11 mei 2011

Concrete jungle where dreams are made.

Wat als je iemand ontmoet met wie je een uitzonderlijke band opbouwt, maar eigenlijk woont hij aan de andere kant van de wereld? Je houdt wel contact, alles verdiept en versterkt zich over het geruisloze en stiekeme verloop van maanden, maar er blijft een atlantische oceaan tussen liggen?
Je wil niet verloren lopen in een hopeloze liefde, maar je kan hem niet missen. Je wisselt gevoelens uit, honderden duizenden in een keer, en die blijken wel aan beide kanten te bestaan. Maar een LAT-relatie op zo'n afstand, kan zoiets? Als je een slechte dag hebt, een tegenslag, een noodgeval, kan je niet tegen hem aan leunen en rustig worden van zijn geur. Maar bellen kan wel. Overleeft een sterke band zo'n afstand?
Ik ben altijd in volle strijd, tegen de wereld, tegen alles wat me tegenspreekt. Wat ik wil, staat lijnrecht voor me uit en ik stuif erop af, niks doet me zwenken of vergeten waar ik heen ga. Het was me nog nooit overkomen om zo in iemands aanwezigheid te vergeten waar ik heen ging, als het maar was waar hij heen ging. Wat hij zegt, is altijd van een onberispelijke zekerheid. Zijn raad en zijn visie op zaken staan als de Himalaya in zijn wereld geboord en hij is niet uit zijn lood te slaan. Maar hij oordeelt ook niet om zich heen en heeft geen dwingende houding.
Normaal ben ik altijd zeker van mijn eigen keuzes en opvattingen, maar alleen bij hem kan ik terecht als ik het niet weet, en ben ik altijd zeker van een antwoord dat me echt van nut is. Hij is mijn steun en toeverlaat geworden, langzaam, het is er in geslopen. Onze gesprekjes waren soms kort, soms waren het urenlange uitwisselingen van meningen over vanalles, geen van beide met een bewuste intentie om dat te doen. En na enkele weken werden het dagelijkse tekentjes van leven. Het kwam vanzelf. En plots viel het ons op dat als één van beide drie dagen niets van zich liet horen, er een vreemde leegte bestond. Eerst eentje die niet benoemd of echt ervaren werd, later eentje die erg duidelijk en specifiek werd.
We begonnen elkaar gewoon te missen.
Het zou er wellicht op neerkomen dat één van ons naar de ander toe zou gaan, op langere termijn. Verhuizen, bedoel ik. Ik naar daar of hij naar hier -maar waarschijnlijk ik naar daar. Als het ooit al zover zou komen dat we dit een relatie zouden gaan noemen. Dat onderwerp wordt nog een beetje gemeden, omdat we allebei wel tamelijk nuchter van aard zijn, of toch een rationele geest hebben die losbandige emoties kan overstemmen. Vooral hij.
Hij heeft me het gevoel gegeven dat het niet aan mij ligt, dat ik niet oncontroleerbaar of gek ben, maar dat alle andere mannen tot nu toe tekort schoten. Dat maakt me rustiger dan ik ook had kunnen zijn.
Maar ik weet ook dat, als we nooit de stap naar relatie zouden zetten, we in elkaars leven zouden blijven en belangrijk zouden blijven voor elkaar.
Maar de vraag wat het verstandigste is of wat er komen zal blijft een beetje knagen.
We zien wel. Alleen met hem kan ik met vol vertrouwen en in alle rust zeggen, we zien wel, zonder te piekeren.

23:36 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |