07 maart 2010

Please please please let me get what I want

YouTube zou een repeatfunctie moeten hebben. Sommige nummers moet je honderd keer horen voor je alles wat erin zit, in je hoofd op een rijtje hebt.
Ook al ben ik vreselijk moe, zit mijn geest vol krullen en achterdeurtjes. De geneugten van het uitgaansleven schijnen me telkens weer mee te sleuren naar een duister plekje achter de gordijnen waar ik niet hoor te komen. En na afloop volgt een beetje spijt, maar ook de conclusie dat ik dankzij mijn overtredingen een fantastische tijd heb gehad. Hoe leer je iets af dat aanvoelt als een beloning?
Een beetje meer tijd nodig. Of een beetje minder schuldgevoel. Welke van de twee, pfrt, dat zoeken we ooit wel.
Waarom wil ik altijd zo wild zijn? Waarom ben ik geen zacht, rustig meisje dat in alle kalmte van haar Cola Light drinkt en zich intussen vermaakt met haar vrienden? Nee hoor, neeeee hooooor. Clémence is die rondspringende opdonder die haar pint morst op 3/4e van de omstaanders terwijl ze keihard meezingt. Ja, die.
AND ALL OF THIS WAS MADE FOR YOU AND ME.
Teveel aan 't nadenken misschien. Beter teveel dan te weinig. Er was ook veel, ineens. Mario, in een waas van onduidelijkheid of het nu zijn keuze was of niet. De begrafenis, die veel van me vergde. Veel moed, veel tranen en veel twijfels. Is dit het? Hebben zij gelijk en zijn wij naïef om te blijven doorgaan in de hoop iets goeds tegen te komen?
Ik heb een blindelings geloof in mijn geluk, waardoor ik de moed nooit kan opgeven. Misschien kunnen er in een mensenleven dingen gebeuren waardoor dat geloof wordt verpletterd. Of misschien zijn er mensenlevens die zo verlopen dat dat geloof er nooit echt is. Welke van de twee het ergste is...
OH THE PASSENGER, WHEN I RODE HERE TONIGHT, I KNEW THAT GODDAMN ROAD WAS MINE.
Good times for a change. Ik moet wel de twee liedjes afwisselen, mijn geloof moet opboksen tegen het pessimisme.

Zucht.

18:10 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01 maart 2010

Les chants de Maldoror

Il s'enfuit! Il s'enfuit! Mais, une masse informe le poursuit avec acharnement, sur ses traces, au milieu de la poussière. Seul, un jeune homme, plongé dans la rêverie, au milieu de ces personnages de pierre, paraît ressentir de la pitié pour le malheur.
En faveur de l'enfant, qui croit pouvoir l'atteindre, avec ses petites jambes endolories, il n'ose pas élever la voix; car les autres hommes lui jettent des regards de mépris et d'autorité, et il sait qu'il ne peut rien faire contre tous. Le coude appuyé sur ses genoux et la tête entre ses mains, il se demande, stupéfait, si c'est là vraiment ce qu'on appelle la charité humaine. Il reconnaît alors que ce n'est qu'un vain mot, qu'on ne trouve plus même dans le dictionnaire de la poésie, et avoue avec franchise son erreur.
Il se dit: "En effet, pourquoi s'intéresser à un petit enfant? Laissons-le de côté."
Cependant, une larme brûlante a roulé sur la joue de cet adolescent, qui vient de blasphémer. Il passe péniblement la main sur son front, comme pour en écarter un nuage donc l'opacité obscurcit son intélligence.
(...)
L'adolescent se lève, dans un mouvement d'indignation, et veut se retirer, pour ne pas participer, même involontairement, à une mauvaise action. Je lui fais un signe, et il se remet à mon côté.
Il s'enfuit! Il s'enfuit! Mais, une masse informe le poursuit avec acharnement, sur ses traces, au milieu de la poussière.
(...)
Race stupide et idiote! Tu te repentiras de te conduire ainsi! C'est moi qui te le dis. Tu t'en repentiras, va! tu t'en repentiras. Ma poésie ne consistera qu'à attaquer, par tous les moyens, l'homme, cette bête fauve, et le Créateur, qui n'aurait pas dû engendrer une pareille vermine.

 

Bron: DUCASSE, I., (Comte de L'autréamont), Les Chants de Maldoror, 6 Pieds Sous Terre, Frontignan, 2006, p. 109

16:57 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28 februari 2010

Ouders/peer groups

"Sommigen gaan zover te stellen dat het belang van de ouder-kind relatie voor de primaire socialisatie verwaarloosbaar klein is. Zo vertrekt Harris (1995) van bevindingen uit de gedragsgenetica om te stellen dat alle dyadische invloed van ouders op hun kinderen tot processen van genetische overerving te reduceren zijn. Ouders hebben slechts blijvende sociale invloed op de ontwikkeling van hun kinderen in de mate waarin ze, als groep, sociale leerprocessen binnen kindergemeenschappen kunnen sturen.
Zo zullen kinderen de normen en waarden van hun ouders niet overnemen als hun ouders binnen de gemeenschap geïsoleerd zijn en hun waarden en normen niet stroken met deze van de dominante cultuur.
Met andere woorden, ouders lijken een grote invloed te hebben op hun kinderen omdat ze behoren tot dezelfde cultuurgemeenschap als de ouders van de leeftijdsgenoten van hun kinderen. Niet iedereen gaat zover in het minimaliseren van de invloed van het gezin op de ontwikkeling van kinderen."

Bron: BRACKE, P., BRUTSAERT, H., Sociologie, Academia Press, Gent, 2008, "Socialisering", p. 59

 

Dit zou veel verklaren. 'k Had hier oorspronkelijk heel een zelfmedelijdentekstje over hoe ik een verstoten zwart schaap ben, maar eigenlijk is dat totaal irrelevant want ik heb mijn eigen familie samengesteld die bestaat uit mijn vrienden.
Maar in elk geval lijk ik in niks op mijn ouders of familie. Ofja, ik eet graag groenten en zij ook.

 

 

 

Excursie: Mario, dude ... Ik had je nog beter willen leren kennen dan de zinloze inside-jokes en scheve grijnzen die we uitwisselden.

23:34 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27 februari 2010

Tell me sweet little lies!

Waar zijn de mannen naartoe? Mannen! Waar hangen jullie uit!
Zij worden door meer gedefinieerd dan het orgaan tussen hun benen, moet u weten. Een man zoals ik hem interessant vind heeft een baard (een echte, geen dons), is breed en drinkt bier.
En alle jongens die jonger zijn dan 26-27 jaar hebben dat aantrekkelijke stadium helaas nog niet bereikt, en het gros van de Gentse studenten valt dus precies buiten mijn aandacht. Of misschien is het zelfs andersom. Of ze zijn nog niet zelfzeker genoeg om te zeggen "kom ier meiske, ik zal uw rots zijn". Of ze zijn heel bang van mij omdat ik een sarcastische opmerking klaar heb tegen hun pick-upline uit de Flair.
Of ik ben 'te ingewikkeld', zoals ik heb moeten aanhoren van de man van wie ik dacht dat hij mij juist daarom zo beminde. Dat is nu zes maanden geleden, en nog worden mijn ogen er vochtig van. Een heel klein beetje maar, maar toch.
Zijn er geen mannen die ertegen kunnen dat hun lief een wispelturige trees is? Ik ben een vrouw zoals iedereen ze wil; onversierbaar, taai en een grote mond. En zo gevoelig als een meiklokje.
Het is blijkbaar zo dat een leven lang bij elkaar niet meer serieus wordt genomen. Dus ben ik wel dik in mijn kont gepakt want ik ben dan één van de laatste idioten die dat nog zoekt. Ik ben the last of the Mohicans in een samenleving van gebruik-pers uit-dump-denkers. Is er zo geen moment waarop mannen kalmer worden, inzien dat ze eigenlijk toch een beetje dom zijn en beter een zelfzekere vrouw zouden hebben aan hun zijde om hun wegsijpelende verstand nog bij elkaar te houden? Nee?
Ik wil dat een man in mij zorgzaamheid, tederheid en warmte herkent door mijn sarcasme heen, IT'S SO FUCKING OBVIOUS. Wat een cliché! En ze kunnen het lezen op mijn horseshit-blog! Misschien komen de ridders even niet omdat de hoeven van hun paard onderhoud nodig hebben. Van mij mag hij zelfs te voet komen.
Zijn de stereotypen van vrouwen zo hard in de hoofden van mensen gebrand dat een grote mond automatisch betekent dat ik stoer en ruig wil doen en dat ik met ketels op hun hersenpan zal slaan als ze ooit te laat thuiskomen? Of denken ze dat ik dominant ben en de hele dag zal zeuren over wat ik wil?
In mijn ervaring zijn opgemaakte tuttebellen verwende koters die Me To You-beertjes willen en heel veel aandacht, en zijn natuurlijke schoonheden mensen die met fundamentelere dingen bezig zijn en zelfstandig genoeg zijn om een ander zijn vrijheid te gunnen. Laat ik nu net een kanjer van een natuurlijke schoonheid zijn, zeg.

Ik moet ertegenaan. En ophouden met denken dat 'mijn biologische klok tikt' alsof ik een gemenopauzeerde spinster ben. Ik moet ertegenaan en mijn doelen vastpinnen ergens binnen mijn gezichtsveld. Kunstgeschiedenis afwerken, verpleegkunde studeren, op de spoeddienst werken. Klak.
Qua sera sera
Whatever will be, will be
The future's not ours to see
Que sera sera

Ik voel me altijd zo oud vanbinnen. Zo doorleefd en vermoeid. Mijn lichaam is niet dat van een 23-jarige, zo gehavend als van een Papoeaanse krokodillenverzamelaar. Zijn er eigenlijk wel mannen die op Papoeaanse krokodillenverzamelaarsters vallen? Zijn er geen ridders die het meisje in me naar boven willen halen, want ik ben ze een beetje kwijt tussen al die krokodillenhuiden en speerpunten.
'k Ga het zelf moeten doen, allang gezien.
Nooit rekenen op mannen.

02:41 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24 februari 2010

Hume

Al zegt hij met oneindige overtuiging dat er ergens een standaard moet bestaan voor schoonheid, toch zit hij ernaast. Want schoonheid wordt bepaald door trends, en cultuur en opvoeding, gut, zelfs persoonlijkheid.

Schoonheid en mode zijn COMPLEET uit het luchtledige getrokken constructies, die nergens op slaan.

Fuck, nee, ik ben veel te zat. Vergeef me.

05:31 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20 februari 2010

.

Oozing coolness.

19:01 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29 januari 2010

Vaders.

Ik hou van mijn papa. En al ben ik 23, toch voel ik me weer een klein kind wanneer hij opmerkingen maakt over mijn studie-inspanningen.
"Doe je wel je best?", vroeg hij me. Een onschuldige vraag. Maar een gruwelijk ingewikkelde, complexe vraag tegelijkertijd. Inherent in de vraag schuilt een fundamenteel wantrouwen dat hij koestert jegens mijn engagement, een soort weggemoffeld misprijzen over mijn -toegegeven- ontspannen levenshouding. Men hoeft nochtans geen psycholoog te zijn om te weten hoe gespannen ik ben en hoe ik dit met alle macht tracht te compenseren met deze haakse levensstijl.
Maar mijn papa is geen psycholoog.
Na 23 jaar weet ik nog steeds niet hoe ik hierop moet reageren. Tegenwoordig klem ik mijn kaken op elkaar, verlaat ik de kamer en verzet ik zo snel mogelijk mijn gedachten. In mijn puberjaren brak op zulke momenten wereldoorlog III uit, maar die ben ik moegestreden. Het vechten om een zaak die niet gehoord wordt lijkt me een stuk minder aanlokkelijk, nu het me niet meer om het vechten gaat maar om communicatie.
Het snobisme dat ten grondslag ligt aan deze eis voor intellectuele trofeeën, botst niet alleen met mijn opvattingen, maar rijt ook telkenmale een oude wonde open. Mijn voorgangers in de kroost waren namelijk van die modelkinderen. Beiden zijn inmiddels afgestudeerd en niemand hoeft zich ooit om hen te bekommeren. Moest het binnen mijn mogelijkheden liggen om zo te zijn, zou ik niet twijfelen. Niet zonder schaamrood op de wangen, moet ik toegeven dat ik al op mijn knieën aan mijn bed heb gezeten, biddend dat ik zo zou mogen zijn in de toekomst.
Maar helaas, Clémence is een Chinese Tijger en het zit blijkbaar -los van dat bijgeloof, dat ik toevallig gewoon cool vind- in haar bloed om overal tegen te rammen en overal een vraagteken bij te plaatsen. Mijn eigen aspiraties schijnen hem niet te bekoren. Wat voor mij als een overwinning aanvoelt, doet zijn wenkbrauw licht rijzen.
Zolang ik geen papier behaald heb dat bewijst dat ik verstandig ben, is er in zijn geest geen reden om met trots over me te waken, als een stabiele, steunende vader. Hij zal me nooit de rug toekeren, maar zal tot het bittere einde verwachten dat een universitaire studie nog moet of kan komen.
Ik maak deze gedachten ooit wel af. Vermoeidheid.
(nvdr.: Dit zwarte gal werd gespuid vlak na de examens van het eerste semester.)

20:54 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |