15 juni 2010

Un petit coin de parapluie pour un coin de paradis.

Op sommige momenten denk ik "pf, alleen zijn is nog altijd wel het meest luxueuze leven", en op andere kan heel dat gevoel kelderen in een gewentel in triestheid. Wat gebeurt er met me. Alles scheurt en trekt. Mijn hoofd wil dit en mijn hart wil dat en mijn lichaam wil NOG iets anders. En één man verenigt de drie, maar net hem kan ik niet dichterbij verdragen want, jaa, angst. Ik ben zo geen noodlotmens, we zijn met belachelijk veel en er zijn wel meer mensen die me gelukkig kunnen maken -maar niet véél. Als ik nu nog te angstig ben en hij is weg tegen dat ik het overwonnen heb, dan is dat maar zo, bedoel ik.
Ook al steekt mijn hart elke keer ik met m'n vriendinnen uit ben en hij me weer zo schrijnend oprecht begroet. De ervaring leert me dat ik gevoelens van verbondenheid kan hebben die blijken niet te bestaan aan de andere kant, en van verbondenheid is dan technisch gezien geen sprake hé. De droefheid in mijn hart komt voort uit een mengelmoes van naïviteit en oprechtheid. Ik ga oprecht en blindelings geven om mensen die het niet verdienen of waaraan ik de energie niet zou moeten wijden.
Maar hoe leer je om anders te zijn dan je eigen natuur? Naar buiten toe kan ik moeiteloos mijn hart sluiten, en geen ziel zal ooit weten wat er echt in speelt, maar daarmee ga ik nog steeds naar huis met lood in m'n schoenen en tranen in mijn ogen. Het is me nooit overkomen, moet ik zeggen. Iemand zomaar, toevallig leren kennen, elk weekend zien en voelen dat er iets groeit dat volledig wederzijds is, en op dezelfde golflengte zitten, en meer en meer aan elkaar toevertrouwen tot men zich aan elkaar bloot geeft. Ik heb dringend een grondig gesprek nodig met mijn hartsvriendin, ik voel het.
Is dat niet mogelijk of zo dan, door mijn gesloten en contradictorische persoonlijkheid? Stoot ik mensen zo af, doe ik zoveel dingen fout, is er zo'n gruwelijk aspect aan me? Jezus, hoor me bezig. Hoor me twijfelen! Dit is precies waarom liefde me niet interesseert. Het maakt me angstig, het neemt me mijn stabiliteit af. Ik kan het niet met mate en dat is erg destructief. Wanneer ik verliefd ben, echt verliefd, ga ik kapot. Het schijnt mijn trieste lot te zijn. Het gevoel niet te bestaan zonder de verbondenheid met die persoon consumeert me en verbrandt me. Nu ben ik nog bijlange niet in dat stadium, gelukkig, het is geleden van mijn negentiende dat ik me nog zo gevoeld heb.
Ik ben gelukkig alleen, maar wanneer ik verliefd word lijkt het alsof dat alles van geen tel meer is, alsof mijn leven nooit enige betekenis had. Het beminnen van de ander slorpt me op, ik verdwijn en los op in dat verslavende gevoel van euforie, bewondering en genegenheid. Liefde is een beetje zelfmoord plegen. Hoe komt het dat sommige mannen dit in me losweken? En hoe komt het dat mannen die veel gezonder voor me zijn, dit gevoel in de verste verte niet benaderen?
Elke keer ik zo gekwetst werd door mijn ex-vriend, dacht ik "NOOIT MEER". Ik hoor het mezelf nog zeggen, nooit nooit nooit nog laat ik me zo meeslepen en blind maken. Volgende keer zal ik veel beter controleren wat ik voel en zal ik veel meer autonomie bewaren. Maar dan staat die ene man daar met zijn Stella en betrap ik mezelf erop te denken dat ik hem waarschijnlijk zou volgen naar de meest godverlaten hut ergens in putje Zwart-Afrika, te voet. En ik zou waarschijnlijk zijn bagage voor hem dragen moest hij het me vragen.
De schrale troost in dit hele verhaal is dat ik dacht dat mijn hart gestorven was, en dat er blijkbaar nog bloed door stroomt. Which is nice.

Dit kan nooit wederzijds zijn, omdat het steunt op idealisering. Moest hij me plots zeggen dat hij me graag ziet, zou ik niet weten wat te zeggen. Ik zou onmiddellijk naar zijn gebrek op zoek gaan, want je moet wel een gebrek hebben om verliefd te worden op Clémence. En ik zou het nog vinden ook.
Ik vind het altijd.
Ergens achterin m'n hoofd is er altijd nog de onoverwinnelijke overtuiging dat "hij geen idee heeft wie ik ben". Dat niemand het weet. En dat hij wel kan denken dat hij me graag ziet maar eigenlijk niet weet wat er in me schuilt. Hoe plant je al je gevoelens, gedachten en geloofjes in iemand anders zijn hoofd? Hoe geef je jezelf bloot en wanneer weet je zeker dat je het op de juiste manier doet?
Hoe bekom je het, dat iemand van je houdt, dat iemand wat je bent zo bewondert dat hij het gaat beminnen? Hoe bekom je het dat iemand je droefheid en je angsten ziet en je wil beschermen? Of is het zinloos daarop te wachten. Misschien is het echt zo dat je altijd alleen staat. Alleen met je vrienden dan toch.

00:02 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

26 april 2010

J'ai pété les plombs.

Vrijdag was een kwelling. Mijn goeie vrienden waren vroeg weg of afwezig, en ik zat zonder fiets vast op café. Een compleet nutteloze vermoeienis was het. Voor ik van thuis vertrok had ik papa een kus willen geven, maar hij deed teken dat hij niet wou -woorden was ik op dat moment klaarblijkelijk niet waard. De hele avond hing een zwaar gevoel in mijn maag, ook al dacht ik niet meer echt aan dat voorval. Ik heb dan gedronken tot mijn gevoelens sliepen. Toen mama me de dag daarop 's middags belde om te zeggen dat ze me kon oppikken, leek het alsof ik eindelijk weer ergens hoorde. En toen ik zag dat papa zwaaiend mee in de auto zat, was ik ineens weer een kleuter van vijf die in de genade van de Grote Boze Papa was gevallen.
De regeringscrisis knaagt mijn vader aan stukken, legde mama me later uit. Er is geen oplossing, hij kan niets doen buiten lijdzaam afwachten. Voor een ex-militair is dat een nagenoeg ondraaglijke situatie. Daar moet bijgerekend worden dat ik vreselijk op hem lijk en liever opkrop dan dat ik iemand moet verontrusten. Maar uit mijn gedrag blijkt toch een zekere wanhoop, blijkbaar, want er zijn al ettelijke -onhandige, maar toch schattige- pogingen ondernomen om te polsen naar mijn emotionele kronkels. Maar het lukt me dan niet om het uit te leggen, omdat de gewoonte om dat te doen al jaren slabakt en dus hopen achtergrondinformatie ontbreekt. Dus zeg ik dingen als "het komt allemaal wel goed, ik moet gewoon nog even iets voor mezelf oplossen, maar je kent me hé! ik geef niet op en zo". En dan schuifelt hij semigerustgesteld door de tuin, terwijl hij met alle goeie wil van de wereld probeert te begrijpen hoe zijn 23-jarige dochter haar emotionele welzijn kan laten primeren boven haar studies.
Daardoor is papa dus gespannen, nu, en dat geeft extreem onvoorspelbare vonken. Soms flappen er provocerende opmerkingen uit, en NO WAY dat ik me laat provoceren zonder dat hij daar een lawine voor terugkrijgt. Als ik een kort zomerrokje aanheb, krijg ik gegarandeerd een "je ziet er hoerig uit" vlak voor ik de deur uitstap, zonder me voor de rest oogcontact te gunnen. Daar staat hij dan in de keuken, met zijn IPhone in de hand, een beetje te prutsen aan één of andere imaginaire instelling. "Ja, als ik morgen niet thuiskom, dikke pech. Salut", antwoord ik bitter, maar de voordeur is nog niet toe of mijn binnenste schrompelt al in elkaar. Maar ik moet 'consequent' zijn, want hij heeft het recht niet om zoiets tegen me te zeggen, en ook al verander ik hem wellicht nooit meer, ik mag me niet laten doen.
Het is ons cirkeltje, en de opgekropte woede verschroeit alles vanbinnen terwijl we allang spijt hebben van dit alles maar ons nooit zullen excuseren. Er is geen grens, want die is er op onze liefde voor elkaar ook niet. Geen seconde twijfel ik aan mijn vaders liefde wanneer zo'n ruwe opmerking als een mes in me snijdt.
Ik heb gezag altijd van me af gesputterd, alles wat hij me bood werd door een kritische filter gehaald en 9 kansen op de 10 verpletterd. De waarden en prioriteiten die hij me wilde meegeven, werden schaamteloos door mij gecompromitteerd als mij dat een verstandige beslissing leek.
Hulpeloos heeft hij me opnieuw en opnieuw moeten zien vallen, tegen muren smakken, zien lijden, huilen en koppig opnieuw beginnen. Mijn onorthodoxe manier om ermee om te gaan moet hem veel verdriet gedaan hebben, maar dat heeft hij fier en kranig voor zichzelf gehouden.

Gelukkig was zaterdagnacht van zo'n uitmuntende kwaliteit, dat mijn relativeringscapaciteiten weer versterkt werden. Een hele dag in de zon later leek mijn gepieker behoorlijk overdreven en was ik volledig ontspannen. Anderhalve dag lang mocht mijn schild naar beneden, want mijn vrienden verzorgen mijn angsten met respect. Niet dat hierover gepraat wordt of zo. Ik zou dit nooit kunnen zeggen. Ze vermoeden misschien dat ik af en toe worstel met van die meisjesdingen, in elk geval is het vooral het gevoel dat ik wegsmelt in een groep. Ik krijg geen medelijden, geen oordeel, geen roddels, alleen gezelschap, humor en raad als ik er om vraag.
En ik krijg de kans om hetzelfde terug te doen. Er wordt oprecht geluisterd als ik iets zeg. Alleen dàt al! Ik hoef niet eens te vechten voor mijn plekje. Zelfs thuis kan ik dat niet zeggen.
Morgen picknick! Een laatste graantje meepikken voor ik weer naar mijn kot moet.

 

Met zoveel, toch alleen
Zo vol en helemaal leeg
Altijd lachen, vanbinnen vol verdriet
Zoveel te bieden
Zoveel kunnen
Jezelf de tijd niet gunnen.

Zoveel weten,
Alles voor een tweede keer afmeten.
Zoveel zien, helder en scherp, maar toch zo blind staren.
Altijd goed... Plots zo slecht... Het ervaren
Het voelen, erbij stilstaan, en toch zo snel gaan
Zoveel hebben, toch een half hart. 

Altijd het licht zien
Dan zo sterk en toch vanbinnen zo zwak
Zo kort zijn in een oneindig lange weg
Zoveel willen zeggen met de woorden die men niet hoort
Zoveel willen uitleggen MAAR IK KRIJG HET NIET VERWOORD.

(Jasmien Loos)

02:33 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

27 maart 2010

La nuit maman pleure, la nuit maman dort pas

Jaa fuck. Om half 3 vanmorgen was ik thuis, maar om half elf heeft de hond me wakker geblaft omdat iemand aan de deur stond. Eén keer zijn naam zeggen en hij ligt weer stil in zijn mand, maar om zijn naam te zeggen moet ik a. wakker zijn, b. opstaan, want vanuit mijn kamer hoort hij me niet tot in de keuken. Dat betekent op de overloop gaan staan, smeken om weer naar je bed te gaan, en eens aangekomen beseffen dat je te wakker bent om weer in te slapen. GNNN.
En straks 'moet' ik naar een feestje in Antwerpen, en als ik er ben ga ik het wel fijn vinden maar eigenlijk zou het me op dit moment gestolen kunnen worden.

Ha, mama is brood van Hermans gaan halen.
Pure moederliefde elke keer ze mij dat brood koopt. Dan komt ze zo binnen met een grijns op haar gezicht en is heel mijnen dag goe. Hermans, vraag mij is ten huwelijk.

13:56 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01 maart 2010

*



Ik herinner me een gedicht dat ik nooit

schreef, waarin het woord bunker

veel wind door zich heen laat gaan

en rijmen moet op hunker.


Het tocht er van hartstocht.

Alles moet zich vasthouden.

Als het over is blijken wij


elkaar vast te houden.

Wat nu.


Nu, dus.


Herman de Coninck

12:08 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |