12 mei 2010

So many heroes

Om half twaalf was ik al op, ik bemin mezelf soms echt. Op de trein viel ik in slaap en heb ik bijna mijn halte gemist, en nu ben ik weer klaarwakker. Soupir. Oja en op de trein heb ik ook pijnlijk ondervonden hoe het leven van een blondine eruit ziet. Je ne suis pas raciste, maar ze moeten niet overdrijven en ZEKER mijn doorgang in die smalle tweezitjes niet blokkeren.
Ik heb een breinloze Clémence-opmerking gemaakt over de voor-de-lol-verloving van een half jaar terug en zo, jezus, hij kon er niet mee lachen. Hij wou weten wat ik ermee wou bereiken. Na vijf jaar aan mijn zijde zou ik gedacht hebben dat mijn ex-bijna-man zou geweten hebben dat ik ofwel duidelijk bereik, ofwel geen intentie had om te bereiken. Het bleek nodig wat te gaan zitten paranoïde wezen. DUDE. Ik geef toe dat het een stomme opmerking was, maar ASJEBLIEF, doe niet alsof ik u voortdurend VISEER. Alle lieve dingen die ik hem nog meegaf toen hij vertrok naar Zuid-Afrika, gooit hij dan blindelings weg, want ik heb een grove opmerking gemaakt en hij wil zich niet laten doen. Het gaat nu maanden duren voor hij het te boven is en weer normaal kan doen. Zijn trots moet nog herstellen en shit. Ik had voor kleuterleidster moeten gaan of kweniwa.
't Is moeilijk. Veel feestjes en lol maar toch voel ik me belast. En ik word omringd door, welja, 'gezonde mensen', maar het lukt me niet gevoelens te hebben. Aangezien ik een vrouw ben, en roddels mij dus door de wetten der natuur bereiken, weet ik ook dat sommige mensen echt gevoelens voor me hebben of me heel leuk vinden of zo, maar ik kan aan mijn eigen gevoelens errond niet meer aan. Ik vind het niet vervelend, niet leuk, niet spannend, gewoon ijs- ijskoud. Nada.
Nochtans is er één van hen die me écht goed zou kunnen doen. Een purist, geen drinker, geen roker, maar wel een zware feester. Puur op karakter. Keigraaf. Maar ik kan het niet. En als er "momenten" zijn, dan voel ik me belachelijk om te denken dat het een moment is, en wordt het in mijn hoofd als vanzelf opgeruimd als een flauw soapfantasietje. Een moeilijk te ontwortelen deel van mij is nog niet teruggeveerd van de mishandeling die ik mezelf heb toegedaan en nog toedoe.
Eigenlijk praat ik quasi heel deze blog al naast de kwestie.
Het is ook niet gemakkelijk om het toe te geven. En het is belachelijk. En alle vrouwen hebben het weleens. En het is nutteloos om over sommige dingen te spreken. Al helemaal om het te schrijven op een publiek ding. Soms wil ik het echt brullen, als ik aan de toog zit met een pint en iedereen het kan horen. Maar ik durf niet.
Want het is echt afschuwelijk om iemand zo'n dingen te horen zeggen. En buiten 'amai, da's een getikte ze', zal ik er weinig bij winnen. De frustratie culmineert momenteel gewoon. Praten helpt niet, ik heb alles geprobeerd. Psycholoog, psycho-analyticus, therapeut, neuroloog, psychiater, instelling, mama, vrienden, ALLES. Sommige dingen hebben geholpen maar de laatste tijd haal ik er niks meer uit. En dan zeggen ze, je moet je goed voelen bij jezelf voor je aan een relatie kunt beginnen. En dan voel ik me alleen en onbevestigd en triest, en voel ik me niet goed in m'n vel. Maar niemand zal het weten. "HAHA ik ben echt een KEICOOL WIJF" is wellicht één van m'n meest frequente uitspraken. Ook al gelooft geen haar op m'n hoofd dat iemand anders dat ook vindt (ik vind het zélf wel, maar heb moeite om aan te nemen dat iemand het zal opmerken).
En als het wel wordt opgemerkt, door mensen die dan misschien gevoelens voor me hebben, dan nog geloof ik er niet in, ofzoiets. Dan denk ik 'ha, wacht maar, je weet nog niets'. Misschien belast ik mijn partners teveel. Dat ik denk dat ik hen dan alles mag of moet vertellen wat door me heen raast, en dat ze plots een heel luik van me zien opengaan dat ze nooit hadden vermoed toen ze me 'gewoon' kenden. Zonde dat dat luik erm, de grootte van België heeft, give or take. Mijn aanpak is meestal om alles wat ik ben bij elkaar te rapen, en in zijn armen te duwen "hier, doe er wat mee". Maar daar zitten vlammenwerpers, scheermessen, drietanden en prikkeldraad tussen. Dus eigenlijk staat daar dan meestal een hulpeloze man, met vreselijke dingen voor hem, zich af te vragen of ik misschien nog terugkom om een beetje mee te helpen of zo. Upside; er zijn nooit geheimen (krekel in de achtergrond).
Er zijn zoveel demonen. En ik ben ze zo gewend, dat ze bijna gezelschapsdiertjes zijn geworden en ik ze niet speciaal aanpak. Maar een nieuweling die even komt binnenkijken schrikt zich een ongeluk. "Ja sorry ze, ben er nog niet toe gekomen om hier wat op te ruimen, hehe". Kun je wel zeggen. Ik merk ze zelfs niet meer op. En voor mij is dat prima zo, ik functioneer, ik draai mee in een systeem, maar het lijkt onaanvaardbaar voor de mensen die ik binnenlaat. HOWJOM WATAFAAK. En dan schaam ik me elke keer zo vreselijk hard, dat ik had kunnen denken dat dit oké zou zijn voor iemand. Stomme, stomme Clémence.
Mijn ex-vriend wou me volgens mij als paradepaardje. Zie eens naar mijn lief haar armen en benen, HA, ik heb dat getemd he jongens. En toen bleek dat dat eigenlijk maar het oppervlakkigste was van wat er allemaal in me bestaat, werd hij lijkbleek en nam hij vakkundig afstand van de vacature.
Eigenlijk sta ik wel op mijn eigen benen en voel ik me wel goed bij mezelf, maar er wordt me opgedrongen dat er dingen niet juist zitten, omdat ik niet preciés in een vakje pas. Misschien moet ik me minder aantrekken van dat vakje en meer van mijn eigen vormpje. En fuck het vakje big time als ik er niet in pas. Ik heb nu eenmaal een bepaalde inhoud, en als je het uitsteeksel daar indrukt om erin te passen, schiet er ergens anders wel weer iets nieuws uit. Zinloos. Fuck me sideways ik rule echt in beeldspraak he. Ik zie mijzelf al als een blob rode plasticine in een kubusje geperst worden en langs alle kanten appendixen groeien. Mhaha.
Clémence, ga is slapen jom.

 

Every night that goes between
I feel a little less
As you slowly go away from me
This is only another test

Every night you do not come
Your softness fades away
Did I ever really care that much
Is there anything left to say

Every hour of fear I spend
My body tries to cry
Living through each empty night
A deadly calm inside

I haven't felt this way I feel
Since many a year ago
But in those years and the lifetimes past
I did not deal with the road

And I did not deal with you I know
Though the love has always been
So I search to find an answer there
So I can truly win

Every hour of fear I spend
My body tries to cry
Living through each empty night
A deadly calm inside

So I try to say
Goodbye my friend
I'd like to leave you with something warm
But never have I been a blue calm sea
I have always been a storm
always been a storm
ooh always been a storm
I have always been a storm

We were frail

She said,
"Every night he will break your heart"
I should have known from the first
I'd be the broken-hearted

I loved you from the start
Save us...
And not all the prayers in the world - could save us

01:35 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26 april 2010

J'ai pété les plombs.

Vrijdag was een kwelling. Mijn goeie vrienden waren vroeg weg of afwezig, en ik zat zonder fiets vast op café. Een compleet nutteloze vermoeienis was het. Voor ik van thuis vertrok had ik papa een kus willen geven, maar hij deed teken dat hij niet wou -woorden was ik op dat moment klaarblijkelijk niet waard. De hele avond hing een zwaar gevoel in mijn maag, ook al dacht ik niet meer echt aan dat voorval. Ik heb dan gedronken tot mijn gevoelens sliepen. Toen mama me de dag daarop 's middags belde om te zeggen dat ze me kon oppikken, leek het alsof ik eindelijk weer ergens hoorde. En toen ik zag dat papa zwaaiend mee in de auto zat, was ik ineens weer een kleuter van vijf die in de genade van de Grote Boze Papa was gevallen.
De regeringscrisis knaagt mijn vader aan stukken, legde mama me later uit. Er is geen oplossing, hij kan niets doen buiten lijdzaam afwachten. Voor een ex-militair is dat een nagenoeg ondraaglijke situatie. Daar moet bijgerekend worden dat ik vreselijk op hem lijk en liever opkrop dan dat ik iemand moet verontrusten. Maar uit mijn gedrag blijkt toch een zekere wanhoop, blijkbaar, want er zijn al ettelijke -onhandige, maar toch schattige- pogingen ondernomen om te polsen naar mijn emotionele kronkels. Maar het lukt me dan niet om het uit te leggen, omdat de gewoonte om dat te doen al jaren slabakt en dus hopen achtergrondinformatie ontbreekt. Dus zeg ik dingen als "het komt allemaal wel goed, ik moet gewoon nog even iets voor mezelf oplossen, maar je kent me hé! ik geef niet op en zo". En dan schuifelt hij semigerustgesteld door de tuin, terwijl hij met alle goeie wil van de wereld probeert te begrijpen hoe zijn 23-jarige dochter haar emotionele welzijn kan laten primeren boven haar studies.
Daardoor is papa dus gespannen, nu, en dat geeft extreem onvoorspelbare vonken. Soms flappen er provocerende opmerkingen uit, en NO WAY dat ik me laat provoceren zonder dat hij daar een lawine voor terugkrijgt. Als ik een kort zomerrokje aanheb, krijg ik gegarandeerd een "je ziet er hoerig uit" vlak voor ik de deur uitstap, zonder me voor de rest oogcontact te gunnen. Daar staat hij dan in de keuken, met zijn IPhone in de hand, een beetje te prutsen aan één of andere imaginaire instelling. "Ja, als ik morgen niet thuiskom, dikke pech. Salut", antwoord ik bitter, maar de voordeur is nog niet toe of mijn binnenste schrompelt al in elkaar. Maar ik moet 'consequent' zijn, want hij heeft het recht niet om zoiets tegen me te zeggen, en ook al verander ik hem wellicht nooit meer, ik mag me niet laten doen.
Het is ons cirkeltje, en de opgekropte woede verschroeit alles vanbinnen terwijl we allang spijt hebben van dit alles maar ons nooit zullen excuseren. Er is geen grens, want die is er op onze liefde voor elkaar ook niet. Geen seconde twijfel ik aan mijn vaders liefde wanneer zo'n ruwe opmerking als een mes in me snijdt.
Ik heb gezag altijd van me af gesputterd, alles wat hij me bood werd door een kritische filter gehaald en 9 kansen op de 10 verpletterd. De waarden en prioriteiten die hij me wilde meegeven, werden schaamteloos door mij gecompromitteerd als mij dat een verstandige beslissing leek.
Hulpeloos heeft hij me opnieuw en opnieuw moeten zien vallen, tegen muren smakken, zien lijden, huilen en koppig opnieuw beginnen. Mijn onorthodoxe manier om ermee om te gaan moet hem veel verdriet gedaan hebben, maar dat heeft hij fier en kranig voor zichzelf gehouden.

Gelukkig was zaterdagnacht van zo'n uitmuntende kwaliteit, dat mijn relativeringscapaciteiten weer versterkt werden. Een hele dag in de zon later leek mijn gepieker behoorlijk overdreven en was ik volledig ontspannen. Anderhalve dag lang mocht mijn schild naar beneden, want mijn vrienden verzorgen mijn angsten met respect. Niet dat hierover gepraat wordt of zo. Ik zou dit nooit kunnen zeggen. Ze vermoeden misschien dat ik af en toe worstel met van die meisjesdingen, in elk geval is het vooral het gevoel dat ik wegsmelt in een groep. Ik krijg geen medelijden, geen oordeel, geen roddels, alleen gezelschap, humor en raad als ik er om vraag.
En ik krijg de kans om hetzelfde terug te doen. Er wordt oprecht geluisterd als ik iets zeg. Alleen dàt al! Ik hoef niet eens te vechten voor mijn plekje. Zelfs thuis kan ik dat niet zeggen.
Morgen picknick! Een laatste graantje meepikken voor ik weer naar mijn kot moet.

 

Met zoveel, toch alleen
Zo vol en helemaal leeg
Altijd lachen, vanbinnen vol verdriet
Zoveel te bieden
Zoveel kunnen
Jezelf de tijd niet gunnen.

Zoveel weten,
Alles voor een tweede keer afmeten.
Zoveel zien, helder en scherp, maar toch zo blind staren.
Altijd goed... Plots zo slecht... Het ervaren
Het voelen, erbij stilstaan, en toch zo snel gaan
Zoveel hebben, toch een half hart. 

Altijd het licht zien
Dan zo sterk en toch vanbinnen zo zwak
Zo kort zijn in een oneindig lange weg
Zoveel willen zeggen met de woorden die men niet hoort
Zoveel willen uitleggen MAAR IK KRIJG HET NIET VERWOORD.

(Jasmien Loos)

02:33 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

01 maart 2010

Euforie!

Wat me precies overkwam weet ik niet. Al is dat zelden het geval.
Volgens mij ben ik een sinusoïde. Met als voordeel dat ik altijd kan rekenen op mijn functie om weer omhoog te gaan eens ik mijn dieptepunt bereikt heb.
En hier zit ik dan, in mijn onnozele high, onnozel te wezen. Intussen heb ik al gedanst, gesprongen op mijn bed (het bed op mijn kot heeft van die leuke veringen!) en veel te veel cola -en dus caffeïne- op. Clémence, wat overkomt je! Ben je verliefd? Helemaal niet. Ik ben het wachten beu. Ze zijn allemaal zo berekend, zo voorzichtig, daar heb ik geen geduld voor. Mijn tijd is op.
Uit ervaring heb ik bijeen geraapt dat deze hoogte niet lang zal duren, dus haal ik er alles uit. Alle gewaagde, pijnlijke, zure dingen die ik moet doen, moet ik nu doen. Mijn ex-vriend uitschijten voor wat hij gedaan heeft, zijn hemd in reepjes knippen dat hij hier "achteloos" heeft laten liggen waardoor zijn GEUR me soms nog tegemoet komt, me lam zuipen en alle mannen pesten die ik tegenkom, ophouden met eten, of het gewoon vergeten, me als hoer verkleden en kotfeestjes volledig overnemen, huilen maar het verdriet niet echt voelen (het is meer lacherig huilen, niet goed wetend wat er gebeurt), de belachelijkste houseplaten opleggen op een ongehoord volume en er in opgaan alsof ik zelf een sol ben. Er is geen einde aan de inspiratie.

Ik weet dat ik een verbintenis nodig heb met iemand. Een persoon met heel heel precieze eigenschappen. Wie het juist is, is irrelevant. Maar de eigenschappen moeten er zijn (O-benen en grote handen zijn onontbeerlijk, maar binnenin zijn er ook nog wel een paar). En ik weet dat ik aan het opbranden ben op mijn eentje en dat de realiteit me ontglipt. Maar het lukt me niet meer. Mijn allerbeste vriend is naar Costa Rica vertrokken (en god wat gun ik het hem!), maar ik was niet eens in staat afscheid te gaan nemen. Ik heb mijn lievelingsboek, Timbuktu van Paul Auster, voor hem gekocht, voor de reis, maar ik kon het gewoon niet afgeven. Ik zou gehuild hebben als een domme kleuter en hem verdriet gedaan hebben.
Het is alsof mijn vaardigheid om naïef, gelukkig en remloos op iemand af te stuiven defect is. Mijn hart is gehandicapt. Ik mank maar wat in de buurt van mensen, en ik geef er niet eens om hoe ik overkom. Erop of eronder, wat anders kan ik nog doen. Een tweede kans krijg je toch nooit als het op eerste indrukken aankomt. En de eerste indruk bepaalt of je nog wordt aangesproken of niet. Zo is dat in small towns.
Ze hebben allemaal hun trots, ik niet. Zo krijg je dus de opdonder die ik ben. Ik doe alles voor je, alles, of ik je ken of niet, ik doe alles voor je. Ik brul en ik spartel, maar ik doe alles voor je. Zolang je me maar geen pijn doet, want ik kan er niet tegen en je weet het.

Maar natuurlijk heb ik een hoog IQ, coole studies in het vooruitzicht en de prachtigste, liefdevolste vrienden van de wereld. Zij weten. Zij weten wat niemand weet. Dat ik voel! (Sssjt!)
Mijn ouders zijn lieverds, die me steunen op hun notoir onhandige manier die totaal verkeerd overkomt, maar die ik heus wel apprecieer (sssjt! dit is écht geheim!). Mijn Ijspegelzus met haar stom liefje zijn beiden achter slot en grendel in mijn hart verstopt en mijn Ridderlijke broer al zéker. Alle kansen heb ik, ondanks enkele heel harde klappen, om mijn geluk te fabriceren. Maar daar moet ik nog een beetje volwassener voor worden. Nu nog niet. Laat me nog even het losgeslagen beest uithangen, heb nog even geduld met me. Ik ben nog niet klaar om mijn verantwoordelijkheidsgevoel permanent te dragen. Er zijn nog duizenden stommiteiten die ik moet uithalen, foute liefjes die ik moet frequenteren, eer ik tot rust kan komen. Zo weinig tijd! En nog zoveel te zien, te reizen, te weten, te voelen!
Mijn onschuld is nog te zuiver om in te leveren voor bewustwording, het kind in mij nog te jong om te horen dat Sinterklaas niet bestaat.
Ik ben 23, het is nog lang geen tijd om te gaan slapen.

 

Ik ben een heel klein meisje
Zeg dat je van me houdt

Hou van me
Hou van me

Tot het me benauwt

(Barbara Rottiers)

21:47 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27 februari 2010

Tell me sweet little lies!

Waar zijn de mannen naartoe? Mannen! Waar hangen jullie uit!
Zij worden door meer gedefinieerd dan het orgaan tussen hun benen, moet u weten. Een man zoals ik hem interessant vind heeft een baard (een echte, geen dons), is breed en drinkt bier.
En alle jongens die jonger zijn dan 26-27 jaar hebben dat aantrekkelijke stadium helaas nog niet bereikt, en het gros van de Gentse studenten valt dus precies buiten mijn aandacht. Of misschien is het zelfs andersom. Of ze zijn nog niet zelfzeker genoeg om te zeggen "kom ier meiske, ik zal uw rots zijn". Of ze zijn heel bang van mij omdat ik een sarcastische opmerking klaar heb tegen hun pick-upline uit de Flair.
Of ik ben 'te ingewikkeld', zoals ik heb moeten aanhoren van de man van wie ik dacht dat hij mij juist daarom zo beminde. Dat is nu zes maanden geleden, en nog worden mijn ogen er vochtig van. Een heel klein beetje maar, maar toch.
Zijn er geen mannen die ertegen kunnen dat hun lief een wispelturige trees is? Ik ben een vrouw zoals iedereen ze wil; onversierbaar, taai en een grote mond. En zo gevoelig als een meiklokje.
Het is blijkbaar zo dat een leven lang bij elkaar niet meer serieus wordt genomen. Dus ben ik wel dik in mijn kont gepakt want ik ben dan één van de laatste idioten die dat nog zoekt. Ik ben the last of the Mohicans in een samenleving van gebruik-pers uit-dump-denkers. Is er zo geen moment waarop mannen kalmer worden, inzien dat ze eigenlijk toch een beetje dom zijn en beter een zelfzekere vrouw zouden hebben aan hun zijde om hun wegsijpelende verstand nog bij elkaar te houden? Nee?
Ik wil dat een man in mij zorgzaamheid, tederheid en warmte herkent door mijn sarcasme heen, IT'S SO FUCKING OBVIOUS. Wat een cliché! En ze kunnen het lezen op mijn horseshit-blog! Misschien komen de ridders even niet omdat de hoeven van hun paard onderhoud nodig hebben. Van mij mag hij zelfs te voet komen.
Zijn de stereotypen van vrouwen zo hard in de hoofden van mensen gebrand dat een grote mond automatisch betekent dat ik stoer en ruig wil doen en dat ik met ketels op hun hersenpan zal slaan als ze ooit te laat thuiskomen? Of denken ze dat ik dominant ben en de hele dag zal zeuren over wat ik wil?
In mijn ervaring zijn opgemaakte tuttebellen verwende koters die Me To You-beertjes willen en heel veel aandacht, en zijn natuurlijke schoonheden mensen die met fundamentelere dingen bezig zijn en zelfstandig genoeg zijn om een ander zijn vrijheid te gunnen. Laat ik nu net een kanjer van een natuurlijke schoonheid zijn, zeg.

Ik moet ertegenaan. En ophouden met denken dat 'mijn biologische klok tikt' alsof ik een gemenopauzeerde spinster ben. Ik moet ertegenaan en mijn doelen vastpinnen ergens binnen mijn gezichtsveld. Kunstgeschiedenis afwerken, verpleegkunde studeren, op de spoeddienst werken. Klak.
Qua sera sera
Whatever will be, will be
The future's not ours to see
Que sera sera

Ik voel me altijd zo oud vanbinnen. Zo doorleefd en vermoeid. Mijn lichaam is niet dat van een 23-jarige, zo gehavend als van een Papoeaanse krokodillenverzamelaar. Zijn er eigenlijk wel mannen die op Papoeaanse krokodillenverzamelaarsters vallen? Zijn er geen ridders die het meisje in me naar boven willen halen, want ik ben ze een beetje kwijt tussen al die krokodillenhuiden en speerpunten.
'k Ga het zelf moeten doen, allang gezien.
Nooit rekenen op mannen.

02:41 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24 februari 2010

Hume

Al zegt hij met oneindige overtuiging dat er ergens een standaard moet bestaan voor schoonheid, toch zit hij ernaast. Want schoonheid wordt bepaald door trends, en cultuur en opvoeding, gut, zelfs persoonlijkheid.

Schoonheid en mode zijn COMPLEET uit het luchtledige getrokken constructies, die nergens op slaan.

Fuck, nee, ik ben veel te zat. Vergeef me.

05:31 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14 februari 2010

5 minuten heldenmoed

Ah, de overmoed die een jonge mens kan overvallen. Dingen kunnen zo in je gezicht ontploffen, dat alle gevoelens van dapperheid van daarvóór onbereikbaar worden. Dingen lopen mis en het schijnt de bedoeling te zijn je ertegen te harden. De enige oplossing is je hart te sluiten voor de dingen die je mist, want het leven ontglipt aan je controle.
Ik haat het. Ik HAAT het wanneer ik eens te meer moet bekennen iets niet te hebben behaald, een doel niet te hebben verwezenlijkt, en het dan te moeten relativeren, alsof het er nooit toe deed. Dingen te moeten afgeven, en te glimlachen en mijn schouders op te halen, zodat niemand anders er last van heeft. Elke keer je zo'n vreselijke muur sloopt, denk je, "oké, nu ben ik sterker, dit zal me niet meer overkomen", en toch volgt elke keer een nieuwe situatie waarin je je precies hetzelfde voelt, onverminderd en ongecensureerd of zo. Het leven werpt het je telkenmale voor de voeten, en waarom? Natuurlijke selectie, om te zien wie het haalt en wie niet? Of is het gewoon een gepest, omdat een perfect leven te snel zou gaan vervelen?
Ongewild ga je toch altijd denken, "waaraan heb ik dit verdiend?" Het is alleszins eenvoudiger in onze gedachtengang om een oorzaak-gevolgrelatie te traceren tussen wat we fout doen en wat ons overkomt, dan ons over te geven aan een onbeslist lot dat op complete willekeur berust. Hebben we dan niks in de hand? Kunnen we dan niet zorgen dat sommige dingen die ons dierbaar zijn dichtbij ons blijven? Misschien is het de bedoeling dat we plezier ontdekken in de tijdelijkheid van de dingen. Dat we er ons bij neerleggen dat mensen waar we van houden kunnen weggaan op welk moment dan ook, en dat dat precies de tijd die je hebt waardevol maakt. Dat het verdriet dat op je staat te wachten een prijs moet zijn die je blindelings betaalt, gewoon voor de tijd dat je geluk mag kennen.
Of misschien moet je leren om minder blindelings te betalen, om het verdriet ook minder kansrijk te maken. Maar hoe minder blindelings, hoe minder puur het geluk, heb ik gemerkt. Je moet het ene afwegen tegen het andere.
Maar soms is het zo dat je nog gelooft in geluk met een persoon, maar dat die persoon je blindheid heeft vergiftigd, zoals Eva die Adam de verboden vrucht gaf. Je ziet nu. Je bent bang. Je ziet de mogelijkheid om gekwetst te raken, om iets te verliezen, om naakt te zijn voor de ander. Het paradijs is je ontnomen.
Wanneer vergiffenis geen troost meer biedt, waar moet je dan heen? Wanneer je jezelf niet langer kan vergeven, omdat de pijn niet meer overgaat en je jezelf de schuld geeft, waar moet je dan heen? Hoeveel pijn is één persoon waard?
Het is vrij simpel tegen jezelf te zeggen: hier ligt het niet, mijn geluk, ik zoek elders. Ik kan het heel gemakkelijk. Maar ik ben koppig en als ik voel dat het ergens ligt, blijf ik zoeken en peuteren op diezelfde plek. Ook al wil die plek helemaal niet dat ik daar peuter -jezus, WAT kan mij dat schelen. Het is veel moeilijker om ontberingen te doorstaan omdat je overtuigd bent dat één persoon het geluk voor je vasthoudt. Maar hoe lang moet je wachten tot die persoon op dezelfde golflengte zit? Is er een moment waarop je moet opgeven, voor je eigen vel? Is er een moment waarop zelfs God zou zeggen "meid, serieus, denk aan je eigen leven"?
Ik heb het gevoel dat mijn overtuiging iets extreem zeldzaam is. Dat het het soort overtuiging is dat maar enkele keren voorkomt per generatie, en dat het leeuwendeel van de mensen settelt voor tweede of derde keuze. In feite ben ik in heel mijn leven nog nooit zo zeker van iets geweest. Wellicht daarom durf ik het maar heel moeilijk loslaten. Zoals hij dat wel heeft gedaan.
Het feit dat hij dat heeft gedaan, moet eigenlijk al een sterke boodschap zenden. Ik besef het wel, ik weet alleen niet of ik klaar ben om het te aanvaarden. Dat zijn overtuiging het laat afweten, betekent dat iemand anders het voor hem weer zal moeten doen opflakkeren.
Ik mag niet wachten.
Damn, hoe vaak in een mensenleven kom je de situatie tegen waarin je jezelf moet dwingen om op te geven.
Niet wachten.

23:53 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

29 januari 2010

Vaders.

Ik hou van mijn papa. En al ben ik 23, toch voel ik me weer een klein kind wanneer hij opmerkingen maakt over mijn studie-inspanningen.
"Doe je wel je best?", vroeg hij me. Een onschuldige vraag. Maar een gruwelijk ingewikkelde, complexe vraag tegelijkertijd. Inherent in de vraag schuilt een fundamenteel wantrouwen dat hij koestert jegens mijn engagement, een soort weggemoffeld misprijzen over mijn -toegegeven- ontspannen levenshouding. Men hoeft nochtans geen psycholoog te zijn om te weten hoe gespannen ik ben en hoe ik dit met alle macht tracht te compenseren met deze haakse levensstijl.
Maar mijn papa is geen psycholoog.
Na 23 jaar weet ik nog steeds niet hoe ik hierop moet reageren. Tegenwoordig klem ik mijn kaken op elkaar, verlaat ik de kamer en verzet ik zo snel mogelijk mijn gedachten. In mijn puberjaren brak op zulke momenten wereldoorlog III uit, maar die ben ik moegestreden. Het vechten om een zaak die niet gehoord wordt lijkt me een stuk minder aanlokkelijk, nu het me niet meer om het vechten gaat maar om communicatie.
Het snobisme dat ten grondslag ligt aan deze eis voor intellectuele trofeeën, botst niet alleen met mijn opvattingen, maar rijt ook telkenmale een oude wonde open. Mijn voorgangers in de kroost waren namelijk van die modelkinderen. Beiden zijn inmiddels afgestudeerd en niemand hoeft zich ooit om hen te bekommeren. Moest het binnen mijn mogelijkheden liggen om zo te zijn, zou ik niet twijfelen. Niet zonder schaamrood op de wangen, moet ik toegeven dat ik al op mijn knieën aan mijn bed heb gezeten, biddend dat ik zo zou mogen zijn in de toekomst.
Maar helaas, Clémence is een Chinese Tijger en het zit blijkbaar -los van dat bijgeloof, dat ik toevallig gewoon cool vind- in haar bloed om overal tegen te rammen en overal een vraagteken bij te plaatsen. Mijn eigen aspiraties schijnen hem niet te bekoren. Wat voor mij als een overwinning aanvoelt, doet zijn wenkbrauw licht rijzen.
Zolang ik geen papier behaald heb dat bewijst dat ik verstandig ben, is er in zijn geest geen reden om met trots over me te waken, als een stabiele, steunende vader. Hij zal me nooit de rug toekeren, maar zal tot het bittere einde verwachten dat een universitaire studie nog moet of kan komen.
Ik maak deze gedachten ooit wel af. Vermoeidheid.
(nvdr.: Dit zwarte gal werd gespuid vlak na de examens van het eerste semester.)

20:54 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28 januari 2010

Mentale golven sturen de conjunctuur (Helmut Gaus)

EMERITUS HOOGLERAAR HELMUT GAUS (UGENT) BESLUIT VIJFTIG JAAR ONDERZOEK MET EEN VERRASSENDE STELLING.

De mentale golven veroorzaken het op- en neergaan van de conjunctuur, en niet de economische golven -zoals in het spoor van de Russische econoom Kondratieff tot dusver werd aangenomen. Die stelling vormt het ophefmakende sluitstuk van vijftig jaar wetenschappelijk onderzoek door de Gentse hoogleraar Helmut Gaus.

-

De Gentse emeritus hoogleraar Helmut Gaus maakt al decennia school met zijn theorie van de 'golfbewegingen' in de geschiedenis. "Wegens het repetitieve karakter van de bijna mathematisch voorspelbare golven laten die ons toe prognoses of voorspellingen te maken over ons denken en handelen in de toekomst." Na een halve eeuw van interdisciplinair wetenschappelijk onderzoek vond Gaus de sleutel waar hij heel zijn leven naar zocht.
Hij stelt dat niet de economische golven, zoals die voor het eerst werden beschreven door de Russische statisticus Nicolai Kondratieff (1892-1938), maar de mentale golven verantwoordelijk zijn voor de op- en neergaande curven van de conjunctuur. "Die stelling bevestigt ook de vroegere vaststelling van wetenschappers dat mentale veranderingen in de samenleving plaatsvonden vóór de economische veranderingen", zegt Gaus. "Het is dan ook mijn vaste overtuiging dat de conjunctuur wordt aangestuurd door een mentale golf. Dat is de onafhankelijke sturende factor achter het hele systeem -en niet de economie."

Geschiedenis heeft twee gedaanten
Gaus is lang niet de eerste onderzoeker die vaststelt dat de geschiedenis verloopt volgens steeds terugkerende golfbewegingen. "Het is van essentieel belang een onderscheid te maken tussen twee gedaanten van de geschiedenis", onderstreept Gaus. "Je hebt enerzijds de materiële geschiedenis: de uiterlijke verschijningsvorm, de materiële context die wordt aangestuurd door de wetenschap en technologie. Die ontwikkeling gaat lineair. In een almaar hogere versnelling worden voortdurend nieuwe zaken aangemaakt." Anderzijds heb je de geschiedenis van de menselijke gedragingen. "Die laatste verloopt niet lineair, maar volgens de steeds terugkerende trage golfbewegingen die Kondratieff voor het eerst in de economie zag", betoogt Gaus. De mentaliteit verandert helemaal niet zo snel als de materiële ontwikkelingen. De vorming en de ontwikkeling van de mentaliteit zijn een traag rijpingsproces. Jongeren worden vandaag niet vroeger volwassen dan tien, twintig of honderd jaar terug. Kondratieff berekende dat die golfbewegingen een cyclus doorlopen van ongeveer vijftig jaar, waarbij op een dalende beweging telkens weer een opwaartse beweging volgt.

In de recente geschiedenis situeerde het laatste hoogtepunt zich omstreeks 1971, waarna de dalende beweging na een dieptepunt omstreeks 1990 opnieuw langzaam in stijgende lijn gaat, om omstreeks 2021 een nieuw hoogtepunt te bereiken.

De 'normaalangst'
Op welke manier meet Gaus de menselijke gewaarwordingen? De standaard of de rode draad in zijn onderzoek is de 'normaalangst'. "In een maatschappij is altijd -hoewel velen zich daarvan niet bewust zijn- een lichte vorm van onzekerheid en angst aanwezig." De angst die een wezenlijk onderdeel vormt van onze 'condition humaine' stijgt en daalt op het ritme van de lange golf. Wanneer de conjunctuur in een stijgende lijn zit, neemt de angst af. En omgekeerd stijgt de angst naarmate de conjunctuur in een dalende lijn zit. Het dieptepunt van de lange golf wordt dan ook gekenmerkt door een periode van zeer hoge normaalangst.

Recentste golfbewegingen
In onze recente geschiedenis bereikte de golfbeweging haar laatste hoogtepunt omstreeks 1971. Dat was de periode van de flower power, de hippiebeweging, de contestatiebeweging van mei '68, het Woodstockfestival, de opstand tegen de oorlog in Vietnam, enzovoort. In de samenleving van die tijd bestond weinig of geen normaalangst. Op het witte doek scheerden de grote eposfilms met John Wayne hoge toppen.
Het onderzoek van Gaus naar de kleuren van de zomerjurken van de dames toont aan dat oranje, geel en rood ten het meest buitenproportioneel aanwezig waren.

Maar vanaf het begin van de jaren 1970 keerde dat tij en ging de dalende curve van de mentale golf gepaard met een toegenomen angst. Het dieptepunt werd bereikt omstreeks 1990. Mede door de economische crisis traden het pessimisme en het doemdenken almaar sterker op de voorgrond. De angst voor de dood nam toe en mensen reageerden sterk emotioneel, onder meer op de begrafenis van koning Boudewijn in 1993.

Begin jaren negentig was een tijd van pessimisme en emotionaliteit.

De gezondheid kreeg meer aandacht en mensen keerden terug naar de natuur. Niet toevallig ontstond toen de partij Anders Gaan Leven (Agalev). Andere kenmerken waren de grote ontvankelijkheid voor het extreemrechtse gedachtegoed en de toenemende agressiviteit. In de wereld van de film waren eerst de horrorfilms zoals Silence of the lambs populair, gevolgd door de thrillers.
De perioden met een hoge normaalangst zijn traditioneel de gouden periode van het irrationalisme. De fictie won als literair genre aan belang en de belangstelling voor het geloof zat in de lift. Door de toenemende emocultuur waren emotionele factoren vaak belangrijker dan juiste redeneringen. Op het dieptepunt van de dalfase omstreeks 1990 waren de buitenproportionele kleuren van de zomerjurken van de dames grijs en zwart.

Wat brengt de toekomst?
"Vandaag zitten we na een lang uitdijende dalfase onmiskenbaar opnieuw in een stijgende lijn", zegt Gaus. Het doemdenken van een aantal jaren terug ebt nu volledig weg. Voorbeelden zijn de verkiezingen in Duitsland van Angela Merkel tot bondskanselier: een vrouw, die protestantse is en bovendien afkomstig uit Oost-Duitsland. Maar nog veel verrassender was de verkiezing van Barack Obama tot president van de Verenigde Staten. "Dat was vijf jaar terug volkomen ondenkbaar", weet Gaus.

De periode die eraan komt, vergelijkt de Gentse hoogleraar met de jaren 1960. "Er breekt opnieuw een tijd van 'verlichting' aan die wordt gekenmerkt door optimisme en de drang naar meer vrijheid. Het realisme en het materialisme zullen nog aan belang winnen. Jongeren zijn almaar minder bang en hebben almaar minder respect voor het gezag -wat ook vaak gehoorde klachten zijn van ouders, leerkrachten en politie."

De komende tien jaar is de dreiging van een groot internationaal conflict realiteit.

"Jongeren vragen een grotere transparantie en willen duidelijk antwoorden op hun vragen. De studenten van de komende jaren zijn niet langer makke lammetjes, maar worden almaar mondiger. Ook in de brede samenleving zet die trend door. Kijk naar het referendum over de bouw van Lange Wapper in Antwerpen."

Rituelen als kitsch
In de aankomende periode verdwijnt de emotionaliteit naar de achtergrond en is de tijdgeest voor religie veeleer onrustig. "In een periode van lage normaalangst groeit een uitgesproken misprijzen voor het irrationele en het occulte, en worden rituele gedragingen als kitsch afgedaan omdat ze geen functie meer hebben in het zekere kader dat overheerst", meent Gaus. In die zin staan de huidige paus Benedictus XVI en aartsbisschop André-Joseph Léonard haaks op de huidige tijdgeest. Een verdere inkrimping van de impact van de geïnstitutionaliseerde kerken zal niet meer op de grote belangstelling van de media kunnen rekenen. De Gentse hoogleraar verwacht veeleer een toename van de levensbeschouwelijke onverschilligheid.

De traditionele 'groene bewegingen' zijn op hun retour, evenals de partijen die er uitgesproken extreemrechtse ideeën op nahouden. De voorbije decennia werden vaak gekapitteld als individualistisch. Ten onrechte, vindt Gaus. "Angstige mensen die op zichzelf terugplooien, zijn geen individualisten. Het echte individualisme komt er pas in de opwaartse lijn."

Agressie in de lift
De agressie zit opnieuw in de lift, maar verschijnt in een nieuwe gedaante. Een nieuwe trend is 'lustagressie'. Jongeren vinden het leuk politie uit te dagen. In september vorig jaar vond in de Madrileense voorstad Pozuelo de Alarcón -één van de rijkste gemeentes in Spanje- een opstand plaats van rijkeluisjongeren. Ze leverden zonder enig motief urenlang straatgevechten met de politie. "Wegens die sterk toenemende lustagressie is de kans op oorlogen veel groter", zegt Gaus met een bezorgde blik. "De tijd van het pacifisme is voltooid verleden tijd. De komende tien jaar is de dreiging van een groot internationaal conflict realiteit."

Helmut Gaus, Krijtlijnen tot 2021 volgens de lange mentale golven, verschijnt dit najaar bij Academia Press in Gent.

Helmut Gaus, hoogleraar UGent.


Bron: TERTIO, 27 januari 2010, Dossier: Golven van geest, p. 7

16:05 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |