04 juli 2010

Let me love you 'till you get it right.

Diep ontroerd en stil van de onbeschrijflijke gevoelsband tussen m'n hond en ik. Hij lag domweg in zijn mand, ik kwam thuis van disproportioneel feesten en weet uit ervaring dat hij pas opstaat als ik de deur van de keuken open. Het eerste wat ik dus deed toen ik de klink vastnam, was zeggen "jongen, blijf". Niet opstaan jongen, niet kwispelen, geen stoelen verschuiven met je staart, blijven liggen, ik kom wel tot bij je. Mama en papa slapen boven nog lieverd, geen geluid maken, je ziet dat ik voorzichtiger ben dan anders. Honden krijgen geen vochtige ogen, maar kunnen wel een blik werpen van de oprechtste, diepste, dankbaarste liefde. Die blik beroert me, streelt me in het allerdiepste van mijn hart. Geen mens heeft me in m'n leven zo'n blik gegeven.


Kijk me in de ogen lieverd, want jij ziet mij. Jij kunt ergens kijken in mijn ziel waar bijna niemand kan kijken. Zie je dat? Dat trieste deze morgen? Ach, jongen, ik zag hem en de angst verlamde me. Ik wou krimpen tot een kleine, donzige essentie van mezelf en me nestelen in zijn handpalm. Maar ik durfde hem niet vragen om zijn hand te openen. Ik durfde complimenten, glimlachen, gebaren niet interpreteren. Ik ben bang, als hij naar me kijkt en mijn hartslag versnelt, bang dat hij het ziet, dat hij het weet, en dat het hem stoort. Ik probeer m'n gedrag zodanig te controleren opdat het niet zou opvallen, dat ik vrees dat het net flagrant is. Misschien zelfs voor anderen. Brave hond van me, dat zijn momenten waarop ik me belachelijk voel tussen mijn eigen vrienden. Goddomme, denk ik dan, tuttemie, doe eens volwassen. Blijf nuchter, realistisch, hij is ook maar een mens. Maar hij is een mens die me beweegt, vanbinnen, en dat gebeurt zo weinig. Lieverd, dat gebéurt zo weinig! Je doorleeft nu al tien prachtige jaren mijn leiding, je kent me beter dan m'n beste vriend. Je weet hoeveel deuren achter mijn hazelnootbruine ogen ik heb, en ook hoe ik ze nauwelijks allemaal open laat met vrije inkijk in mijn ziel. Maar waarom heb ik het gevoel, als hij me aankijkt, dat al die deuren wagenwijd open staan? Dat ik weerloos in de kou sta en dat hij in mijn ogen ziet wat er in mijn binnenste gebeurt? M'n trouwe, dappere jongen, het gaat over luttele seconden. Seconden die eeuwen lijken te duren. Hij ziet me! Hij ziet me! Ik kijk snel weg en hoop dat in die korte tijd niet al te veel is opgevallen. Wat ziet hij er moe uit. Moe en triest. Maar wat is hij moedig en eerlijk tegen zichzelf. Hij lacht, hij biedt gezelschap, brengt humor, hij danst. Zien anderen welke last op zijn brede maar vermoeide schouders rusten? Ben ik de enige die zich uit alle macht aan zijn zijde wil zetten en die last stutten met alle mogelijke middelen? Hij is zo'n prachtig mens, jongen, je zou hem leuk vinden, hij kan spelen als een kind. Maar hij piekert, het ontbreekt hem aan instrumenten om sommige dingen op te lossen. Laat me toch, laat me! Laat me je grote hand vastnemen en je met piepkleine stomme dingetjes vooruit helpen. Nee, ik ben geen wondermiddel, verre van, hij is ook veel te verstandig om zoiets van een vrouw te verwachten. Maar ik wil hem de ruimte geven om te zijn wie hij is, door en door mens, ik wil hem stimuleren om doelen achterna te gaan, hem met de beste raad die ik met m'n hoofdje kan bedenken bijstaan.
Jij weet wat ik waard ben, m'n schat, jij weet dat Clémence aan je zijde een enorm verschil kan maken. Ik ben maar één vrouw maar er huist in mij een ongelooflijke kracht die ik slechts aan anderen kan doorgeven. Nooit, nooit zou ik hem remmen in wat hij wil doen, want hij is intelligent en ik zou zijn inschattingsvermogen vertrouwen. En misschien zachtaardig, liefdevol in vraag stellen als het kind teveel naar boven zou lijken te komen.
Het respect dat ik voor deze man ervaar is er één van een zeldzaam kaliber. Zijn woorden, zijn daden zijn die van een gevoelige mens met moed en een enorme tederheid. Ik zie hem wel, achter zijn forse uiterlijk, en dat is voldoende. Ik wil hem geruststellen, dat hij niet hoeft bloot te stellen wat hij niet kan, dat ik het weet. Ik wil hem heel dicht tegen me aan houden, al zijn mijn armen veel te klein, en hem zeggen dat zijn stoere uiterlijke façade niet naar beneden hoeft. Ik wil hem zacht in zijn oor fluisteren dat hij niks hoeft te zeggen, dat ik het allemaal voel. Ik voel wie hij is, en dat kan toch niet in woorden. Als hij naar me glimlacht, bewonder en benijd ik de ongekunsteldheid waarmee hij zijn ziel aan me laat zien. "Ik lach naar je, Clémence", staat in zijn ogen, "lach terug, of niet, uit m'n lood val ik toch niet, maar ik lach naar je".
En toch, lieverd, en toch, wanneer ik hem zie, kijk ik weg, praat ik met anderen, oh wat haat ik mezelf op die momenten. Maar ik durf niet! Ik word zo verlegen! Als hij de kamer binnenstapt wil ik hem om de hals vliegen maar in plaats daarvan kijk ik naar de grond of doe ik alsof ik met iemand in gesprek ben en niet gemerkt heb dat hij er is. Puberniveau. Ik schaam me rot maar het is sterker dan mezelf. Ik ben veel en veel te veel waard om voor het rapen te liggen.
Kom me halen, wil ik hem zeggen, maar ik weet niet hoe en ik ben bang dat hij het niet wil. Voor hem zijn al die gebaren naar mij toe misschien vriendschappelijk bedoeld en voelt hij wel dat hij me iets doet, maar gaat hij er gewoon enorm volwassen mee om.
Ik ben moe jongen, ik ben doodop, en emotioneel. Toen hij vertrok vond ik het zo erg dat ik niet eens wist hoe ik afscheid moest nemen. Had ik het geprobeerd was het gruwelijk duidelijk geweest hoe vals de luchtigheid was, en ik had weinig bedenktijd, en uiteindelijk was de deur al toe toen ik dacht "hee! je krijgt nog een wangkus van me! en een streel over je rug! en een blik van begrip! warmte! mijn karakter is zo warm, neem nog een stukje mee!".
Het is belachelijk, m'n beste hond, het is echt belachelijk. Maar kwijt zal ik hem wellicht nooit zijn onder deze omstandigheden en de tijd wijst me dan m'n plaats wel aan. Iets met vissen en zeeën. Maar ik zal altijd zeer diep onder de indruk van hem blijven. Slaapwel, tot straks, we wandelen wel nog wat, goed? Daag!

En heel dat, wordt op vijf minuten tijd doorgegeven van mijn ziel naar die van mijn hond, terwijl ik hem met alle tederheid die mijn handen bezitten over zijn hoofd aai en bedenk dat ik toch elke keer vergeet hoe mooi hij is.

10:49 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

15 juni 2010

Un petit coin de parapluie pour un coin de paradis.

Op sommige momenten denk ik "pf, alleen zijn is nog altijd wel het meest luxueuze leven", en op andere kan heel dat gevoel kelderen in een gewentel in triestheid. Wat gebeurt er met me. Alles scheurt en trekt. Mijn hoofd wil dit en mijn hart wil dat en mijn lichaam wil NOG iets anders. En één man verenigt de drie, maar net hem kan ik niet dichterbij verdragen want, jaa, angst. Ik ben zo geen noodlotmens, we zijn met belachelijk veel en er zijn wel meer mensen die me gelukkig kunnen maken -maar niet véél. Als ik nu nog te angstig ben en hij is weg tegen dat ik het overwonnen heb, dan is dat maar zo, bedoel ik.
Ook al steekt mijn hart elke keer ik met m'n vriendinnen uit ben en hij me weer zo schrijnend oprecht begroet. De ervaring leert me dat ik gevoelens van verbondenheid kan hebben die blijken niet te bestaan aan de andere kant, en van verbondenheid is dan technisch gezien geen sprake hé. De droefheid in mijn hart komt voort uit een mengelmoes van naïviteit en oprechtheid. Ik ga oprecht en blindelings geven om mensen die het niet verdienen of waaraan ik de energie niet zou moeten wijden.
Maar hoe leer je om anders te zijn dan je eigen natuur? Naar buiten toe kan ik moeiteloos mijn hart sluiten, en geen ziel zal ooit weten wat er echt in speelt, maar daarmee ga ik nog steeds naar huis met lood in m'n schoenen en tranen in mijn ogen. Het is me nooit overkomen, moet ik zeggen. Iemand zomaar, toevallig leren kennen, elk weekend zien en voelen dat er iets groeit dat volledig wederzijds is, en op dezelfde golflengte zitten, en meer en meer aan elkaar toevertrouwen tot men zich aan elkaar bloot geeft. Ik heb dringend een grondig gesprek nodig met mijn hartsvriendin, ik voel het.
Is dat niet mogelijk of zo dan, door mijn gesloten en contradictorische persoonlijkheid? Stoot ik mensen zo af, doe ik zoveel dingen fout, is er zo'n gruwelijk aspect aan me? Jezus, hoor me bezig. Hoor me twijfelen! Dit is precies waarom liefde me niet interesseert. Het maakt me angstig, het neemt me mijn stabiliteit af. Ik kan het niet met mate en dat is erg destructief. Wanneer ik verliefd ben, echt verliefd, ga ik kapot. Het schijnt mijn trieste lot te zijn. Het gevoel niet te bestaan zonder de verbondenheid met die persoon consumeert me en verbrandt me. Nu ben ik nog bijlange niet in dat stadium, gelukkig, het is geleden van mijn negentiende dat ik me nog zo gevoeld heb.
Ik ben gelukkig alleen, maar wanneer ik verliefd word lijkt het alsof dat alles van geen tel meer is, alsof mijn leven nooit enige betekenis had. Het beminnen van de ander slorpt me op, ik verdwijn en los op in dat verslavende gevoel van euforie, bewondering en genegenheid. Liefde is een beetje zelfmoord plegen. Hoe komt het dat sommige mannen dit in me losweken? En hoe komt het dat mannen die veel gezonder voor me zijn, dit gevoel in de verste verte niet benaderen?
Elke keer ik zo gekwetst werd door mijn ex-vriend, dacht ik "NOOIT MEER". Ik hoor het mezelf nog zeggen, nooit nooit nooit nog laat ik me zo meeslepen en blind maken. Volgende keer zal ik veel beter controleren wat ik voel en zal ik veel meer autonomie bewaren. Maar dan staat die ene man daar met zijn Stella en betrap ik mezelf erop te denken dat ik hem waarschijnlijk zou volgen naar de meest godverlaten hut ergens in putje Zwart-Afrika, te voet. En ik zou waarschijnlijk zijn bagage voor hem dragen moest hij het me vragen.
De schrale troost in dit hele verhaal is dat ik dacht dat mijn hart gestorven was, en dat er blijkbaar nog bloed door stroomt. Which is nice.

Dit kan nooit wederzijds zijn, omdat het steunt op idealisering. Moest hij me plots zeggen dat hij me graag ziet, zou ik niet weten wat te zeggen. Ik zou onmiddellijk naar zijn gebrek op zoek gaan, want je moet wel een gebrek hebben om verliefd te worden op Clémence. En ik zou het nog vinden ook.
Ik vind het altijd.
Ergens achterin m'n hoofd is er altijd nog de onoverwinnelijke overtuiging dat "hij geen idee heeft wie ik ben". Dat niemand het weet. En dat hij wel kan denken dat hij me graag ziet maar eigenlijk niet weet wat er in me schuilt. Hoe plant je al je gevoelens, gedachten en geloofjes in iemand anders zijn hoofd? Hoe geef je jezelf bloot en wanneer weet je zeker dat je het op de juiste manier doet?
Hoe bekom je het, dat iemand van je houdt, dat iemand wat je bent zo bewondert dat hij het gaat beminnen? Hoe bekom je het dat iemand je droefheid en je angsten ziet en je wil beschermen? Of is het zinloos daarop te wachten. Misschien is het echt zo dat je altijd alleen staat. Alleen met je vrienden dan toch.

00:02 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

18 mei 2010

But love is not a victory march

Kijk. Wat moet je doen op momenten als dit?
Voor ik doorga moet ik eerst even voor de zekerheid dit zeggen: mensen die me kennen en dit lezen, moeten niet ongerust zijn of denken dat ik op de rand zit. Maar soms gebeuren er dingen waardoor je een stevige zet in die richting krijgt. Dat duurt maar even. Ik heb diep genoeg gezeten om te weten dat het altijd overgaat -al duurt het soms tergend lang.
Maar wat moet je doen? Wat moet je ondernemen wanneer de "goesting" van je wegebt? Ik ben ingehaald door mezelf, op de meest gemene en pijnlijke manier. Straks ga ik slapen met als enige gezelschap de stille wens dat er CO² vrijkomt en ik nooit meer wakker word. Of dat het gebouw instort, of dat mijn hart stil staat, of iets, waardoor ik niemand kwets, en waardoor niemand ooit zou weten dat mijn laatste zucht "eindelijk" was. Dat ik verlost word zonder dat ik zelf die afschuwelijke daad moet stellen. Want de hoop in mij kan nooit genoeg uitdoven opdat ik mezelf het toekomstige geluk afneem. En ik zou nooit mijn geliefden durven achterlaten met het gevoel dat ze niet goed genoeg zijn geweest. Want dat zijn ze wel, en ik wil hen zo lang mogelijk bij me. Of ik bij hen.
Alleen jammer dat ik er zo'n pijn voor moet lijden, en dat ik het hen niet kan zeggen. Want dat is ook maar belachelijk hé. "Zeg, jij bent mijn beste vriend, weet je dat ik elke dag verdriet voel en dat allemaal doorsta omdat ik je graag zie? HE?" Pfrt. Wie weet wat mensen om me heen doorstaan. Wie weet hoezeer dit gevoel herkenbaar zou zijn voor sommigen.
Het is Facebook, en Facebook is maar virtueel. Maar mijn ex-bijna-man zit in Zuid-Afrika en heeft me uit zijn vriendenlijst gewist. Dus voel ik me gewist uit zijn geheugen, uit zijn gedachten, ik word buitengesloten en 'uitgeveegd'. De vijf jaren dat ik als enige geloofd heb in die verschrikkelijke relatie, zijn er nooit geweest. En eigenlijk is dat één van de meest relativeerbare dingen. Maar mensen die verdwijnen, uit elkaar gaan, ruziemaken en vertrekken, dat kan ik niet relativeren -dat is mijn zwakste punt. En ik dacht eigenlijk dat ik dat allemaal verwerkt had. Maar ik heb gevlucht, sinds september. Ik heb het varken uitgehangen op café, maar echt gevoeld heb ik niet. En dat merk ik natuurlijk pas als ik weer voel, zijnde nu, dus.
AARGH ik barst uit m'n vel. Gaat dit óóit ophouden? Dat verdriet, om niks, om alles, ik weet niet waar het vandaan komt, die ontevredenheid met wat ik verdomme allemaal wel niet héb, die schaamte om toch nog te durven emmeren over tekort, die eenzaamheid en dat zelf aangedane isolement? Heeft iedereen dit? Is dit normaal op je 23ste? Is er een oplossing voor?
Ik herinner me toen ik als dertienjarige snotter in het zeteltje zat bij een jeugdpsycholoog. Kerngezond en helder was ik, een geestesziekte was het niet. Maar ik absorbeer verdriet, spanning en triestheid om me heen, zei hij. Ik besefte te snel dat mensen weggaan, verdwijnen, wegebben. Dat vriendschappen doodbloeden, dat relaties stukgaan, dat niemand in je leven bij jou blijft, voor jou, omdat jij bent wie je bent. Dat niemand ervoor kiest om te moeten zorgen voor iemand. Ik wil bewonderd worden om wat ik ben en precies om die reden voorzichtig behandeld en gekoesterd worden. Maar iedereen wil bewonderd en gekoesterd worden, en er is geen reden voor mij om het meer te verdienen dan een ander. Zo is de wereld niet. En zelf zie ik zeker ook soms niet in hoe gevoelig anderen zijn, en zelf vertrappel ik wellicht ook mensen die denken wat ik nu denk, maar zelden intentioneel. Nooit eigenlijk.
Maar waarom voel ik me altijd zo naïef en gebruikt? Waarom blijf ik altijd achter met het gevoel meer gegeven te hebben dan gekregen? Slechts één vriendin vertrouw ik nog, aan haar kan ik alles zeggen. Ik doe het niet, want dat kan ik niet, maar de wetenschap is voor mij genoeg. Ligt het aan mijn vriendenkring of aan de wereld, ik zou het niet kunnen zeggen. In het café waar ik elk weekend zit, zou ik al niet durven vertellen over mijn lessen of zo. Eigenlijk durf ik er sowieso niet veel vertellen. Met enkelingen kan ik erg goed praten, maar in de groep heb ik niet echt een plaats. Waarschijnlijk is dat één van de redenen waarom ik er kom. Hier kan het niet echt iemand iets schelen hoezeer ik me lam zuip, hoezeer ik me begaai. Dus we begaaien ons jolig allen tesamen en 's morgens gaan we naar huis. Tot volgende week, misschien wel, misschien ook niet. Een connectie of verbondenheid bestaat niet echt, ik ben ook nog erg jong en zij hebben al lang hun huisje-boompje-tuintje op orde. Geen nood meer aan uw diensten juffrouw, sorry. Mijn hart is al vol.
Misschien moest ik maar eens op zoek naar een stalletje in Bethlehem zeg.
Ooit zei een vriend terloops dat ik goed moest studeren, en mijn kansen nemen, omdat het werkleven zonder diploma misschien ook maar snel zou tegenvallen. Toen ik goed en wel thuis was en besefte wat er gebeurde, was ik bijna met tranen in de ogen in mijn cursussen aan het bladeren. Waaw! Iemand geloofde in me en steunde me en zo! Belachelijk hé, maar ik was zo gelukkig als een kind. En ultragemotiveerd. Mijn ouders zeggen eigenlijk alleen maar iets als ik in hun ogen te weinig doe. En zelfs dat is de laatste jaren enorm afgenomen omdat ik er zo ontzettend kwaad (lees: verdrietig, maar dat hebben zij niet door) van werd.
Bah, ik ga met mijn stille (maar iets verminderde) wens m'n bed in kruipen, en als morgen de zon schijnt zal het al stukken beter gaan.

Slaapzacht.

02:38 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

12 mei 2010

So many heroes

Om half twaalf was ik al op, ik bemin mezelf soms echt. Op de trein viel ik in slaap en heb ik bijna mijn halte gemist, en nu ben ik weer klaarwakker. Soupir. Oja en op de trein heb ik ook pijnlijk ondervonden hoe het leven van een blondine eruit ziet. Je ne suis pas raciste, maar ze moeten niet overdrijven en ZEKER mijn doorgang in die smalle tweezitjes niet blokkeren.
Ik heb een breinloze Clémence-opmerking gemaakt over de voor-de-lol-verloving van een half jaar terug en zo, jezus, hij kon er niet mee lachen. Hij wou weten wat ik ermee wou bereiken. Na vijf jaar aan mijn zijde zou ik gedacht hebben dat mijn ex-bijna-man zou geweten hebben dat ik ofwel duidelijk bereik, ofwel geen intentie had om te bereiken. Het bleek nodig wat te gaan zitten paranoïde wezen. DUDE. Ik geef toe dat het een stomme opmerking was, maar ASJEBLIEF, doe niet alsof ik u voortdurend VISEER. Alle lieve dingen die ik hem nog meegaf toen hij vertrok naar Zuid-Afrika, gooit hij dan blindelings weg, want ik heb een grove opmerking gemaakt en hij wil zich niet laten doen. Het gaat nu maanden duren voor hij het te boven is en weer normaal kan doen. Zijn trots moet nog herstellen en shit. Ik had voor kleuterleidster moeten gaan of kweniwa.
't Is moeilijk. Veel feestjes en lol maar toch voel ik me belast. En ik word omringd door, welja, 'gezonde mensen', maar het lukt me niet gevoelens te hebben. Aangezien ik een vrouw ben, en roddels mij dus door de wetten der natuur bereiken, weet ik ook dat sommige mensen echt gevoelens voor me hebben of me heel leuk vinden of zo, maar ik kan aan mijn eigen gevoelens errond niet meer aan. Ik vind het niet vervelend, niet leuk, niet spannend, gewoon ijs- ijskoud. Nada.
Nochtans is er één van hen die me écht goed zou kunnen doen. Een purist, geen drinker, geen roker, maar wel een zware feester. Puur op karakter. Keigraaf. Maar ik kan het niet. En als er "momenten" zijn, dan voel ik me belachelijk om te denken dat het een moment is, en wordt het in mijn hoofd als vanzelf opgeruimd als een flauw soapfantasietje. Een moeilijk te ontwortelen deel van mij is nog niet teruggeveerd van de mishandeling die ik mezelf heb toegedaan en nog toedoe.
Eigenlijk praat ik quasi heel deze blog al naast de kwestie.
Het is ook niet gemakkelijk om het toe te geven. En het is belachelijk. En alle vrouwen hebben het weleens. En het is nutteloos om over sommige dingen te spreken. Al helemaal om het te schrijven op een publiek ding. Soms wil ik het echt brullen, als ik aan de toog zit met een pint en iedereen het kan horen. Maar ik durf niet.
Want het is echt afschuwelijk om iemand zo'n dingen te horen zeggen. En buiten 'amai, da's een getikte ze', zal ik er weinig bij winnen. De frustratie culmineert momenteel gewoon. Praten helpt niet, ik heb alles geprobeerd. Psycholoog, psycho-analyticus, therapeut, neuroloog, psychiater, instelling, mama, vrienden, ALLES. Sommige dingen hebben geholpen maar de laatste tijd haal ik er niks meer uit. En dan zeggen ze, je moet je goed voelen bij jezelf voor je aan een relatie kunt beginnen. En dan voel ik me alleen en onbevestigd en triest, en voel ik me niet goed in m'n vel. Maar niemand zal het weten. "HAHA ik ben echt een KEICOOL WIJF" is wellicht één van m'n meest frequente uitspraken. Ook al gelooft geen haar op m'n hoofd dat iemand anders dat ook vindt (ik vind het zélf wel, maar heb moeite om aan te nemen dat iemand het zal opmerken).
En als het wel wordt opgemerkt, door mensen die dan misschien gevoelens voor me hebben, dan nog geloof ik er niet in, ofzoiets. Dan denk ik 'ha, wacht maar, je weet nog niets'. Misschien belast ik mijn partners teveel. Dat ik denk dat ik hen dan alles mag of moet vertellen wat door me heen raast, en dat ze plots een heel luik van me zien opengaan dat ze nooit hadden vermoed toen ze me 'gewoon' kenden. Zonde dat dat luik erm, de grootte van België heeft, give or take. Mijn aanpak is meestal om alles wat ik ben bij elkaar te rapen, en in zijn armen te duwen "hier, doe er wat mee". Maar daar zitten vlammenwerpers, scheermessen, drietanden en prikkeldraad tussen. Dus eigenlijk staat daar dan meestal een hulpeloze man, met vreselijke dingen voor hem, zich af te vragen of ik misschien nog terugkom om een beetje mee te helpen of zo. Upside; er zijn nooit geheimen (krekel in de achtergrond).
Er zijn zoveel demonen. En ik ben ze zo gewend, dat ze bijna gezelschapsdiertjes zijn geworden en ik ze niet speciaal aanpak. Maar een nieuweling die even komt binnenkijken schrikt zich een ongeluk. "Ja sorry ze, ben er nog niet toe gekomen om hier wat op te ruimen, hehe". Kun je wel zeggen. Ik merk ze zelfs niet meer op. En voor mij is dat prima zo, ik functioneer, ik draai mee in een systeem, maar het lijkt onaanvaardbaar voor de mensen die ik binnenlaat. HOWJOM WATAFAAK. En dan schaam ik me elke keer zo vreselijk hard, dat ik had kunnen denken dat dit oké zou zijn voor iemand. Stomme, stomme Clémence.
Mijn ex-vriend wou me volgens mij als paradepaardje. Zie eens naar mijn lief haar armen en benen, HA, ik heb dat getemd he jongens. En toen bleek dat dat eigenlijk maar het oppervlakkigste was van wat er allemaal in me bestaat, werd hij lijkbleek en nam hij vakkundig afstand van de vacature.
Eigenlijk sta ik wel op mijn eigen benen en voel ik me wel goed bij mezelf, maar er wordt me opgedrongen dat er dingen niet juist zitten, omdat ik niet preciés in een vakje pas. Misschien moet ik me minder aantrekken van dat vakje en meer van mijn eigen vormpje. En fuck het vakje big time als ik er niet in pas. Ik heb nu eenmaal een bepaalde inhoud, en als je het uitsteeksel daar indrukt om erin te passen, schiet er ergens anders wel weer iets nieuws uit. Zinloos. Fuck me sideways ik rule echt in beeldspraak he. Ik zie mijzelf al als een blob rode plasticine in een kubusje geperst worden en langs alle kanten appendixen groeien. Mhaha.
Clémence, ga is slapen jom.

 

Every night that goes between
I feel a little less
As you slowly go away from me
This is only another test

Every night you do not come
Your softness fades away
Did I ever really care that much
Is there anything left to say

Every hour of fear I spend
My body tries to cry
Living through each empty night
A deadly calm inside

I haven't felt this way I feel
Since many a year ago
But in those years and the lifetimes past
I did not deal with the road

And I did not deal with you I know
Though the love has always been
So I search to find an answer there
So I can truly win

Every hour of fear I spend
My body tries to cry
Living through each empty night
A deadly calm inside

So I try to say
Goodbye my friend
I'd like to leave you with something warm
But never have I been a blue calm sea
I have always been a storm
always been a storm
ooh always been a storm
I have always been a storm

We were frail

She said,
"Every night he will break your heart"
I should have known from the first
I'd be the broken-hearted

I loved you from the start
Save us...
And not all the prayers in the world - could save us

01:35 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12 april 2010

Ik wil een shotgun.

Zo. Wel mijn emoties zijn weer wakker, dat moet ik hem geven. Lul.
Ik heb gehouden van een man die dacht mij voor de gek te kunnen houden. Het werd hem te heet onder de voeten, ik was niet te ingewikkeld; ik was TE SLIM. Ik dreigde hem door te hebben. Dat is bij deze alsnog gebeurd.

Allerlei ideeën schieten door mijn hoofd, ik wil met een baseballbat zijn knieën breken of zijn kop keihard tegen een muur meppen. 't Is ambras in Zuid-Afrika, wel, als hij moederke Theresa wil gaan uithangen daar, hoop ik dat hij op een bus zit met een bom in. Als ik weer op m'n kot ben, knip ik dat hemd in kleine stukjes. En elke week krijgt hij een stukje in z'n kutbrievenbus.

Het wordt moeilijk vannacht. Mijn vrienden zijn allemaal moe van het (biestige!) weekend, dus heb ik hen niet gezien en blijft dit allemaal in mij rondstromen. Ik zou niet gekwetst moeten zijn maar stiekem kan hij het nog. Hoe durft hij.
Mja.

21:39 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

09 maart 2010

I against I

Ja hoor, innerlijke dialogen op dinsdagavonden. Moet kunnen, bij gebrek aan mijn beste vriend. Verdorie, het moet hier nodig opgeruimd worden. Op dat vlak ben ik toch maar een kerel. Nog een sigaretje dan, met een beetje geluk zorgt de nevel ervoor dat ik de rommel niet meer zie.
Gaat het gemis ooit echt weg? Ik had laatst nog met iemand een gesprekje, over hoe liefde valt en staat bij het vermogen om de ander te idealiseren. Als je van iemand houdt, is hij ineens altijd grappig, en heeft hij altijd gelijk. En dat moet ook. Als je zijn slechte kanten teveel gaat bekijken, raak je gefrustreerd of wil je hem veranderen -that's a no go.
De persoon die om die redenen wordt achtergelaten, blijft natuurlijk achter met een berg liefde en idealisering. Dat laatste begint nu eindelijk te tanen. Ik zie nu pas hoezeer hij niet goed voor me was. En wellicht nooit kan zijn. Maar eens je dat los laat, moet je natuurlijk opnieuw beginnen. Dingen vertellen, blootleggen, toegeven, merken dat het niet juist zit, verdrietig zijn, en weer opnieuw beginnen. Kan ik dat? Blootgeven? De laatste tijd heb ik meer en meer het gevoel dat ik zelfs in die vijf jaren met hem, nooit volledig open ben geweest. Door zijn onbegrip werd ik alvast niet aangemoedigd. Het lijkt alsof hij nooit gevat heeft wie ik ben, of nooit heeft gesteund wat ik kon zijn. Nooit heeft gelóóft in wat ik kon zijn. Hij zag het wel zitten, maar had het verstand niet om het eruit te trekken.
Misschien was hij om de tuin geleid door mijn masker, dat ik het wel alleen kon. Eigenlijk moet dat ook hé. Maar het is niet zo. Het masker en ik zijn in al die jaren zo met elkaar verweven dat ik me vaak zelf niet meer bewust ben van de leugen die ik ophang. Leugen is een groot woord, maar vooral tegenover mezelf is het in feite wel zo. En eigenlijk weet ik niet echt waarom ik hem opzet, want het is niet dat ik dagelijks word aangevallen of gekwetst.
Maar zonder ben ik zo weerloos. Het probleem ligt misschien bij gebrek aan vertrouwen, dan, dat ik mijn allerkleinste zelf niet aan iemand wil afgeven. Tot nu toe heb ik alleen maar mensen bang gemaakt, als ze me "zagen". Niemand vermoedt het kuiken achter de bulldozer, ofzoiets.
Mijn masker trekt bepaalde mensen aan, die verwachten dat hij mij is. Die mensen zijn dan waarschijnlijk oeverloos teleurgesteld te merken dat daar achter een doodgewoon meisje zit, zoals iedereen. Ha, misschien is dat het wel. Ik ben doodgewoon. En ik durf het niet zijn, want er zijn veel dingen gebeurd in mijn leven die me verplichten om ongewoon te zijn. Je belandt in een zware identiteitscrisis als je na zo'n dingen weer in het normale leven moet stappen, en doen zoals iedereen doet, terwijl je over dingen nadenkt waar iedereen zoveel gemak bij heeft.
Mensen behandelen me ook vaak als een "rare", iemand die "niet zoals de rest" is. Die trien met haar littekens, tattoo's en piercings. Die tattoo's en piercings heb ik natuurlijk als reactie laten zetten, "ha, als jullie toch gaan doen alsof ik er niet bij hoor, dan zal ik wel eventjes doen alsof het mijn idee was". Zo hoef je niet toe te geven dat je gewoon niet wordt aanvaard.
It's goddamn lonely at the top.
En elke keer, ja, met mijn 23 jaar, nog altijd, elke keer voel ik me vernederd tegenover mezelf als ik niet word aanvaard. Ik aanvaard mezelf wel, natuurlijk, ik hou erg veel van mezelf. Maar ik ben boos dat alles zo gegaan is, dat ik mezelf niet meer durf laten zien. Het lukt niet meer. Het is gemakkelijker om hard te zijn en verstoten, dan lief en gekwetst on the long run.
Nog een sigaretje.
Waar ben ik toch bang van. Dat is allemaal zo onnodig.

23:22 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

21 februari 2010

Stranger than kindness

Fuck.

Ik ben in de war.
Al bloedt alles nog, het orgaan wordt weer wakker. Het klopt, ik ben dat niet meer gewend. En ik weet wel, dat het allemaal een illusie is. Want ik ontwikkel mezelf weer helemaal, op de spil zat bij mij nooit een rem of zo.

Ik wil onverbeterlijk transparant zijn, om één of andere reden. Waarschijnlijk omdat ik niet geloof dat iemand de moeite zal nemen om te gaan zoeken. Maar dat kan ik mezelf niet kwalijk nemen, ik heb daar ook echt pech mee gehad. Wie niet. 't Schijnt dat dat "volwassen worden" heet. Maar ik begin in de mot te krijgen dat het de bedoeling is dat je dat anders oplost.
Je moet dus leren van je fouten, en een rem op de rol van je persoonlijkheid zetten, zodat je niet ineens helemaal zichtbaar ligt voor de neus van anderen. Ik heb een ander mechanisme, dat van onverschilligheid. Ik word moeiteloos uitgedokterd en doorzien, maar de commentaren erop kunnen me niet deren.

TOT ik betrapt word op een onbewaakt moment en iets voel pikken, ergens.

Meestal pikt het wanneer ik iemand verkeerd heb ingeschat, en niet meer zeker ben van het gedragspatroon dat ik moet volgen. Als die persoon dat doorkrijgt, kan die vreselijk met mijn geest beginnen spelen, en dan pikt het. Dat het mij kwetst is dan waarschijnlijk in al mijn daden leesbaar, maar ik blijf dan koppig doen alsof van niet. En ik weet dan ook wel dat ik mezelf belachelijk maak en zo.

Maar meestal ziet die persoon mij ook nooit meer, HAHA. Zoete wraak :/

Een illusie dus. Die nog even zal doorkabbelen, en dan zal ik mijn wonden likken, of zelfs dat niet.

Ik kan schijnbaar niet los laten omdat ik het volgende punt niet zie. Ik had al mijn plannen gebaseerd op dat ene, en nu dat niet bleek te werken, moet ik alles alleen doen. Jezus, wat ben ik bang om alles alleen te moeten doen.
Het belachelijkste is dat ik altijd alles alleen heb gedaan, en het me niet eens veel heeft uitgemaakt op dat moment. Integendeel, ik weet nog hoe ik dacht "chance dat ik nu geen relatie heb, dat zou nooit lukken met al deze shit". En toen was die shit voorbij en geluk binnen handbereik, en leek een relatie een mooie kers op de taart. Was me dat een zware kers zeg, de hele taart is erdoor verpletterd.

Vanaf nu ga ik voor afzonderlijke muffins, en niet voor één dikke taart. Neh.

23:50 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14 februari 2010

5 minuten heldenmoed

Ah, de overmoed die een jonge mens kan overvallen. Dingen kunnen zo in je gezicht ontploffen, dat alle gevoelens van dapperheid van daarvóór onbereikbaar worden. Dingen lopen mis en het schijnt de bedoeling te zijn je ertegen te harden. De enige oplossing is je hart te sluiten voor de dingen die je mist, want het leven ontglipt aan je controle.
Ik haat het. Ik HAAT het wanneer ik eens te meer moet bekennen iets niet te hebben behaald, een doel niet te hebben verwezenlijkt, en het dan te moeten relativeren, alsof het er nooit toe deed. Dingen te moeten afgeven, en te glimlachen en mijn schouders op te halen, zodat niemand anders er last van heeft. Elke keer je zo'n vreselijke muur sloopt, denk je, "oké, nu ben ik sterker, dit zal me niet meer overkomen", en toch volgt elke keer een nieuwe situatie waarin je je precies hetzelfde voelt, onverminderd en ongecensureerd of zo. Het leven werpt het je telkenmale voor de voeten, en waarom? Natuurlijke selectie, om te zien wie het haalt en wie niet? Of is het gewoon een gepest, omdat een perfect leven te snel zou gaan vervelen?
Ongewild ga je toch altijd denken, "waaraan heb ik dit verdiend?" Het is alleszins eenvoudiger in onze gedachtengang om een oorzaak-gevolgrelatie te traceren tussen wat we fout doen en wat ons overkomt, dan ons over te geven aan een onbeslist lot dat op complete willekeur berust. Hebben we dan niks in de hand? Kunnen we dan niet zorgen dat sommige dingen die ons dierbaar zijn dichtbij ons blijven? Misschien is het de bedoeling dat we plezier ontdekken in de tijdelijkheid van de dingen. Dat we er ons bij neerleggen dat mensen waar we van houden kunnen weggaan op welk moment dan ook, en dat dat precies de tijd die je hebt waardevol maakt. Dat het verdriet dat op je staat te wachten een prijs moet zijn die je blindelings betaalt, gewoon voor de tijd dat je geluk mag kennen.
Of misschien moet je leren om minder blindelings te betalen, om het verdriet ook minder kansrijk te maken. Maar hoe minder blindelings, hoe minder puur het geluk, heb ik gemerkt. Je moet het ene afwegen tegen het andere.
Maar soms is het zo dat je nog gelooft in geluk met een persoon, maar dat die persoon je blindheid heeft vergiftigd, zoals Eva die Adam de verboden vrucht gaf. Je ziet nu. Je bent bang. Je ziet de mogelijkheid om gekwetst te raken, om iets te verliezen, om naakt te zijn voor de ander. Het paradijs is je ontnomen.
Wanneer vergiffenis geen troost meer biedt, waar moet je dan heen? Wanneer je jezelf niet langer kan vergeven, omdat de pijn niet meer overgaat en je jezelf de schuld geeft, waar moet je dan heen? Hoeveel pijn is één persoon waard?
Het is vrij simpel tegen jezelf te zeggen: hier ligt het niet, mijn geluk, ik zoek elders. Ik kan het heel gemakkelijk. Maar ik ben koppig en als ik voel dat het ergens ligt, blijf ik zoeken en peuteren op diezelfde plek. Ook al wil die plek helemaal niet dat ik daar peuter -jezus, WAT kan mij dat schelen. Het is veel moeilijker om ontberingen te doorstaan omdat je overtuigd bent dat één persoon het geluk voor je vasthoudt. Maar hoe lang moet je wachten tot die persoon op dezelfde golflengte zit? Is er een moment waarop je moet opgeven, voor je eigen vel? Is er een moment waarop zelfs God zou zeggen "meid, serieus, denk aan je eigen leven"?
Ik heb het gevoel dat mijn overtuiging iets extreem zeldzaam is. Dat het het soort overtuiging is dat maar enkele keren voorkomt per generatie, en dat het leeuwendeel van de mensen settelt voor tweede of derde keuze. In feite ben ik in heel mijn leven nog nooit zo zeker van iets geweest. Wellicht daarom durf ik het maar heel moeilijk loslaten. Zoals hij dat wel heeft gedaan.
Het feit dat hij dat heeft gedaan, moet eigenlijk al een sterke boodschap zenden. Ik besef het wel, ik weet alleen niet of ik klaar ben om het te aanvaarden. Dat zijn overtuiging het laat afweten, betekent dat iemand anders het voor hem weer zal moeten doen opflakkeren.
Ik mag niet wachten.
Damn, hoe vaak in een mensenleven kom je de situatie tegen waarin je jezelf moet dwingen om op te geven.
Niet wachten.

23:53 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |