, preventief. En dan hoor ik hem beneden razen.
En dan voel ik me zo slecht dat ik mama alleen heb gelaten tegen zijn salvo aan scheldwoorden. En de honden.
Het zal wel iets op het werk zijn.
Het is allemaal zo onvoorspelbaar. Er is geen logica, geen overzicht of begrip mogelijk. Ineens ontploft hij, en dan gaan wij er allemaal aan. En ik kan niet verhelpen dat ik dan denk dat dat komt omdat ik zo zwaar uitga, of omdat hij weet dat ik zo graag drink, omdat ik nog altijd geen diploma heb gehaald, omdat ik niet perfect ben, omdat ik hier nog ben.
Het zou gemakkelijk zijn als ik wist dat het door mij kwam. Dan moest ik gewoon weggaan en dan zou iedereen verlost zijn van zijn verbale geweld. Maar zo eenvoudig is het niet, er kan niks aan gedaan worden want hij heeft een stoornis die hij niet onder controle heeft. En er is geen manier om hem zover te krijgen geloof ik. Ooit heb ik wel eens pogingen ondernomen uit te leggen dat hij zich zou moeten excuseren, maar hij lachte me uit. En toen durfde ik niet meer.
Als mijn geheugen niet zo goed was, was ik gelukkiger denk ik. Maar ik herinner me AL zijn verwijten, zijn scheldwoorden, zijn minachtende opmerkingen. Heel mijn persoonlijkheid is ervan doordrenkt. Ik wil niet op hem lijken, ik wil niet door hem gevormd zijn, want ik haat hoe hij zijn omgeving verwondt. Misschien ben ik daarom verpleegster.
Ik moet toch echt wel studeren.

23:53 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

*

 



Wat een vreemde tijd.

19:48 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18 januari 2011

*

Ik had vandaag een gemiste oproep. Van mijn ex-verloofde. Hij is weer in het land en heeft nog spullen van me. Volgens mijn herinnering was ik heel duidelijk; brand het wat mij betreft, ik wil je nooit meer zien.

Dit is het kritieke moment. Waarop mijn wapens tegen zijn manipulatie aan de vuurtest worden onderworpen.

22:06 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17 januari 2011

Weekend

Mijn geest weet niet meer waar kruipen

Op de bodem van een bierglas

Leg ik hem voorzichtig te rusten.

 

En als morgen de zon opkomt

Kijken wat ze gemist heeft,

Zal blijken dat hij de avond

Daar heeft laten liggen.

 

© Clémence

22:07 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

*

16:31 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

*

07:06 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16 januari 2011

And I miss you, even when you're around.

Het lijkt even stabiel op nul-gevoel te blijven staan, nu. Ik voel echt niks meer. Maakt iedereen dit mee, of ga ik ervan uit dat mijn gevoelens erger zijn omdat ze dat vroeger ook waren? Ben ik zo vaak abnormaal beschouwd dat ik normaliteit niet meer herken? Ik weet het niet. Ik weet niks meer. Voelen en weten zijn twee dingen die ik nu niet kan of wil.
Het enige wat nu in werking is, is een soort overlevingsmechanisme. Doorgaan. En nu voelen zou daar behoorlijk nefast voor zijn. Niet teveel nadenken, veel lezen, tv kijken, studeren, muziek luisteren, maar zeker niet stil blijven staan bij de dingen die zich langs de binnenkant van mijn ribben een weg branden naar mijn keel en mijn ogen als ze geactiveerd worden. Hoewel ik nu al een poos niet meer gehuild heb, dat ben ik beu ofzoiets denk ik.
Er zit nog een diepgewortelde twijfel hoe het verder moet. Dat is het ergste eigenlijk. Waarom moet ik nog zo lang doorwroeten, voor iemand mij echt graag zal zien en het allemaal een beetje zin krijgt. Omdat ik als kind zo angstig ben opgegroeid, denk ik dat ik mezelf heb rechtgehouden aan de idee dat iemand ooit van me zou houden en dat ik dan niet meer zo hard zou moeten knokken om mezelf te bewijzen. En dat ik dan rust zou vinden.
Of dat zo is of niet, weet ik helemaal niet. Voor de ene misschien wel, voor de andere niet. Of het verstandig is of goed om zich zo te voelen, weet ik ook niet. Heel mijn leven hoor ik al dat ik moet doen wat ik wil met mijn leven, en dat ik alleen moet kunnen staan en dat het leven uiteindelijk toch altijd neerkomt op je eigen mannetje staan. Ik moet toegeven nog weinig anders te hebben gezien om me heen. Maar wat moet ik doen met het diametraal tegenovergestelde dat in mezelf zit? Ik ben gewoon niet zo.
Een job hebben waarvoor je gemotiveerd bent is natuurlijk belangrijk, maar dat zit al helemaal goed. Een partner hebben waarmee je conversaties kunt voeren die uren duren, dat ontbreekt nog verschrikkelijk hard en dat gemis verschroeit me. Er is iets dat nog verder gaat dan vriendschap, ook al zie ik mijn vrienden zo graag. Het vanbinnen en vanbuiten kennen van iemand, en nog gefascineerd zijn. Energie krijgen door de aanwezigheid van een bepaalde persoon. De slechte kanten wel zien, maar niet in staat zijn om er een oordeel over te vellen omdat de liefde voor die andere mens zo luid protesteert.
Vijf jaar lang heb ik dat ervaren voor iemand, en ik had dat blijven doen als hij nooit was weggegaan. Nu is mijn hart natuurlijk wel onherroepelijk gesloten, ik ben teleurgesteld in zijn onvermogen om mij terug te geven wat ik gaf. Maar ik ben ook teleurgesteld in de wereld om me heen, en dat is veel erger.
Er lijkt niemand te zijn die kan of wil wat bij mij het geval is. Iedereen is bang, geremd, verbitterd en gecorrumpeerd. Mensen zijn verblind door de wonden die ze nog dragen, en staan niet meer in contact met hun hart of dat van anderen. Ik heb ook geen voorbeeld gehad om hierop een oplossing te vinden. Mijn ouders zijn nog steeds gehuwd, maar ik heb mijn vader en moeder nooit enige compliciteit zien delen. Hun relatie is het laatste wat ik wil voor mezelf. Ze hebben me ook nooit raad gegeven die bruikbaar was, behalve zo van die achterhaalde standaard spreekwoorden uit de handboeken van de jaren '60.
De ernst waarmee ik omga met dit onderwerp is fundamenteel onbegrepen. Geen mens reciproceert het. Geen mens. Of zo voelt het toch. Alsof ik moederziel alleen sta en gedoemd ben om mezelf te moeten afsluiten omdat het nooit in dezelfde puurheid zal terugkomen, en mij dus blijvend zal kwetsen. Dat kan niet waar zijn dus sluit ik me (nog?) niet af, maar het gevoel is er soms wel.
Moet ik dan concluderen dat deze ernst niet goed voor me is? Ik weet niet of ik hem wel wil opgeven. Want natuurlijk doet het wel een beetje pijn soms, maar als het er dan zou zijn, zou het toch ook wel héél mooi zijn, niet? Of plegen mijn gevoelens op die manier héél langzaam zelfmoord...

23:52 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

15 januari 2011

Je bent wat je eet, sommige dagen eet ik niks

Shit. Het is begonnen. Het gevoel van leegte is gisterennacht weggegaan en een stroperige, gitzwarte pek heeft zich in de plaats gezet. Het soort verdriet dat niet naar buiten druppelt maar zich in een plakkerige, slijmerige massa een weg baant door je keel omhoog, en daar dan blijft steken. Het doet fysiek pijn.
Maar dat heeft niet echt te maken met die gevoelens voor die ene jongen. Dat was gewoon nog eens een druppel. Zo zijn er elke dag wel een paar nieuwe, de ene al met wat meer impact dan de andere. Het voelt alsof iemand me de hele voormiddag heeft staan stampen op mijn ribben met werkschoenen met stalen tippen. En ik ben gevallen, en hard, op mijn linkerscheenbeen staat een hele schaafwonde met een immense, extreem pijnlijke blauwe plek. En een brandwonde van een sigaret waar ik tegen gelopen ben op mijn rechterarm.
Ik ben vannacht voornamelijk met mensen omgegaan die niks voor me betekenen. Dat voelde veilig. Ik zag hem vijf seconden of zo, maar toen ik er was ging hij juist naar huis. Beter zo, waarschijnlijk.
Zou van een gebouw springen pijnlijk zijn? Voor een trein gaan staan gaat niet, want dan zou mijn familie moeten betalen voor de vertragingen en zo. Ophangen lijkt me veel te veel ruimte voor vergissingen te hebben, wat kan zorgen voor pijn of verlamming, dan sta je daar mooi. Het blijft maar bij gedachten. Maar ze zijn er, en het enige wat ik kan doen is wachten tot ze gaan. Ik weet wel dat ze zullen verdwijnen. En dat het ooit zal beteren. Maar dat verandert niks aan hoeveel pijn ik nu heb. Of misschien toch wel, misschien is dit wel de eerste keer dat ik het zelfvertrouwen heb om te geloven dat ik dit aan kan.
Deze cyclus herhaalt zich al zolang als ik gevoelens kan herkennen. Verwerken, verwerken, verwerken. Papa scheldt me uit, mama zegt niks, op school werd ik dagelijks gepest, ouders deden niks, ik had verdriet, papa zei dat ik me aanstelde, gedumpt in een instelling, een prooi voor slechte relaties, alleen alleen alleen. Alleen met de schaamte het allemaal niet aan te kunnen, alleen met de schaamte om alleen te zijn. Hier kan ik bij niemand mee terecht. Want praten helpt niet, al lang niet meer. Wat moet ik ook zeggen? Hallo, ik vind het leven niet meer leuk en dat is eigenlijk al heel lang zo. Dat is ook maar tijdelijk. Morgen vind ik het misschien wel weer leuk. En dan zal ik ook denken dat dat altijd al zo was.
Er zijn belangrijkere dingen. Er zijn mensen die overlijden, of ziek worden, of mishandeld worden. Maar toch wil ik roepen, brullen, mijn longen vermorzelen dat ik kapot aan het gaan ben. Ik ga gewoon kapot.

Al zo verschrikkelijk lang probeer ik te leren hoe je het alleen moet klaren. Ik heb nooit geweten waarom ik zo'n allesoverheersende nood heb aan verbondenheid met iemand, en waarom ik zo wegkwijn zonder. Mijn hele leven heb ik niet anders geweten, ik kan me zelfs herinneren dat ik als kind dacht "ooit komt er een man in mijn leven en die haalt mij hier weg". Zo ben ik een weerloos kind, te grabbel aan verwoesters. En ja, ik lijk zelfzeker, maar ik snak naar een gids, een vuurtoren in de oceaan, iemand die me uitdaagt en begeleidt.
Maar niemand ziet me. Niemand ziet mijn eenzaamheid, onzekerheid en angst.
Maar dat komt wel.

16:05 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

14 januari 2011

How my thoughts they let me down, and then there's you

Nachtrust en het vooruitzicht op een nacht vergeten, maken me enigszins rustiger. Maar verlamd en mank ben ik nog, al is dat best normaal in dit soort situaties. Nu voel ik me behoorlijk leeg. Leeg is nog altijd beter dan vol doorns. Het maakt niet zoveel uit allemaal. Het leven gaat door zoals het altijd was, voor iedereen even hard.
Wat is het toch vreselijk hatelijk om berichten te krijgen van precies die persoon, net toen je besloten had dat het beter was afstand te nemen. Ik heb toch geen belwaarde, pech. Hij vertelde me ooit hoe kwaad hij zich voelde toen zijn ex-vriendin hem vroeg hoe het met hem ging. En nu doet hij iets gelijkaardigs. Wat, WAT kan het je schelen. Te vroeg jongen, te vroeg om te doen alsof alles tussen ons normaal is.
Of we ooit goeie vrienden zullen zijn, staat zelfs in vraag. Ik had liever nooit geweten dat hij met al zijn beste vriendinnen ooit al geslapen had, of dat hij zo anders was dronken ten opzichte van nuchter, of dat hij zo wispelturig was en zo onbeslist over wat hij nu eigenlijk wil. Ik had liever nooit geweten dat hij nog zo'n egoïstisch kind was.

14:46 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13 januari 2011

I'm scattered on the floor, disappointed and sore.

Net toen ik dacht dat mijn gal wel op moest zijn, heeft heel mijn wezen zich er weer mee gevuld. Het is verscheurend, maar hoezeer ik ook zou willen dat het me verscheurt, ik blijf levend en wel voelen. Door mijn pseudowetenschappelijke en dus causale manier van denken, heb ik het gevoel dat me onrecht is aangedaan, omdat ik verdriet heb en dus wel door een boeman moet zijn afgeranseld.
Was het maar zo simpel.
Misschien moet ik eens op zoek naar een cursus zelfverdediging, maar dan mentaal. Hoe bescherm je jezelf tegen donzige gevoelens die pure demonen verbergen, tegen mannen die zelf aan diggelen liggen en blind zijn voor wat ze aanrichten? Ik herken ze, dat is het belachelijke aan mijn leven juist. Ik herken ze, maar geef ze toch voldoende ruimte in mijn gevoelens om er alles kort en klein te kunnen slaan. Een beetje zoals een pitbull aan zijn oren trekken en huilebalken dat hij bijt. De echte schuld treft mij, want dit is me al overkomen en elke keer maak ik mezelf wijs dat ik gegroeid ben. Terwijl ik in feite slechts een beetje verwerking achter de rug heb van wat voorbij is, maar niet beter gewapend ben tegen wat moet komen. Overmoedig stort ik mezelf keer op keer te pletter op een bittere desillusie.
Was ik maar een ééncellig organisme. Een heel klein bacterietje ergens diep binnenin een lichaam, door niemand opgemerkt en door niemand gestoord.
Het was lang geleden dat ik nog zo angstig was voor een komende periode. Dit pad ken ik vanbinnen en vanbuiten. De slapeloosheid, de zinloze nachten op café en de vruchteloze pogingen om te vergeten. De machteloosheid vooral, tegenover een berg tranen waar je niks tegen kunt beginnen. Gewoon wachten. Tot het betert. Tot het wegebt en tot je je ermee verzoent. En opnieuw beginnen, waarschijnlijk.
Nooit zal ik het begrijpen. Nooit. Hoe ik me zo kan vergissen. Hoe mijn fenomenale mensenkennis me zo kan ontvallen, dat ik de puurste vormen van liefde voel voor mensen die een ander niet eens opmerken, die geen aandacht schenken aan de gevolgen van hun handelingen en woorden, die de pretentie hebben hun intenties aan te nemen als hun persoonlijkheid, in plaats van hun daden. Het zal wel goed genoeg zijn, ik bedoelde het immers niet verkeerd. Dat ik een ander verwond heb, is mijn schuld niet, want ik wou het niet.
Eigen schuld. Haarfijn kan ik me herinneren hoe ik nog dacht, hij is zo gekweld, hij gaat me pijn doen. In plaats van op dat moment verstandig te zijn, heb ik dat kortstondige, impulsieve en emotionele wezen in mij laten regeren, al was het maar omdat het de pikzwarte, stekende gedachten in mijn hoofd eventjes overheerste. Ik liet mezelf misschien wel verliefd worden, om te mogen zweven, hoe kort ook. Mijn achterhoofd was op vakantie.
Het zal wel zijn redenen hebben. Hij zal het wel niet in zich hebben, dan. Dat klinkt nu als fictie, maar ik moet het door m'n strot rammen en zelf gaan geloven. Hij is niet goed genoeg, ook al schreeuwt elke vezel in mij nu dat het andersom is. Hij is degene die niet goed in zijn vel zit, hij is degene die worstelt en hij is degene die instabiel is, niet ik. Had hij me wel opgemerkt, had ik waarschijnlijk toch al zijn demonen doorgeschoven gekregen, en was hij er beter van geworden en had hij me achtergelaten met zijn puinhoop. Uiteindelijk ben ik wellicht aan iets ontsnapt dat me verder had kunnen verwoesten.
Nu nog zelf geloven.

21:37 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |