04 juli 2010

Let me love you 'till you get it right.

Diep ontroerd en stil van de onbeschrijflijke gevoelsband tussen m'n hond en ik. Hij lag domweg in zijn mand, ik kwam thuis van disproportioneel feesten en weet uit ervaring dat hij pas opstaat als ik de deur van de keuken open. Het eerste wat ik dus deed toen ik de klink vastnam, was zeggen "jongen, blijf". Niet opstaan jongen, niet kwispelen, geen stoelen verschuiven met je staart, blijven liggen, ik kom wel tot bij je. Mama en papa slapen boven nog lieverd, geen geluid maken, je ziet dat ik voorzichtiger ben dan anders. Honden krijgen geen vochtige ogen, maar kunnen wel een blik werpen van de oprechtste, diepste, dankbaarste liefde. Die blik beroert me, streelt me in het allerdiepste van mijn hart. Geen mens heeft me in m'n leven zo'n blik gegeven.


Kijk me in de ogen lieverd, want jij ziet mij. Jij kunt ergens kijken in mijn ziel waar bijna niemand kan kijken. Zie je dat? Dat trieste deze morgen? Ach, jongen, ik zag hem en de angst verlamde me. Ik wou krimpen tot een kleine, donzige essentie van mezelf en me nestelen in zijn handpalm. Maar ik durfde hem niet vragen om zijn hand te openen. Ik durfde complimenten, glimlachen, gebaren niet interpreteren. Ik ben bang, als hij naar me kijkt en mijn hartslag versnelt, bang dat hij het ziet, dat hij het weet, en dat het hem stoort. Ik probeer m'n gedrag zodanig te controleren opdat het niet zou opvallen, dat ik vrees dat het net flagrant is. Misschien zelfs voor anderen. Brave hond van me, dat zijn momenten waarop ik me belachelijk voel tussen mijn eigen vrienden. Goddomme, denk ik dan, tuttemie, doe eens volwassen. Blijf nuchter, realistisch, hij is ook maar een mens. Maar hij is een mens die me beweegt, vanbinnen, en dat gebeurt zo weinig. Lieverd, dat gebéurt zo weinig! Je doorleeft nu al tien prachtige jaren mijn leiding, je kent me beter dan m'n beste vriend. Je weet hoeveel deuren achter mijn hazelnootbruine ogen ik heb, en ook hoe ik ze nauwelijks allemaal open laat met vrije inkijk in mijn ziel. Maar waarom heb ik het gevoel, als hij me aankijkt, dat al die deuren wagenwijd open staan? Dat ik weerloos in de kou sta en dat hij in mijn ogen ziet wat er in mijn binnenste gebeurt? M'n trouwe, dappere jongen, het gaat over luttele seconden. Seconden die eeuwen lijken te duren. Hij ziet me! Hij ziet me! Ik kijk snel weg en hoop dat in die korte tijd niet al te veel is opgevallen. Wat ziet hij er moe uit. Moe en triest. Maar wat is hij moedig en eerlijk tegen zichzelf. Hij lacht, hij biedt gezelschap, brengt humor, hij danst. Zien anderen welke last op zijn brede maar vermoeide schouders rusten? Ben ik de enige die zich uit alle macht aan zijn zijde wil zetten en die last stutten met alle mogelijke middelen? Hij is zo'n prachtig mens, jongen, je zou hem leuk vinden, hij kan spelen als een kind. Maar hij piekert, het ontbreekt hem aan instrumenten om sommige dingen op te lossen. Laat me toch, laat me! Laat me je grote hand vastnemen en je met piepkleine stomme dingetjes vooruit helpen. Nee, ik ben geen wondermiddel, verre van, hij is ook veel te verstandig om zoiets van een vrouw te verwachten. Maar ik wil hem de ruimte geven om te zijn wie hij is, door en door mens, ik wil hem stimuleren om doelen achterna te gaan, hem met de beste raad die ik met m'n hoofdje kan bedenken bijstaan.
Jij weet wat ik waard ben, m'n schat, jij weet dat Clémence aan je zijde een enorm verschil kan maken. Ik ben maar één vrouw maar er huist in mij een ongelooflijke kracht die ik slechts aan anderen kan doorgeven. Nooit, nooit zou ik hem remmen in wat hij wil doen, want hij is intelligent en ik zou zijn inschattingsvermogen vertrouwen. En misschien zachtaardig, liefdevol in vraag stellen als het kind teveel naar boven zou lijken te komen.
Het respect dat ik voor deze man ervaar is er één van een zeldzaam kaliber. Zijn woorden, zijn daden zijn die van een gevoelige mens met moed en een enorme tederheid. Ik zie hem wel, achter zijn forse uiterlijk, en dat is voldoende. Ik wil hem geruststellen, dat hij niet hoeft bloot te stellen wat hij niet kan, dat ik het weet. Ik wil hem heel dicht tegen me aan houden, al zijn mijn armen veel te klein, en hem zeggen dat zijn stoere uiterlijke façade niet naar beneden hoeft. Ik wil hem zacht in zijn oor fluisteren dat hij niks hoeft te zeggen, dat ik het allemaal voel. Ik voel wie hij is, en dat kan toch niet in woorden. Als hij naar me glimlacht, bewonder en benijd ik de ongekunsteldheid waarmee hij zijn ziel aan me laat zien. "Ik lach naar je, Clémence", staat in zijn ogen, "lach terug, of niet, uit m'n lood val ik toch niet, maar ik lach naar je".
En toch, lieverd, en toch, wanneer ik hem zie, kijk ik weg, praat ik met anderen, oh wat haat ik mezelf op die momenten. Maar ik durf niet! Ik word zo verlegen! Als hij de kamer binnenstapt wil ik hem om de hals vliegen maar in plaats daarvan kijk ik naar de grond of doe ik alsof ik met iemand in gesprek ben en niet gemerkt heb dat hij er is. Puberniveau. Ik schaam me rot maar het is sterker dan mezelf. Ik ben veel en veel te veel waard om voor het rapen te liggen.
Kom me halen, wil ik hem zeggen, maar ik weet niet hoe en ik ben bang dat hij het niet wil. Voor hem zijn al die gebaren naar mij toe misschien vriendschappelijk bedoeld en voelt hij wel dat hij me iets doet, maar gaat hij er gewoon enorm volwassen mee om.
Ik ben moe jongen, ik ben doodop, en emotioneel. Toen hij vertrok vond ik het zo erg dat ik niet eens wist hoe ik afscheid moest nemen. Had ik het geprobeerd was het gruwelijk duidelijk geweest hoe vals de luchtigheid was, en ik had weinig bedenktijd, en uiteindelijk was de deur al toe toen ik dacht "hee! je krijgt nog een wangkus van me! en een streel over je rug! en een blik van begrip! warmte! mijn karakter is zo warm, neem nog een stukje mee!".
Het is belachelijk, m'n beste hond, het is echt belachelijk. Maar kwijt zal ik hem wellicht nooit zijn onder deze omstandigheden en de tijd wijst me dan m'n plaats wel aan. Iets met vissen en zeeën. Maar ik zal altijd zeer diep onder de indruk van hem blijven. Slaapwel, tot straks, we wandelen wel nog wat, goed? Daag!

En heel dat, wordt op vijf minuten tijd doorgegeven van mijn ziel naar die van mijn hond, terwijl ik hem met alle tederheid die mijn handen bezitten over zijn hoofd aai en bedenk dat ik toch elke keer vergeet hoe mooi hij is.

10:49 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

15 juni 2010

Un petit coin de parapluie pour un coin de paradis.

Op sommige momenten denk ik "pf, alleen zijn is nog altijd wel het meest luxueuze leven", en op andere kan heel dat gevoel kelderen in een gewentel in triestheid. Wat gebeurt er met me. Alles scheurt en trekt. Mijn hoofd wil dit en mijn hart wil dat en mijn lichaam wil NOG iets anders. En één man verenigt de drie, maar net hem kan ik niet dichterbij verdragen want, jaa, angst. Ik ben zo geen noodlotmens, we zijn met belachelijk veel en er zijn wel meer mensen die me gelukkig kunnen maken -maar niet véél. Als ik nu nog te angstig ben en hij is weg tegen dat ik het overwonnen heb, dan is dat maar zo, bedoel ik.
Ook al steekt mijn hart elke keer ik met m'n vriendinnen uit ben en hij me weer zo schrijnend oprecht begroet. De ervaring leert me dat ik gevoelens van verbondenheid kan hebben die blijken niet te bestaan aan de andere kant, en van verbondenheid is dan technisch gezien geen sprake hé. De droefheid in mijn hart komt voort uit een mengelmoes van naïviteit en oprechtheid. Ik ga oprecht en blindelings geven om mensen die het niet verdienen of waaraan ik de energie niet zou moeten wijden.
Maar hoe leer je om anders te zijn dan je eigen natuur? Naar buiten toe kan ik moeiteloos mijn hart sluiten, en geen ziel zal ooit weten wat er echt in speelt, maar daarmee ga ik nog steeds naar huis met lood in m'n schoenen en tranen in mijn ogen. Het is me nooit overkomen, moet ik zeggen. Iemand zomaar, toevallig leren kennen, elk weekend zien en voelen dat er iets groeit dat volledig wederzijds is, en op dezelfde golflengte zitten, en meer en meer aan elkaar toevertrouwen tot men zich aan elkaar bloot geeft. Ik heb dringend een grondig gesprek nodig met mijn hartsvriendin, ik voel het.
Is dat niet mogelijk of zo dan, door mijn gesloten en contradictorische persoonlijkheid? Stoot ik mensen zo af, doe ik zoveel dingen fout, is er zo'n gruwelijk aspect aan me? Jezus, hoor me bezig. Hoor me twijfelen! Dit is precies waarom liefde me niet interesseert. Het maakt me angstig, het neemt me mijn stabiliteit af. Ik kan het niet met mate en dat is erg destructief. Wanneer ik verliefd ben, echt verliefd, ga ik kapot. Het schijnt mijn trieste lot te zijn. Het gevoel niet te bestaan zonder de verbondenheid met die persoon consumeert me en verbrandt me. Nu ben ik nog bijlange niet in dat stadium, gelukkig, het is geleden van mijn negentiende dat ik me nog zo gevoeld heb.
Ik ben gelukkig alleen, maar wanneer ik verliefd word lijkt het alsof dat alles van geen tel meer is, alsof mijn leven nooit enige betekenis had. Het beminnen van de ander slorpt me op, ik verdwijn en los op in dat verslavende gevoel van euforie, bewondering en genegenheid. Liefde is een beetje zelfmoord plegen. Hoe komt het dat sommige mannen dit in me losweken? En hoe komt het dat mannen die veel gezonder voor me zijn, dit gevoel in de verste verte niet benaderen?
Elke keer ik zo gekwetst werd door mijn ex-vriend, dacht ik "NOOIT MEER". Ik hoor het mezelf nog zeggen, nooit nooit nooit nog laat ik me zo meeslepen en blind maken. Volgende keer zal ik veel beter controleren wat ik voel en zal ik veel meer autonomie bewaren. Maar dan staat die ene man daar met zijn Stella en betrap ik mezelf erop te denken dat ik hem waarschijnlijk zou volgen naar de meest godverlaten hut ergens in putje Zwart-Afrika, te voet. En ik zou waarschijnlijk zijn bagage voor hem dragen moest hij het me vragen.
De schrale troost in dit hele verhaal is dat ik dacht dat mijn hart gestorven was, en dat er blijkbaar nog bloed door stroomt. Which is nice.

Dit kan nooit wederzijds zijn, omdat het steunt op idealisering. Moest hij me plots zeggen dat hij me graag ziet, zou ik niet weten wat te zeggen. Ik zou onmiddellijk naar zijn gebrek op zoek gaan, want je moet wel een gebrek hebben om verliefd te worden op Clémence. En ik zou het nog vinden ook.
Ik vind het altijd.
Ergens achterin m'n hoofd is er altijd nog de onoverwinnelijke overtuiging dat "hij geen idee heeft wie ik ben". Dat niemand het weet. En dat hij wel kan denken dat hij me graag ziet maar eigenlijk niet weet wat er in me schuilt. Hoe plant je al je gevoelens, gedachten en geloofjes in iemand anders zijn hoofd? Hoe geef je jezelf bloot en wanneer weet je zeker dat je het op de juiste manier doet?
Hoe bekom je het, dat iemand van je houdt, dat iemand wat je bent zo bewondert dat hij het gaat beminnen? Hoe bekom je het dat iemand je droefheid en je angsten ziet en je wil beschermen? Of is het zinloos daarop te wachten. Misschien is het echt zo dat je altijd alleen staat. Alleen met je vrienden dan toch.

00:02 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

01 juni 2010

But the war won't stop for the love of god

Holy crap. Het beest heeft een naam, volgens het Studenten Advies Centrum. Ik dacht aan faalangst en zo, maar blijkbaar vinden zij "burn-out" gepaster.
Maar zeg, ik speel niet mee hé. Ik wil geen therapie en zo, dat zal nu echt niks uitmaken. Alles wat ik nodig heb om dit recht te trekken, heb ik in handen. Zelfdiscipline is niet iets wat je moet kweken, het is iets dat je moet gebruiken. Ik heb er massa's van, maar ik gebruik het te weinig. Volgens mij ben ik lui, maar op andere vlakken schijn ik toch heel hard door te zetten. Of is ook dat mij aangepraat? Pfrt hoe weet je dat nu weer zeker.
Is er een te grote kloof tussen mijn vriendenleven en mijn studentenleven? Misschien ben ik een te wild feestbeest en heb ik teveel recuperatie nodig van m'n weekends. Maar als ik mijn vrienden niet zie, word ik een triest, levenloos omhulsel. Doseren, Clémence, doseren. JAMAAJAAA. Ik begin het hoe dan ook onder de knie te krijgen ze achter te laten, denk ik. Te zeggen "oké jongens, ik ga naar huis", en niet te denken "fuck, ik wil nog niet naar huis zolang het feest duurt". Het is een heel proces te denken aan je eigen plannen en je eigen leven, vóór 'HET FEEST'.
De moeilijke periodes die ik heb doorworsteld moet ik niet zien als een rem maar als mijn kracht. Een draak is niet alleen gevaarlijk, hij is ook slim en sterk en shit. Die kant moet ik ook eens gaan bekijken, en erin geloven. Ik zit hier maar wat te lallen dat m'n ouders niet in me geloven, maar ikzelf ben niet veel sympathieker. En hoe minder ik in mezelf geloof, hoe minder ik zal verwezenlijken en hoe minder anderen in me zullen geloven. Ahhh, de cirkels, wie houdt er niet van.
Bon.
Here goes nothing. *hap naar adem*

23:17 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

18 mei 2010

But love is not a victory march

Kijk. Wat moet je doen op momenten als dit?
Voor ik doorga moet ik eerst even voor de zekerheid dit zeggen: mensen die me kennen en dit lezen, moeten niet ongerust zijn of denken dat ik op de rand zit. Maar soms gebeuren er dingen waardoor je een stevige zet in die richting krijgt. Dat duurt maar even. Ik heb diep genoeg gezeten om te weten dat het altijd overgaat -al duurt het soms tergend lang.
Maar wat moet je doen? Wat moet je ondernemen wanneer de "goesting" van je wegebt? Ik ben ingehaald door mezelf, op de meest gemene en pijnlijke manier. Straks ga ik slapen met als enige gezelschap de stille wens dat er CO² vrijkomt en ik nooit meer wakker word. Of dat het gebouw instort, of dat mijn hart stil staat, of iets, waardoor ik niemand kwets, en waardoor niemand ooit zou weten dat mijn laatste zucht "eindelijk" was. Dat ik verlost word zonder dat ik zelf die afschuwelijke daad moet stellen. Want de hoop in mij kan nooit genoeg uitdoven opdat ik mezelf het toekomstige geluk afneem. En ik zou nooit mijn geliefden durven achterlaten met het gevoel dat ze niet goed genoeg zijn geweest. Want dat zijn ze wel, en ik wil hen zo lang mogelijk bij me. Of ik bij hen.
Alleen jammer dat ik er zo'n pijn voor moet lijden, en dat ik het hen niet kan zeggen. Want dat is ook maar belachelijk hé. "Zeg, jij bent mijn beste vriend, weet je dat ik elke dag verdriet voel en dat allemaal doorsta omdat ik je graag zie? HE?" Pfrt. Wie weet wat mensen om me heen doorstaan. Wie weet hoezeer dit gevoel herkenbaar zou zijn voor sommigen.
Het is Facebook, en Facebook is maar virtueel. Maar mijn ex-bijna-man zit in Zuid-Afrika en heeft me uit zijn vriendenlijst gewist. Dus voel ik me gewist uit zijn geheugen, uit zijn gedachten, ik word buitengesloten en 'uitgeveegd'. De vijf jaren dat ik als enige geloofd heb in die verschrikkelijke relatie, zijn er nooit geweest. En eigenlijk is dat één van de meest relativeerbare dingen. Maar mensen die verdwijnen, uit elkaar gaan, ruziemaken en vertrekken, dat kan ik niet relativeren -dat is mijn zwakste punt. En ik dacht eigenlijk dat ik dat allemaal verwerkt had. Maar ik heb gevlucht, sinds september. Ik heb het varken uitgehangen op café, maar echt gevoeld heb ik niet. En dat merk ik natuurlijk pas als ik weer voel, zijnde nu, dus.
AARGH ik barst uit m'n vel. Gaat dit óóit ophouden? Dat verdriet, om niks, om alles, ik weet niet waar het vandaan komt, die ontevredenheid met wat ik verdomme allemaal wel niet héb, die schaamte om toch nog te durven emmeren over tekort, die eenzaamheid en dat zelf aangedane isolement? Heeft iedereen dit? Is dit normaal op je 23ste? Is er een oplossing voor?
Ik herinner me toen ik als dertienjarige snotter in het zeteltje zat bij een jeugdpsycholoog. Kerngezond en helder was ik, een geestesziekte was het niet. Maar ik absorbeer verdriet, spanning en triestheid om me heen, zei hij. Ik besefte te snel dat mensen weggaan, verdwijnen, wegebben. Dat vriendschappen doodbloeden, dat relaties stukgaan, dat niemand in je leven bij jou blijft, voor jou, omdat jij bent wie je bent. Dat niemand ervoor kiest om te moeten zorgen voor iemand. Ik wil bewonderd worden om wat ik ben en precies om die reden voorzichtig behandeld en gekoesterd worden. Maar iedereen wil bewonderd en gekoesterd worden, en er is geen reden voor mij om het meer te verdienen dan een ander. Zo is de wereld niet. En zelf zie ik zeker ook soms niet in hoe gevoelig anderen zijn, en zelf vertrappel ik wellicht ook mensen die denken wat ik nu denk, maar zelden intentioneel. Nooit eigenlijk.
Maar waarom voel ik me altijd zo naïef en gebruikt? Waarom blijf ik altijd achter met het gevoel meer gegeven te hebben dan gekregen? Slechts één vriendin vertrouw ik nog, aan haar kan ik alles zeggen. Ik doe het niet, want dat kan ik niet, maar de wetenschap is voor mij genoeg. Ligt het aan mijn vriendenkring of aan de wereld, ik zou het niet kunnen zeggen. In het café waar ik elk weekend zit, zou ik al niet durven vertellen over mijn lessen of zo. Eigenlijk durf ik er sowieso niet veel vertellen. Met enkelingen kan ik erg goed praten, maar in de groep heb ik niet echt een plaats. Waarschijnlijk is dat één van de redenen waarom ik er kom. Hier kan het niet echt iemand iets schelen hoezeer ik me lam zuip, hoezeer ik me begaai. Dus we begaaien ons jolig allen tesamen en 's morgens gaan we naar huis. Tot volgende week, misschien wel, misschien ook niet. Een connectie of verbondenheid bestaat niet echt, ik ben ook nog erg jong en zij hebben al lang hun huisje-boompje-tuintje op orde. Geen nood meer aan uw diensten juffrouw, sorry. Mijn hart is al vol.
Misschien moest ik maar eens op zoek naar een stalletje in Bethlehem zeg.
Ooit zei een vriend terloops dat ik goed moest studeren, en mijn kansen nemen, omdat het werkleven zonder diploma misschien ook maar snel zou tegenvallen. Toen ik goed en wel thuis was en besefte wat er gebeurde, was ik bijna met tranen in de ogen in mijn cursussen aan het bladeren. Waaw! Iemand geloofde in me en steunde me en zo! Belachelijk hé, maar ik was zo gelukkig als een kind. En ultragemotiveerd. Mijn ouders zeggen eigenlijk alleen maar iets als ik in hun ogen te weinig doe. En zelfs dat is de laatste jaren enorm afgenomen omdat ik er zo ontzettend kwaad (lees: verdrietig, maar dat hebben zij niet door) van werd.
Bah, ik ga met mijn stille (maar iets verminderde) wens m'n bed in kruipen, en als morgen de zon schijnt zal het al stukken beter gaan.

Slaapzacht.

02:38 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

12 mei 2010

So many heroes

Om half twaalf was ik al op, ik bemin mezelf soms echt. Op de trein viel ik in slaap en heb ik bijna mijn halte gemist, en nu ben ik weer klaarwakker. Soupir. Oja en op de trein heb ik ook pijnlijk ondervonden hoe het leven van een blondine eruit ziet. Je ne suis pas raciste, maar ze moeten niet overdrijven en ZEKER mijn doorgang in die smalle tweezitjes niet blokkeren.
Ik heb een breinloze Clémence-opmerking gemaakt over de voor-de-lol-verloving van een half jaar terug en zo, jezus, hij kon er niet mee lachen. Hij wou weten wat ik ermee wou bereiken. Na vijf jaar aan mijn zijde zou ik gedacht hebben dat mijn ex-bijna-man zou geweten hebben dat ik ofwel duidelijk bereik, ofwel geen intentie had om te bereiken. Het bleek nodig wat te gaan zitten paranoïde wezen. DUDE. Ik geef toe dat het een stomme opmerking was, maar ASJEBLIEF, doe niet alsof ik u voortdurend VISEER. Alle lieve dingen die ik hem nog meegaf toen hij vertrok naar Zuid-Afrika, gooit hij dan blindelings weg, want ik heb een grove opmerking gemaakt en hij wil zich niet laten doen. Het gaat nu maanden duren voor hij het te boven is en weer normaal kan doen. Zijn trots moet nog herstellen en shit. Ik had voor kleuterleidster moeten gaan of kweniwa.
't Is moeilijk. Veel feestjes en lol maar toch voel ik me belast. En ik word omringd door, welja, 'gezonde mensen', maar het lukt me niet gevoelens te hebben. Aangezien ik een vrouw ben, en roddels mij dus door de wetten der natuur bereiken, weet ik ook dat sommige mensen echt gevoelens voor me hebben of me heel leuk vinden of zo, maar ik kan aan mijn eigen gevoelens errond niet meer aan. Ik vind het niet vervelend, niet leuk, niet spannend, gewoon ijs- ijskoud. Nada.
Nochtans is er één van hen die me écht goed zou kunnen doen. Een purist, geen drinker, geen roker, maar wel een zware feester. Puur op karakter. Keigraaf. Maar ik kan het niet. En als er "momenten" zijn, dan voel ik me belachelijk om te denken dat het een moment is, en wordt het in mijn hoofd als vanzelf opgeruimd als een flauw soapfantasietje. Een moeilijk te ontwortelen deel van mij is nog niet teruggeveerd van de mishandeling die ik mezelf heb toegedaan en nog toedoe.
Eigenlijk praat ik quasi heel deze blog al naast de kwestie.
Het is ook niet gemakkelijk om het toe te geven. En het is belachelijk. En alle vrouwen hebben het weleens. En het is nutteloos om over sommige dingen te spreken. Al helemaal om het te schrijven op een publiek ding. Soms wil ik het echt brullen, als ik aan de toog zit met een pint en iedereen het kan horen. Maar ik durf niet.
Want het is echt afschuwelijk om iemand zo'n dingen te horen zeggen. En buiten 'amai, da's een getikte ze', zal ik er weinig bij winnen. De frustratie culmineert momenteel gewoon. Praten helpt niet, ik heb alles geprobeerd. Psycholoog, psycho-analyticus, therapeut, neuroloog, psychiater, instelling, mama, vrienden, ALLES. Sommige dingen hebben geholpen maar de laatste tijd haal ik er niks meer uit. En dan zeggen ze, je moet je goed voelen bij jezelf voor je aan een relatie kunt beginnen. En dan voel ik me alleen en onbevestigd en triest, en voel ik me niet goed in m'n vel. Maar niemand zal het weten. "HAHA ik ben echt een KEICOOL WIJF" is wellicht één van m'n meest frequente uitspraken. Ook al gelooft geen haar op m'n hoofd dat iemand anders dat ook vindt (ik vind het zélf wel, maar heb moeite om aan te nemen dat iemand het zal opmerken).
En als het wel wordt opgemerkt, door mensen die dan misschien gevoelens voor me hebben, dan nog geloof ik er niet in, ofzoiets. Dan denk ik 'ha, wacht maar, je weet nog niets'. Misschien belast ik mijn partners teveel. Dat ik denk dat ik hen dan alles mag of moet vertellen wat door me heen raast, en dat ze plots een heel luik van me zien opengaan dat ze nooit hadden vermoed toen ze me 'gewoon' kenden. Zonde dat dat luik erm, de grootte van België heeft, give or take. Mijn aanpak is meestal om alles wat ik ben bij elkaar te rapen, en in zijn armen te duwen "hier, doe er wat mee". Maar daar zitten vlammenwerpers, scheermessen, drietanden en prikkeldraad tussen. Dus eigenlijk staat daar dan meestal een hulpeloze man, met vreselijke dingen voor hem, zich af te vragen of ik misschien nog terugkom om een beetje mee te helpen of zo. Upside; er zijn nooit geheimen (krekel in de achtergrond).
Er zijn zoveel demonen. En ik ben ze zo gewend, dat ze bijna gezelschapsdiertjes zijn geworden en ik ze niet speciaal aanpak. Maar een nieuweling die even komt binnenkijken schrikt zich een ongeluk. "Ja sorry ze, ben er nog niet toe gekomen om hier wat op te ruimen, hehe". Kun je wel zeggen. Ik merk ze zelfs niet meer op. En voor mij is dat prima zo, ik functioneer, ik draai mee in een systeem, maar het lijkt onaanvaardbaar voor de mensen die ik binnenlaat. HOWJOM WATAFAAK. En dan schaam ik me elke keer zo vreselijk hard, dat ik had kunnen denken dat dit oké zou zijn voor iemand. Stomme, stomme Clémence.
Mijn ex-vriend wou me volgens mij als paradepaardje. Zie eens naar mijn lief haar armen en benen, HA, ik heb dat getemd he jongens. En toen bleek dat dat eigenlijk maar het oppervlakkigste was van wat er allemaal in me bestaat, werd hij lijkbleek en nam hij vakkundig afstand van de vacature.
Eigenlijk sta ik wel op mijn eigen benen en voel ik me wel goed bij mezelf, maar er wordt me opgedrongen dat er dingen niet juist zitten, omdat ik niet preciés in een vakje pas. Misschien moet ik me minder aantrekken van dat vakje en meer van mijn eigen vormpje. En fuck het vakje big time als ik er niet in pas. Ik heb nu eenmaal een bepaalde inhoud, en als je het uitsteeksel daar indrukt om erin te passen, schiet er ergens anders wel weer iets nieuws uit. Zinloos. Fuck me sideways ik rule echt in beeldspraak he. Ik zie mijzelf al als een blob rode plasticine in een kubusje geperst worden en langs alle kanten appendixen groeien. Mhaha.
Clémence, ga is slapen jom.

 

Every night that goes between
I feel a little less
As you slowly go away from me
This is only another test

Every night you do not come
Your softness fades away
Did I ever really care that much
Is there anything left to say

Every hour of fear I spend
My body tries to cry
Living through each empty night
A deadly calm inside

I haven't felt this way I feel
Since many a year ago
But in those years and the lifetimes past
I did not deal with the road

And I did not deal with you I know
Though the love has always been
So I search to find an answer there
So I can truly win

Every hour of fear I spend
My body tries to cry
Living through each empty night
A deadly calm inside

So I try to say
Goodbye my friend
I'd like to leave you with something warm
But never have I been a blue calm sea
I have always been a storm
always been a storm
ooh always been a storm
I have always been a storm

We were frail

She said,
"Every night he will break your heart"
I should have known from the first
I'd be the broken-hearted

I loved you from the start
Save us...
And not all the prayers in the world - could save us

01:35 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26 april 2010

J'ai pété les plombs.

Vrijdag was een kwelling. Mijn goeie vrienden waren vroeg weg of afwezig, en ik zat zonder fiets vast op café. Een compleet nutteloze vermoeienis was het. Voor ik van thuis vertrok had ik papa een kus willen geven, maar hij deed teken dat hij niet wou -woorden was ik op dat moment klaarblijkelijk niet waard. De hele avond hing een zwaar gevoel in mijn maag, ook al dacht ik niet meer echt aan dat voorval. Ik heb dan gedronken tot mijn gevoelens sliepen. Toen mama me de dag daarop 's middags belde om te zeggen dat ze me kon oppikken, leek het alsof ik eindelijk weer ergens hoorde. En toen ik zag dat papa zwaaiend mee in de auto zat, was ik ineens weer een kleuter van vijf die in de genade van de Grote Boze Papa was gevallen.
De regeringscrisis knaagt mijn vader aan stukken, legde mama me later uit. Er is geen oplossing, hij kan niets doen buiten lijdzaam afwachten. Voor een ex-militair is dat een nagenoeg ondraaglijke situatie. Daar moet bijgerekend worden dat ik vreselijk op hem lijk en liever opkrop dan dat ik iemand moet verontrusten. Maar uit mijn gedrag blijkt toch een zekere wanhoop, blijkbaar, want er zijn al ettelijke -onhandige, maar toch schattige- pogingen ondernomen om te polsen naar mijn emotionele kronkels. Maar het lukt me dan niet om het uit te leggen, omdat de gewoonte om dat te doen al jaren slabakt en dus hopen achtergrondinformatie ontbreekt. Dus zeg ik dingen als "het komt allemaal wel goed, ik moet gewoon nog even iets voor mezelf oplossen, maar je kent me hé! ik geef niet op en zo". En dan schuifelt hij semigerustgesteld door de tuin, terwijl hij met alle goeie wil van de wereld probeert te begrijpen hoe zijn 23-jarige dochter haar emotionele welzijn kan laten primeren boven haar studies.
Daardoor is papa dus gespannen, nu, en dat geeft extreem onvoorspelbare vonken. Soms flappen er provocerende opmerkingen uit, en NO WAY dat ik me laat provoceren zonder dat hij daar een lawine voor terugkrijgt. Als ik een kort zomerrokje aanheb, krijg ik gegarandeerd een "je ziet er hoerig uit" vlak voor ik de deur uitstap, zonder me voor de rest oogcontact te gunnen. Daar staat hij dan in de keuken, met zijn IPhone in de hand, een beetje te prutsen aan één of andere imaginaire instelling. "Ja, als ik morgen niet thuiskom, dikke pech. Salut", antwoord ik bitter, maar de voordeur is nog niet toe of mijn binnenste schrompelt al in elkaar. Maar ik moet 'consequent' zijn, want hij heeft het recht niet om zoiets tegen me te zeggen, en ook al verander ik hem wellicht nooit meer, ik mag me niet laten doen.
Het is ons cirkeltje, en de opgekropte woede verschroeit alles vanbinnen terwijl we allang spijt hebben van dit alles maar ons nooit zullen excuseren. Er is geen grens, want die is er op onze liefde voor elkaar ook niet. Geen seconde twijfel ik aan mijn vaders liefde wanneer zo'n ruwe opmerking als een mes in me snijdt.
Ik heb gezag altijd van me af gesputterd, alles wat hij me bood werd door een kritische filter gehaald en 9 kansen op de 10 verpletterd. De waarden en prioriteiten die hij me wilde meegeven, werden schaamteloos door mij gecompromitteerd als mij dat een verstandige beslissing leek.
Hulpeloos heeft hij me opnieuw en opnieuw moeten zien vallen, tegen muren smakken, zien lijden, huilen en koppig opnieuw beginnen. Mijn onorthodoxe manier om ermee om te gaan moet hem veel verdriet gedaan hebben, maar dat heeft hij fier en kranig voor zichzelf gehouden.

Gelukkig was zaterdagnacht van zo'n uitmuntende kwaliteit, dat mijn relativeringscapaciteiten weer versterkt werden. Een hele dag in de zon later leek mijn gepieker behoorlijk overdreven en was ik volledig ontspannen. Anderhalve dag lang mocht mijn schild naar beneden, want mijn vrienden verzorgen mijn angsten met respect. Niet dat hierover gepraat wordt of zo. Ik zou dit nooit kunnen zeggen. Ze vermoeden misschien dat ik af en toe worstel met van die meisjesdingen, in elk geval is het vooral het gevoel dat ik wegsmelt in een groep. Ik krijg geen medelijden, geen oordeel, geen roddels, alleen gezelschap, humor en raad als ik er om vraag.
En ik krijg de kans om hetzelfde terug te doen. Er wordt oprecht geluisterd als ik iets zeg. Alleen dàt al! Ik hoef niet eens te vechten voor mijn plekje. Zelfs thuis kan ik dat niet zeggen.
Morgen picknick! Een laatste graantje meepikken voor ik weer naar mijn kot moet.

 

Met zoveel, toch alleen
Zo vol en helemaal leeg
Altijd lachen, vanbinnen vol verdriet
Zoveel te bieden
Zoveel kunnen
Jezelf de tijd niet gunnen.

Zoveel weten,
Alles voor een tweede keer afmeten.
Zoveel zien, helder en scherp, maar toch zo blind staren.
Altijd goed... Plots zo slecht... Het ervaren
Het voelen, erbij stilstaan, en toch zo snel gaan
Zoveel hebben, toch een half hart. 

Altijd het licht zien
Dan zo sterk en toch vanbinnen zo zwak
Zo kort zijn in een oneindig lange weg
Zoveel willen zeggen met de woorden die men niet hoort
Zoveel willen uitleggen MAAR IK KRIJG HET NIET VERWOORD.

(Jasmien Loos)

02:33 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

23 maart 2010

A secret place.

Amai wat een episch nutteloze dag. Het lijkt wel zondag of zo.
De vermoeidheid is weer op me neergestreken. Slaap zal niet komen. Het is lang geleden dat mijn gevoelens nog hebben kunnen rusten. Er komt altijd veel te veel op af, jezusmina. De weekends zijn veel te intens, geloof ik. Eigenlijk ben ik niet gemaakt om veel verschillende mensen te zien, maar tegelijk mis ik het gezelschap heel snel. Vatje vol tegenstrijdigheden. En blijven lachen, met alles, vernietig elk vermoeden dat je angstig bent. Of ongerust, of triest, of een mengeling van die dingen. Zo rond 5 u voel ik het me aanvallen van binnenuit, wanneer iedereen vertrokken is maar fysiek nog aanwezig is. De ware aarden kruipen naar buiten, want de prille ochtend werpt er licht op. Ze zijn moe, en ze zijn knorrig. En mijn muren vallen naar beneden, net wanneer niemand nog kijkt of interesse heeft.
Gelukkig, eigenlijk. Want het voelt alsof ik word opengereten met een bot mes wanneer ik praat. Het brengt ook weinig. Alleen dat iemand iets van je weet, en dat je je klein en beschaamd voelt, en aanstellerig ook. Vanwaar komt dat lompe cliché eigenlijk, dat het zou opluchten? Nog nooit, echt, nog NOOIT heb ik dat gevoel gehad na iets verteld te hebben. De enige reden waarom ik tot nu toe dingen heb prijsgegeven was wanneer het een tactische zet was. Een situatie verbeteren/verduidelijken, of een voorbeeld van mezelf aanbrengen om iemand anders te helpen.
En overigens, het schijnt mensen waar ik van hou weg te jagen. Of mensen voelen zich ongemakkelijk dat ik hen heb "uitgekozen", of weten niet wat ze moeten zeggen en voelen zich schuldig dat ze me niet helpen (ook al verwacht ik dat eigenlijk niet, ik kan het zelf niet eens). Waarom praten over dingen die voor anderen duizend keer erger zijn ook, ik bedoel, sommigen voelen zich zo slecht dat ze zich ophangen. Je weet die dingen niet van anderen. Wie weet begin je te zeuren over je hersenkronkels tegen iemand die zich nog veel slechter voelt en duw je hem of haar over een flinterdun randje. Of verveel je hem.
Maar bij elke mens schuilt toch ergens dat verlangen, dat iemand het zal willen horen, niet? Dat is toch wat ons allemaal beweegt? De hoop dat iemand ons zal verlossen uit de stilte van ons hart. Dat is wat zovelen van ons zo toetakelt dat ze ons achterlaten. Hun lijden wordt niet gehoord omdat ze het verschuilen of omdat niemand erachter vraagt. Ze barsten bijna open van liefde om af te geven, maar niemand moet het hebben en ze vinden er geen kanaal voor.
Ik wou dat ik een miljoen oren had en honderden duizenden jaren de tijd. Om aan elke mens in nood te kunnen geven wat hij verdient. Zou het iets uitmaken? Eigenlijk weet je zelfs dat niet hé. Een vriendschappelijk oor schijnt ook vaak niet genoeg te zijn, of het evenaart de zuivere liefde van een ander niet. Ze zijn altijd op zoek naar "The One" ofzoiets, alsof één mens alles kan oplossen. Allemaal de schuld van Disney.
Liefde komt pas als je haar niet zoekt, zeggen ze. Maar welke gezonde mens is er niét op zoek naar liefde? Alsof het een zwakte is om te wensen dat iemand je liefheeft of naar je luistert -ook al zeg je niks.
Hmm.

21:21 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Tu le dois à ton étoile.

Verdikke. Vandaag is weer zo'n man-als-ik-kon-kiezen-kwam-ik-überhaupt-niet-buiten-dag. De zon schijnt niet, het is niet speciaal warm en eigenlijk is er ook nergens iets te doen of zo. Dus heeft Clémence de ongezondst mogelijke reactie; deur op slot, koptelefoon op de oren en GSM uit.
Waar gaan we toch heen. Een beetje les gaan volgen om een stukje papier te behalen dat zogezegd betekent dat je goed begrijpend kan lezen, en dat je voor bepaalde jobjes beter geschikt bent dan een ander. Niks leer ik er nochtans mee. Niks. Ik leer niet hoe ik moet reageren als ik pijn heb, ik leer niet hoe ik iemand die pijn heeft kan helpen, ik leer niet hoe ik een ander plezier kan doen, ik leer niet om anderen graag te zien zonder er zelf aan ten onder te gaan, ik leer eigenlijk niks. Wat het belangrijkste is in het leven wordt ontweken in al mijn cursussen (en ik heb ze nochtans allemaal serieus uitgekamd).
Wat bewijs ik door te weten welke filosoof beweerde dat kunst een veruiterlijking moet zijn van de geestelijke bewegingen van de kunstenaar? Welke belangrijke levensvraag kan ik daarmee oplossen? Wie help ik daarmee?
Ze zeggen altijd "je moet doen wat je graag doet, en dan kom je overal". Maar als je dan antwoordt dat je het liefste op café zit bij de mensen waarbij je je goed voelt, dan telt dat ineens niet meer. Klootzakken. Hoe komt het dat voor sommige mensen een bepaalde verbondenheid van zo'n vitaal belang kan zijn? Mario was ook zo. Het had voor hem geen zin meer want hij voelde zich alleen. Al denk ik niet dat ik me ooit zo alleen zou kunnen voelen dat ik mezelf de kansen zou ontnemen om nog geluk te vinden in de toekomst. Want als je er echt mee stopt, dan stopt de pijn maar ook de vreugde die nog had kunnen volgen. Je knipt jezelf overal uit, dat lijkt me zo drastisch.
Een beetje zoals in Eternal Sunshine of the Spotless Mind, waarin Clementine uit zijn leven wordt "geknipt". Maar dan eigenlijk erger. Want als je zelf verdwijnt, verdwijn je eigenlijk niet. Je blijft in de geheugens van je naasten voortdwalen. Al het fysieke aan je leven vergaat, maar alles wat met gevoelens en gedachten te maken heeft blijft aanwezig in de herinneringen van anderen. Waarschijnlijk daarom is het herdenken van de overledenen zo belangrijk. Zo blijven ze, een beetje.
En toch begrijp ik hoe je kunt denken dat je leven niet veel nut heeft. Momenteel vind ik dat ook van mezelf. Ik sta op, ga ergens luisteren naar een professor, dan ga ik wat lezen in mijn cursus en ga ik weer slapen na ettelijke sigaretten. Doe ik iets? Help ik iemand? Maak ik een verschil? Los ik iets op? Nee! En ik vind het een ondraaglijk gevoel. Ik heb al gehoord dat het gevoel van voldoening volgt, eens je doet wat je graag doet en je eigen doelen nastreeft.
Maar hoe de fuck. Ik wil een universitair diploma omdat ik het verstand heb en er dan maar van moet profiteren. Eigenlijk is dat snobistisch, maar tegenwoordig is kennis bijna evenveel waard als geld, en ik krijg van thuis uit alle kansen om erin te slagen. Het zou niet eerlijk zijn om dan zo te doen van 'oh nee, voor mij hoeft het niet'. Maar boeiend kan ik het nu ook wel weer niet noemen, ik kan er niks aan doen. Universiteit is en blijft BEKAKT. Het loopt vol mensen die van zichzelf vinden dat ze SLIMMER en dus BETER zijn dan anderen, mensen die geloven dat de wereld aan hun voeten ligt en die hun neus ophalen voor niet-hogeropgeleiden. Hoe vaak hebben wij al wel geen statistieken voor onze neus gekregen waarin hogeropgeleiden als frequente lezers naar voor worden geschoven, en niet-hogeropgeleiden als tv-kijkers. En de hogeropgeleiden hebben zelfstandigere karakters want zij krijgen op hun werk meer verantwoordelijkheid, en zij kijken naar Canvas, en de niet-hogeropgeleiden kunnen alleen maar simpele instructies volgen en kijken naar VTM. Kwestie van de bevolking even te splitsen in "intellectueel" en "randdebiel". Ik kijk ook naar VTM ze. En ik ken genoeg bouwvakkers die naar Canvas kijken, allez wat is dat nu.
Volgens mij ga ik pas een gevoel van succes hebben als ik op de verplegingschool zit. Of zelfs pas als ik werk op de spoedafdeling. Want wat de fuck moet ik anders gaan doen zeg. Achter een bureautje gaan zitten ofwa. Of een bende Duitsers uitleg geven over de schilderijen in een museum. Ik por nog liever een ijzeren priem door mijn oog, eigenlijk.
Maar tot dan ben ik gedoemd tot het doorploeteren van het universitaire snobleven, als door-en-door-bink. Clémence was weer zo slim om vrienden te hebben die gemiddeld 30 zijn. Stiekem zijn zij de enigen die volwassen genoeg zijn om mijn aanstellerij te tolereren. Maar nee, eigenlijk is dat niet waar, want hier in Gent heb ik veel vrienden van 20 of zo. En dat botert prima. Misschien ben ik hier een pak braver dan thuis, alhoewel ik hier toch al veel op togen en tafels gestaan heb. En een legendarische fiejestreputatie heb. Het zou toch makkelijker voor me zijn moest ik vrienden hebben van Turnhout, hier in Gent.
Niet dat het nu moeilijk is. Clémence amuseert zich overal, zorg maar gewoon voor bier en zij doet de rest.
Ik ga hier nog eens diep over moeten nadenken allemaal.

13:10 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09 maart 2010

I against I

Ja hoor, innerlijke dialogen op dinsdagavonden. Moet kunnen, bij gebrek aan mijn beste vriend. Verdorie, het moet hier nodig opgeruimd worden. Op dat vlak ben ik toch maar een kerel. Nog een sigaretje dan, met een beetje geluk zorgt de nevel ervoor dat ik de rommel niet meer zie.
Gaat het gemis ooit echt weg? Ik had laatst nog met iemand een gesprekje, over hoe liefde valt en staat bij het vermogen om de ander te idealiseren. Als je van iemand houdt, is hij ineens altijd grappig, en heeft hij altijd gelijk. En dat moet ook. Als je zijn slechte kanten teveel gaat bekijken, raak je gefrustreerd of wil je hem veranderen -that's a no go.
De persoon die om die redenen wordt achtergelaten, blijft natuurlijk achter met een berg liefde en idealisering. Dat laatste begint nu eindelijk te tanen. Ik zie nu pas hoezeer hij niet goed voor me was. En wellicht nooit kan zijn. Maar eens je dat los laat, moet je natuurlijk opnieuw beginnen. Dingen vertellen, blootleggen, toegeven, merken dat het niet juist zit, verdrietig zijn, en weer opnieuw beginnen. Kan ik dat? Blootgeven? De laatste tijd heb ik meer en meer het gevoel dat ik zelfs in die vijf jaren met hem, nooit volledig open ben geweest. Door zijn onbegrip werd ik alvast niet aangemoedigd. Het lijkt alsof hij nooit gevat heeft wie ik ben, of nooit heeft gesteund wat ik kon zijn. Nooit heeft gelóóft in wat ik kon zijn. Hij zag het wel zitten, maar had het verstand niet om het eruit te trekken.
Misschien was hij om de tuin geleid door mijn masker, dat ik het wel alleen kon. Eigenlijk moet dat ook hé. Maar het is niet zo. Het masker en ik zijn in al die jaren zo met elkaar verweven dat ik me vaak zelf niet meer bewust ben van de leugen die ik ophang. Leugen is een groot woord, maar vooral tegenover mezelf is het in feite wel zo. En eigenlijk weet ik niet echt waarom ik hem opzet, want het is niet dat ik dagelijks word aangevallen of gekwetst.
Maar zonder ben ik zo weerloos. Het probleem ligt misschien bij gebrek aan vertrouwen, dan, dat ik mijn allerkleinste zelf niet aan iemand wil afgeven. Tot nu toe heb ik alleen maar mensen bang gemaakt, als ze me "zagen". Niemand vermoedt het kuiken achter de bulldozer, ofzoiets.
Mijn masker trekt bepaalde mensen aan, die verwachten dat hij mij is. Die mensen zijn dan waarschijnlijk oeverloos teleurgesteld te merken dat daar achter een doodgewoon meisje zit, zoals iedereen. Ha, misschien is dat het wel. Ik ben doodgewoon. En ik durf het niet zijn, want er zijn veel dingen gebeurd in mijn leven die me verplichten om ongewoon te zijn. Je belandt in een zware identiteitscrisis als je na zo'n dingen weer in het normale leven moet stappen, en doen zoals iedereen doet, terwijl je over dingen nadenkt waar iedereen zoveel gemak bij heeft.
Mensen behandelen me ook vaak als een "rare", iemand die "niet zoals de rest" is. Die trien met haar littekens, tattoo's en piercings. Die tattoo's en piercings heb ik natuurlijk als reactie laten zetten, "ha, als jullie toch gaan doen alsof ik er niet bij hoor, dan zal ik wel eventjes doen alsof het mijn idee was". Zo hoef je niet toe te geven dat je gewoon niet wordt aanvaard.
It's goddamn lonely at the top.
En elke keer, ja, met mijn 23 jaar, nog altijd, elke keer voel ik me vernederd tegenover mezelf als ik niet word aanvaard. Ik aanvaard mezelf wel, natuurlijk, ik hou erg veel van mezelf. Maar ik ben boos dat alles zo gegaan is, dat ik mezelf niet meer durf laten zien. Het lukt niet meer. Het is gemakkelijker om hard te zijn en verstoten, dan lief en gekwetst on the long run.
Nog een sigaretje.
Waar ben ik toch bang van. Dat is allemaal zo onnodig.

23:22 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

01 maart 2010

Euforie!

Wat me precies overkwam weet ik niet. Al is dat zelden het geval.
Volgens mij ben ik een sinusoïde. Met als voordeel dat ik altijd kan rekenen op mijn functie om weer omhoog te gaan eens ik mijn dieptepunt bereikt heb.
En hier zit ik dan, in mijn onnozele high, onnozel te wezen. Intussen heb ik al gedanst, gesprongen op mijn bed (het bed op mijn kot heeft van die leuke veringen!) en veel te veel cola -en dus caffeïne- op. Clémence, wat overkomt je! Ben je verliefd? Helemaal niet. Ik ben het wachten beu. Ze zijn allemaal zo berekend, zo voorzichtig, daar heb ik geen geduld voor. Mijn tijd is op.
Uit ervaring heb ik bijeen geraapt dat deze hoogte niet lang zal duren, dus haal ik er alles uit. Alle gewaagde, pijnlijke, zure dingen die ik moet doen, moet ik nu doen. Mijn ex-vriend uitschijten voor wat hij gedaan heeft, zijn hemd in reepjes knippen dat hij hier "achteloos" heeft laten liggen waardoor zijn GEUR me soms nog tegemoet komt, me lam zuipen en alle mannen pesten die ik tegenkom, ophouden met eten, of het gewoon vergeten, me als hoer verkleden en kotfeestjes volledig overnemen, huilen maar het verdriet niet echt voelen (het is meer lacherig huilen, niet goed wetend wat er gebeurt), de belachelijkste houseplaten opleggen op een ongehoord volume en er in opgaan alsof ik zelf een sol ben. Er is geen einde aan de inspiratie.

Ik weet dat ik een verbintenis nodig heb met iemand. Een persoon met heel heel precieze eigenschappen. Wie het juist is, is irrelevant. Maar de eigenschappen moeten er zijn (O-benen en grote handen zijn onontbeerlijk, maar binnenin zijn er ook nog wel een paar). En ik weet dat ik aan het opbranden ben op mijn eentje en dat de realiteit me ontglipt. Maar het lukt me niet meer. Mijn allerbeste vriend is naar Costa Rica vertrokken (en god wat gun ik het hem!), maar ik was niet eens in staat afscheid te gaan nemen. Ik heb mijn lievelingsboek, Timbuktu van Paul Auster, voor hem gekocht, voor de reis, maar ik kon het gewoon niet afgeven. Ik zou gehuild hebben als een domme kleuter en hem verdriet gedaan hebben.
Het is alsof mijn vaardigheid om naïef, gelukkig en remloos op iemand af te stuiven defect is. Mijn hart is gehandicapt. Ik mank maar wat in de buurt van mensen, en ik geef er niet eens om hoe ik overkom. Erop of eronder, wat anders kan ik nog doen. Een tweede kans krijg je toch nooit als het op eerste indrukken aankomt. En de eerste indruk bepaalt of je nog wordt aangesproken of niet. Zo is dat in small towns.
Ze hebben allemaal hun trots, ik niet. Zo krijg je dus de opdonder die ik ben. Ik doe alles voor je, alles, of ik je ken of niet, ik doe alles voor je. Ik brul en ik spartel, maar ik doe alles voor je. Zolang je me maar geen pijn doet, want ik kan er niet tegen en je weet het.

Maar natuurlijk heb ik een hoog IQ, coole studies in het vooruitzicht en de prachtigste, liefdevolste vrienden van de wereld. Zij weten. Zij weten wat niemand weet. Dat ik voel! (Sssjt!)
Mijn ouders zijn lieverds, die me steunen op hun notoir onhandige manier die totaal verkeerd overkomt, maar die ik heus wel apprecieer (sssjt! dit is écht geheim!). Mijn Ijspegelzus met haar stom liefje zijn beiden achter slot en grendel in mijn hart verstopt en mijn Ridderlijke broer al zéker. Alle kansen heb ik, ondanks enkele heel harde klappen, om mijn geluk te fabriceren. Maar daar moet ik nog een beetje volwassener voor worden. Nu nog niet. Laat me nog even het losgeslagen beest uithangen, heb nog even geduld met me. Ik ben nog niet klaar om mijn verantwoordelijkheidsgevoel permanent te dragen. Er zijn nog duizenden stommiteiten die ik moet uithalen, foute liefjes die ik moet frequenteren, eer ik tot rust kan komen. Zo weinig tijd! En nog zoveel te zien, te reizen, te weten, te voelen!
Mijn onschuld is nog te zuiver om in te leveren voor bewustwording, het kind in mij nog te jong om te horen dat Sinterklaas niet bestaat.
Ik ben 23, het is nog lang geen tijd om te gaan slapen.

 

Ik ben een heel klein meisje
Zeg dat je van me houdt

Hou van me
Hou van me

Tot het me benauwt

(Barbara Rottiers)

21:47 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Les chants de Maldoror

Il s'enfuit! Il s'enfuit! Mais, une masse informe le poursuit avec acharnement, sur ses traces, au milieu de la poussière. Seul, un jeune homme, plongé dans la rêverie, au milieu de ces personnages de pierre, paraît ressentir de la pitié pour le malheur.
En faveur de l'enfant, qui croit pouvoir l'atteindre, avec ses petites jambes endolories, il n'ose pas élever la voix; car les autres hommes lui jettent des regards de mépris et d'autorité, et il sait qu'il ne peut rien faire contre tous. Le coude appuyé sur ses genoux et la tête entre ses mains, il se demande, stupéfait, si c'est là vraiment ce qu'on appelle la charité humaine. Il reconnaît alors que ce n'est qu'un vain mot, qu'on ne trouve plus même dans le dictionnaire de la poésie, et avoue avec franchise son erreur.
Il se dit: "En effet, pourquoi s'intéresser à un petit enfant? Laissons-le de côté."
Cependant, une larme brûlante a roulé sur la joue de cet adolescent, qui vient de blasphémer. Il passe péniblement la main sur son front, comme pour en écarter un nuage donc l'opacité obscurcit son intélligence.
(...)
L'adolescent se lève, dans un mouvement d'indignation, et veut se retirer, pour ne pas participer, même involontairement, à une mauvaise action. Je lui fais un signe, et il se remet à mon côté.
Il s'enfuit! Il s'enfuit! Mais, une masse informe le poursuit avec acharnement, sur ses traces, au milieu de la poussière.
(...)
Race stupide et idiote! Tu te repentiras de te conduire ainsi! C'est moi qui te le dis. Tu t'en repentiras, va! tu t'en repentiras. Ma poésie ne consistera qu'à attaquer, par tous les moyens, l'homme, cette bête fauve, et le Créateur, qui n'aurait pas dû engendrer une pareille vermine.

 

Bron: DUCASSE, I., (Comte de L'autréamont), Les Chants de Maldoror, 6 Pieds Sous Terre, Frontignan, 2006, p. 109

16:57 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27 februari 2010

Tell me sweet little lies!

Waar zijn de mannen naartoe? Mannen! Waar hangen jullie uit!
Zij worden door meer gedefinieerd dan het orgaan tussen hun benen, moet u weten. Een man zoals ik hem interessant vind heeft een baard (een echte, geen dons), is breed en drinkt bier.
En alle jongens die jonger zijn dan 26-27 jaar hebben dat aantrekkelijke stadium helaas nog niet bereikt, en het gros van de Gentse studenten valt dus precies buiten mijn aandacht. Of misschien is het zelfs andersom. Of ze zijn nog niet zelfzeker genoeg om te zeggen "kom ier meiske, ik zal uw rots zijn". Of ze zijn heel bang van mij omdat ik een sarcastische opmerking klaar heb tegen hun pick-upline uit de Flair.
Of ik ben 'te ingewikkeld', zoals ik heb moeten aanhoren van de man van wie ik dacht dat hij mij juist daarom zo beminde. Dat is nu zes maanden geleden, en nog worden mijn ogen er vochtig van. Een heel klein beetje maar, maar toch.
Zijn er geen mannen die ertegen kunnen dat hun lief een wispelturige trees is? Ik ben een vrouw zoals iedereen ze wil; onversierbaar, taai en een grote mond. En zo gevoelig als een meiklokje.
Het is blijkbaar zo dat een leven lang bij elkaar niet meer serieus wordt genomen. Dus ben ik wel dik in mijn kont gepakt want ik ben dan één van de laatste idioten die dat nog zoekt. Ik ben the last of the Mohicans in een samenleving van gebruik-pers uit-dump-denkers. Is er zo geen moment waarop mannen kalmer worden, inzien dat ze eigenlijk toch een beetje dom zijn en beter een zelfzekere vrouw zouden hebben aan hun zijde om hun wegsijpelende verstand nog bij elkaar te houden? Nee?
Ik wil dat een man in mij zorgzaamheid, tederheid en warmte herkent door mijn sarcasme heen, IT'S SO FUCKING OBVIOUS. Wat een cliché! En ze kunnen het lezen op mijn horseshit-blog! Misschien komen de ridders even niet omdat de hoeven van hun paard onderhoud nodig hebben. Van mij mag hij zelfs te voet komen.
Zijn de stereotypen van vrouwen zo hard in de hoofden van mensen gebrand dat een grote mond automatisch betekent dat ik stoer en ruig wil doen en dat ik met ketels op hun hersenpan zal slaan als ze ooit te laat thuiskomen? Of denken ze dat ik dominant ben en de hele dag zal zeuren over wat ik wil?
In mijn ervaring zijn opgemaakte tuttebellen verwende koters die Me To You-beertjes willen en heel veel aandacht, en zijn natuurlijke schoonheden mensen die met fundamentelere dingen bezig zijn en zelfstandig genoeg zijn om een ander zijn vrijheid te gunnen. Laat ik nu net een kanjer van een natuurlijke schoonheid zijn, zeg.

Ik moet ertegenaan. En ophouden met denken dat 'mijn biologische klok tikt' alsof ik een gemenopauzeerde spinster ben. Ik moet ertegenaan en mijn doelen vastpinnen ergens binnen mijn gezichtsveld. Kunstgeschiedenis afwerken, verpleegkunde studeren, op de spoeddienst werken. Klak.
Qua sera sera
Whatever will be, will be
The future's not ours to see
Que sera sera

Ik voel me altijd zo oud vanbinnen. Zo doorleefd en vermoeid. Mijn lichaam is niet dat van een 23-jarige, zo gehavend als van een Papoeaanse krokodillenverzamelaar. Zijn er eigenlijk wel mannen die op Papoeaanse krokodillenverzamelaarsters vallen? Zijn er geen ridders die het meisje in me naar boven willen halen, want ik ben ze een beetje kwijt tussen al die krokodillenhuiden en speerpunten.
'k Ga het zelf moeten doen, allang gezien.
Nooit rekenen op mannen.

02:41 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21 februari 2010

Stranger than kindness

Fuck.

Ik ben in de war.
Al bloedt alles nog, het orgaan wordt weer wakker. Het klopt, ik ben dat niet meer gewend. En ik weet wel, dat het allemaal een illusie is. Want ik ontwikkel mezelf weer helemaal, op de spil zat bij mij nooit een rem of zo.

Ik wil onverbeterlijk transparant zijn, om één of andere reden. Waarschijnlijk omdat ik niet geloof dat iemand de moeite zal nemen om te gaan zoeken. Maar dat kan ik mezelf niet kwalijk nemen, ik heb daar ook echt pech mee gehad. Wie niet. 't Schijnt dat dat "volwassen worden" heet. Maar ik begin in de mot te krijgen dat het de bedoeling is dat je dat anders oplost.
Je moet dus leren van je fouten, en een rem op de rol van je persoonlijkheid zetten, zodat je niet ineens helemaal zichtbaar ligt voor de neus van anderen. Ik heb een ander mechanisme, dat van onverschilligheid. Ik word moeiteloos uitgedokterd en doorzien, maar de commentaren erop kunnen me niet deren.

TOT ik betrapt word op een onbewaakt moment en iets voel pikken, ergens.

Meestal pikt het wanneer ik iemand verkeerd heb ingeschat, en niet meer zeker ben van het gedragspatroon dat ik moet volgen. Als die persoon dat doorkrijgt, kan die vreselijk met mijn geest beginnen spelen, en dan pikt het. Dat het mij kwetst is dan waarschijnlijk in al mijn daden leesbaar, maar ik blijf dan koppig doen alsof van niet. En ik weet dan ook wel dat ik mezelf belachelijk maak en zo.

Maar meestal ziet die persoon mij ook nooit meer, HAHA. Zoete wraak :/

Een illusie dus. Die nog even zal doorkabbelen, en dan zal ik mijn wonden likken, of zelfs dat niet.

Ik kan schijnbaar niet los laten omdat ik het volgende punt niet zie. Ik had al mijn plannen gebaseerd op dat ene, en nu dat niet bleek te werken, moet ik alles alleen doen. Jezus, wat ben ik bang om alles alleen te moeten doen.
Het belachelijkste is dat ik altijd alles alleen heb gedaan, en het me niet eens veel heeft uitgemaakt op dat moment. Integendeel, ik weet nog hoe ik dacht "chance dat ik nu geen relatie heb, dat zou nooit lukken met al deze shit". En toen was die shit voorbij en geluk binnen handbereik, en leek een relatie een mooie kers op de taart. Was me dat een zware kers zeg, de hele taart is erdoor verpletterd.

Vanaf nu ga ik voor afzonderlijke muffins, en niet voor één dikke taart. Neh.

23:50 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29 januari 2010

Vaders.

Ik hou van mijn papa. En al ben ik 23, toch voel ik me weer een klein kind wanneer hij opmerkingen maakt over mijn studie-inspanningen.
"Doe je wel je best?", vroeg hij me. Een onschuldige vraag. Maar een gruwelijk ingewikkelde, complexe vraag tegelijkertijd. Inherent in de vraag schuilt een fundamenteel wantrouwen dat hij koestert jegens mijn engagement, een soort weggemoffeld misprijzen over mijn -toegegeven- ontspannen levenshouding. Men hoeft nochtans geen psycholoog te zijn om te weten hoe gespannen ik ben en hoe ik dit met alle macht tracht te compenseren met deze haakse levensstijl.
Maar mijn papa is geen psycholoog.
Na 23 jaar weet ik nog steeds niet hoe ik hierop moet reageren. Tegenwoordig klem ik mijn kaken op elkaar, verlaat ik de kamer en verzet ik zo snel mogelijk mijn gedachten. In mijn puberjaren brak op zulke momenten wereldoorlog III uit, maar die ben ik moegestreden. Het vechten om een zaak die niet gehoord wordt lijkt me een stuk minder aanlokkelijk, nu het me niet meer om het vechten gaat maar om communicatie.
Het snobisme dat ten grondslag ligt aan deze eis voor intellectuele trofeeën, botst niet alleen met mijn opvattingen, maar rijt ook telkenmale een oude wonde open. Mijn voorgangers in de kroost waren namelijk van die modelkinderen. Beiden zijn inmiddels afgestudeerd en niemand hoeft zich ooit om hen te bekommeren. Moest het binnen mijn mogelijkheden liggen om zo te zijn, zou ik niet twijfelen. Niet zonder schaamrood op de wangen, moet ik toegeven dat ik al op mijn knieën aan mijn bed heb gezeten, biddend dat ik zo zou mogen zijn in de toekomst.
Maar helaas, Clémence is een Chinese Tijger en het zit blijkbaar -los van dat bijgeloof, dat ik toevallig gewoon cool vind- in haar bloed om overal tegen te rammen en overal een vraagteken bij te plaatsen. Mijn eigen aspiraties schijnen hem niet te bekoren. Wat voor mij als een overwinning aanvoelt, doet zijn wenkbrauw licht rijzen.
Zolang ik geen papier behaald heb dat bewijst dat ik verstandig ben, is er in zijn geest geen reden om met trots over me te waken, als een stabiele, steunende vader. Hij zal me nooit de rug toekeren, maar zal tot het bittere einde verwachten dat een universitaire studie nog moet of kan komen.
Ik maak deze gedachten ooit wel af. Vermoeidheid.
(nvdr.: Dit zwarte gal werd gespuid vlak na de examens van het eerste semester.)

20:54 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |