26 april 2010

J'ai pété les plombs.

Vrijdag was een kwelling. Mijn goeie vrienden waren vroeg weg of afwezig, en ik zat zonder fiets vast op café. Een compleet nutteloze vermoeienis was het. Voor ik van thuis vertrok had ik papa een kus willen geven, maar hij deed teken dat hij niet wou -woorden was ik op dat moment klaarblijkelijk niet waard. De hele avond hing een zwaar gevoel in mijn maag, ook al dacht ik niet meer echt aan dat voorval. Ik heb dan gedronken tot mijn gevoelens sliepen. Toen mama me de dag daarop 's middags belde om te zeggen dat ze me kon oppikken, leek het alsof ik eindelijk weer ergens hoorde. En toen ik zag dat papa zwaaiend mee in de auto zat, was ik ineens weer een kleuter van vijf die in de genade van de Grote Boze Papa was gevallen.
De regeringscrisis knaagt mijn vader aan stukken, legde mama me later uit. Er is geen oplossing, hij kan niets doen buiten lijdzaam afwachten. Voor een ex-militair is dat een nagenoeg ondraaglijke situatie. Daar moet bijgerekend worden dat ik vreselijk op hem lijk en liever opkrop dan dat ik iemand moet verontrusten. Maar uit mijn gedrag blijkt toch een zekere wanhoop, blijkbaar, want er zijn al ettelijke -onhandige, maar toch schattige- pogingen ondernomen om te polsen naar mijn emotionele kronkels. Maar het lukt me dan niet om het uit te leggen, omdat de gewoonte om dat te doen al jaren slabakt en dus hopen achtergrondinformatie ontbreekt. Dus zeg ik dingen als "het komt allemaal wel goed, ik moet gewoon nog even iets voor mezelf oplossen, maar je kent me hé! ik geef niet op en zo". En dan schuifelt hij semigerustgesteld door de tuin, terwijl hij met alle goeie wil van de wereld probeert te begrijpen hoe zijn 23-jarige dochter haar emotionele welzijn kan laten primeren boven haar studies.
Daardoor is papa dus gespannen, nu, en dat geeft extreem onvoorspelbare vonken. Soms flappen er provocerende opmerkingen uit, en NO WAY dat ik me laat provoceren zonder dat hij daar een lawine voor terugkrijgt. Als ik een kort zomerrokje aanheb, krijg ik gegarandeerd een "je ziet er hoerig uit" vlak voor ik de deur uitstap, zonder me voor de rest oogcontact te gunnen. Daar staat hij dan in de keuken, met zijn IPhone in de hand, een beetje te prutsen aan één of andere imaginaire instelling. "Ja, als ik morgen niet thuiskom, dikke pech. Salut", antwoord ik bitter, maar de voordeur is nog niet toe of mijn binnenste schrompelt al in elkaar. Maar ik moet 'consequent' zijn, want hij heeft het recht niet om zoiets tegen me te zeggen, en ook al verander ik hem wellicht nooit meer, ik mag me niet laten doen.
Het is ons cirkeltje, en de opgekropte woede verschroeit alles vanbinnen terwijl we allang spijt hebben van dit alles maar ons nooit zullen excuseren. Er is geen grens, want die is er op onze liefde voor elkaar ook niet. Geen seconde twijfel ik aan mijn vaders liefde wanneer zo'n ruwe opmerking als een mes in me snijdt.
Ik heb gezag altijd van me af gesputterd, alles wat hij me bood werd door een kritische filter gehaald en 9 kansen op de 10 verpletterd. De waarden en prioriteiten die hij me wilde meegeven, werden schaamteloos door mij gecompromitteerd als mij dat een verstandige beslissing leek.
Hulpeloos heeft hij me opnieuw en opnieuw moeten zien vallen, tegen muren smakken, zien lijden, huilen en koppig opnieuw beginnen. Mijn onorthodoxe manier om ermee om te gaan moet hem veel verdriet gedaan hebben, maar dat heeft hij fier en kranig voor zichzelf gehouden.

Gelukkig was zaterdagnacht van zo'n uitmuntende kwaliteit, dat mijn relativeringscapaciteiten weer versterkt werden. Een hele dag in de zon later leek mijn gepieker behoorlijk overdreven en was ik volledig ontspannen. Anderhalve dag lang mocht mijn schild naar beneden, want mijn vrienden verzorgen mijn angsten met respect. Niet dat hierover gepraat wordt of zo. Ik zou dit nooit kunnen zeggen. Ze vermoeden misschien dat ik af en toe worstel met van die meisjesdingen, in elk geval is het vooral het gevoel dat ik wegsmelt in een groep. Ik krijg geen medelijden, geen oordeel, geen roddels, alleen gezelschap, humor en raad als ik er om vraag.
En ik krijg de kans om hetzelfde terug te doen. Er wordt oprecht geluisterd als ik iets zeg. Alleen dàt al! Ik hoef niet eens te vechten voor mijn plekje. Zelfs thuis kan ik dat niet zeggen.
Morgen picknick! Een laatste graantje meepikken voor ik weer naar mijn kot moet.

 

Met zoveel, toch alleen
Zo vol en helemaal leeg
Altijd lachen, vanbinnen vol verdriet
Zoveel te bieden
Zoveel kunnen
Jezelf de tijd niet gunnen.

Zoveel weten,
Alles voor een tweede keer afmeten.
Zoveel zien, helder en scherp, maar toch zo blind staren.
Altijd goed... Plots zo slecht... Het ervaren
Het voelen, erbij stilstaan, en toch zo snel gaan
Zoveel hebben, toch een half hart. 

Altijd het licht zien
Dan zo sterk en toch vanbinnen zo zwak
Zo kort zijn in een oneindig lange weg
Zoveel willen zeggen met de woorden die men niet hoort
Zoveel willen uitleggen MAAR IK KRIJG HET NIET VERWOORD.

(Jasmien Loos)

02:33 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

15 maart 2010

My home is your head

Het plezier is weer voorbij. Morgen begint de week. Mensen gaan weer opstaan, hun wagens instappen, naar hun werk gaan en alles gaat weer draaien.
Eigenlijk is het toch allemaal zo belachelijk he. De antropoloog Marshall Sahlins berekende in de zestiger jaren dat volksstammen zoals die van het regenwoud in Brazilië, jagers en voedselzoekers dus, gemiddeld 4 u per dag spenderen aan eten. De rest van de dag wordt ingevuld door slapen, artistieke bezigheden, sociaal leven, vrijen, zonnen, spelen, leren, noem maar op. Waar de fuck zijn wij mee bezig. We begeven ons voor 8 uur naar een job waarmee we een rijke baas nog rijker maken, om geld te verdienen om zogezegd "te kunnen doen wat we willen in onze vrije tijd". Een potsierlijke illusie, ja.
Ik wil mijn haar wit kleuren. Echt wit-wit. 'k Zou het eens moeten Photoshoppen en zien of het past. Hee, Xena the Warrior Princess speelt mee in Battlestar Galactica!
Attention-span: 0.5 nanoseconds.
Zoals gewoonlijk, wanneer ik terugkijk naar het weekend, word ik weemoedig omdat ik van mijn vrienden hou en weer naar mijn kot moet. Waar zijn die jaren op de middelbare school, toen ik ze dagelijks kon zien. Het ging zelfs grotendeels om de gedachte dat ze binnen fietsbereik waren. Ik ben verzot op mijn vriendengroep van de universiteit maar die hebben me niet zien opgroeien zoals mijn vrienden thuis. Bleh.
En wat mis ik godverdomme mijn beste vriend.
Misschien is het nochtans niet slecht voor me om uit mijn niche te kruipen en de vriendschap met anderen uit te diepen. Een slechte eigenschap van me is dat ik me veilig voel eens ik aan iemand veel heb kunnen toevertrouwen, en dan diezelfde drempel weer opbouw naar anderen toe. Dus eigenlijk gooi ik al mijn eieren in een welbekend mandje. Maar als het mandje dan zin heeft om in San José de rijke Europeaan te gaan uithangen, moet ik mijn eitjes natuurlijk ergens anders kwijt. Een waardevolle oefening.

The Simple Life is schitterend.

01:05 Gepost door La petite Clémence | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |